Net als je denkt dat je het ouderschap een beetje onder de knie hebt, belandt je kind in de peuterpuberteit. Opeens lijkt je peuter vol emoties overal ’nee’ op te zeggen en voelt alles als een grote strijd. Geen zorgen, deze fase hoort erbij en heeft een belangrijke functie in de ontwikkeling van je kind. We zetten alles voor je op een rij.

Wat is de peuterpuberteit?
De peuterpuberteit begint vaak als je kind tussen de anderhalf en twee jaar oud is. In deze periode ontdekt je peuter dat hij een eigen wil heeft en een zelfstandig persoon is. Dit gaat vaak gepaard met boosheid, koppigheid en driftbuien. Je peuter wil zelf bepalen wat er gebeurt en ontdekt zo dat hij niet zomaar alles hoeft te doen wat een ander zegt. Dit vraagt veel van jouw geduld.
Typische gedragingen zoals ’nee’ zeggen, niet luisteren, driftbuien, stampvoeten en schreeuwen horen bij deze fase. Je peuter is eigenlijk hard aan het oefenen om onafhankelijker te worden. Dit kan soms frustrerend zijn voor jou als ouder, maar het is een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling. Het opstandige gedrag van je kind is dus zeker ergens goed voor.
Hoelang duurt de peuterpuberteit?
De peuterpuberteit duurt gemiddeld tot je kind vier jaar is. Het is een fase van twee tot drie jaar, waarin je kind grote sprongen maakt in zijn emotionele en sociale ontwikkeling. Dit is een gemiddelde, want er zijn wel individuele verschillen tussen kinderen. Het ene kind zit een klein jaartje in de peuterpuberteit, terwijl een ander kind nog tot 5 of 6 jaar driftbuien laat zien. In deze periode leert je peuter steeds beter omgaan met emoties en het ontdekken van grenzen.
Kenmerken van de peuterpuberteit
Tijdens de peuterpuberteit merk je dat je kind eigenwijs gedrag vertoont en vaak dingen zelf wil doen. Dit kan leiden tot situaties waarin je peuter gefrustreerd raakt, vooral wanneer iets niet lukt of iets dat niet mag. Je kind weet wat hij wil, maar kan nog niet goed omgaan met tegenslag en je kind kan zijn emoties nog niet beheersen. Daarom kunnen de emoties soms hoog oplopen.
Veelvoorkomende kenmerken zijn:
- Eigenwijsheid: je kind wil alles zelf doen en beslist graag zelf.
- Driftbuien: schreeuwen, huilen, op de grond liggen en stampvoeten als iets niet lukt of mag.
- Nee zeggen: een favoriete reactie op veel van jouw verzoeken.
- Grenzen opzoeken: Je kind verwerft autonomie (zelfstandigheid) door te ontdekken waar grenzen liggen.
Waarom is mijn peuter zo boos?
Peuters hebben vaak moeite om hun emoties onder woorden te brengen of te begrijpen wat er gebeurt. Als dingen niet lukken of anders gaan dan ze verwachten, kan dat frustratie opwekken. Zo kan een simpele situatie, zoals een rits die niet dicht wil, eindigen in schreeuwen en stampen. Je peuter wil het zelf doen, maar als het niet lukt en jij probeert te helpen, kan dat juist voor meer boosheid zorgen.
Dit soort boos gedrag is volkomen normaal in deze fase. Je peuter wil zelf keuzes maken en ontdekken hoe ver hij kan gaan. Door geduldig te blijven en uitleg te geven over wat er gebeurt, kun je je kind helpen zich rustiger te voelen.
Technieken voor woedebeheersing bij kinderen - Strategieën om kalm te blijven als je boos wordt
Omgaan met driftbuien
Driftbuien zijn een normaal onderdeel van de peuterpuberteit. Je peuter weet nog niet goed hoe hij emoties zoals frustratie, boosheid en angst kan beheersen. Deze driftbuien kunnen intens zijn, maar er zijn manieren om ermee om te gaan zonder dat je zelf gefrustreerd raakt.
Tips voor het omgaan met driftbuien:
- Blijf kalm: wanneer je peuter een driftbui heeft, helpt het als jij zelf rustig blijft. Zo geef je het goede voorbeeld en laat je zien dat emoties beheerst kunnen worden. Niet altijd makkelijk, maar wel belangrijk.
- Erken de gevoelens van je kind: benoem wat je ziet, zoals: “Je wilt heel graag zelf je jas dicht maken, wat balen dat het niet lukt, hè?” Dit helpt je kind om zijn eigen emoties beter te begrijpen.
- Geef ruimte voor emoties: laat je kind huilen en ga er rustig naast zitten of laat je kind springen of rondjes rennen om de fysieke energie kwijt te kunnen.
- Wees consequent: geef niet toe tijdens een driftbui. Anders leert je kind dat hij of zij door te schreeuwen zijn/haar zin kan krijgen, wat het gedrag in de toekomst alleen maar versterkt. Blijf dus begripvol en tegelijkertijd vasthouden aan de grens die je gesteld hebt.
Meer tips? Lees meer over omgaan met driftbuien bij jonge kinderen.
Hoe ga je om met eigenwijs gedrag?
Een eigenwijze peuter is aan het oefenen met zelfstandigheid. Dit betekent dat hij graag zelf wil kiezen en bepalen. Je kunt dit gedrag opvangen door duidelijke regels en keuzes te geven. Bijvoorbeeld: “Wil je pindakaas of kaas op je boterham?” Zo heeft je kind het gevoel dat het iets te zeggen heeft, waardoor het overzichtelijk is en je kind een gevoel van controle krijgt.
Naast het bieden van keuzes kun je dwars gedrag ook deels voorkomen door het volgende te doen:
- Begrip tonen voor de frustratie. Soms wil je kind iets doen wat nog te moeilijk is, zoals zijn sokken aantrekken. In plaats van het meteen over te nemen, kun je je kind aanmoedigen om het zelf te proberen, maar met een beetje hulp.
- Voorspelbaarheid creëren. Peuters houden van routines en structuur. Dit geeft ze een gevoel van veiligheid en controle. Door duidelijke afspraken te maken en vaste routines in te bouwen, help je je kind om zich rustiger en veiliger te voelen.
Wat als mijn peuter heel druk is?
Sommige peuters lijken geen minuut stil te kunnen zitten. Dit kan komen door een overload aan prikkels of juist omdat je kind zich verveelt. Regelmaat en structuur kunnen helpen. Buitenspelen en rustige activiteiten, zoals kleuren of puzzelen, kunnen ervoor zorgen dat je peuter even tot rust komt. Als je kind zich druk blijft gedragen, kijk dan of je meer afwisseling kunt bieden in de activiteiten die je kind doet.
Vermoeidheid en driftbuien
Vermoeidheid kan ook een grote rol spelen in het gedrag van je peuter. Een drukke dag op de kinderopvang of te weinig rustmomenten kunnen zorgen voor meer frustratie en driftbuien. Let daarom goed op de signalen van vermoeidheid bij je kind en plan rustige momenten in, zoals een boekje lezen of een dutje doen.
Grenzen stellen: nee is nee
Het is belangrijk dat je peuter leert wat wel en niet mag. Door duidelijke grenzen te stellen en consequent te zijn, geef je je kind houvast. Dit kan betekenen dat je soms streng moet zijn en ’nee’ moet zeggen, ook al vindt je peuter dat niet leuk. Houd voet bij stuk, want zo leert je kind dat bepaalde regels er zijn voor zijn veiligheid en welzijn.

Eigenwijsheid is positief
Hoewel de peuterpuberteit uitdagend kan zijn, is het belangrijk om te onthouden dat eigenwijs gedrag een teken is van gezonde ontwikkeling. Je kind wordt zelfstandiger en leert de wereld om zich heen te begrijpen. Dat is iets om trots op te zijn!
Dus, houd vol, blijf geduldig en geef je kind de ruimte om te leren en te groeien. Deze fase gaat voorbij en met de juiste aanpak komt je peuter er sterker uit.
De ontwikkeling van de peuter: sprongen en mijlpalen
De lichamelijke, geestelijke en emotionele ontwikkeling van je baby tot peuter gaat in geleidelijke stapjes. In grote lijnen is er een aantal mijlpalen waaraan je wat houvast hebt.
Peuter van 18 tot 24 maanden
In deze fase begint je kind de overgang van baby naar peuter te maken. Hij zet vol trots zijn eerste stapjes en ontdekt dat de wereld groter wordt als hij zich op twee benen voortbeweegt. Je dreumes van 1,5 jaar is dan ook erg onderzoekend. Niet alleen naar zijn omgeving, maar ook naar zichzelf. Langzaam krijgt hij het besef dat hij een eigen individu is. Een individu dat alles zelluf wil doen. Helaas zijn er nog heel wat dingen die niet zelf lukken, en dat is best frustrerend voor je kleine. Bereid je maar voor op de eerste driftbuien.
Je kindje heeft jou nog hard nodig; jij blijft zijn veilige basis. Op deze leeftijd kan weer een fase van eenkennigheid en verlegenheid optreden. Je kindje kruipt nog altijd graag bij jou weg, maar dat vind je vast niet erg.
Nieuwe vaardigheden en ontwikkelingen in deze fase:
- Leert loslopen
- Kan 10 tot 20 woorden zeggen
- Leert zo’n 250 woorden begrijpen
- Voert kleine spelopdrachten uit
- Kan twee blokjes op elkaar stapelen
- Ontdekt het nee zeggen
- Toont interesse in toiletgedrag
- Kan met een lepeltje eten
- Kan stevig zitten in een kinderstoel
- Duidt zichzelf met zijn eigen naam aan
- Ontwikkelt zijn gevoel voor humor
- Kan vanuit hurkzit iets oprapen
Peuter van 36 tot 42 maanden
Het brein van je 3-jarige draait op volle toeren. Hij heeft echter nog een magische manier van denken. Je peuter probeert de wereld om zich heen te begrijpen, maar realiteit en werkelijkheid lopen nog door elkaar heen. Datgene wat hij niet begrijpt, vult hij aan met zijn fantasie. Die fantasie brengt op deze leeftijd ook een nieuwe dimensie in het spel van je kleine.
Bij het spelen wordt je kindje steeds socialer. Langzaam leert hij samen spelen. Dit levert nog geregeld conflicten op, want inleven in een ander vindt je peuter nog lastig. Conflicten met jou zijn ook aan de orde van de dag. Met 3 jaar kan je peuter behoorlijk standvastig zijn als hij boos is. Hij kan zelfs agressief gedrag vertonen. Dit is niet ongewoon in deze fase, maar het is wel belangrijk om duidelijk te maken dat dit niet mag.
De taalvaardigheid neemt weer een vogelvlucht. Door jou en anderen te imiteren, leert je peuter grammaticale regels toepassen. Hij is nu in staat om meervoud te maken en werkwoorden te vervoegen. Dit lukt nog niet altijd, maar bij veel woorden gaat het al goed.
Nieuwe vaardigheden en ontwikkelingen in deze fase:
- Kan ongeveer 1.000 woorden zeggen
- Stelt vragen als wie, wat, waar, hoe
- Kan 1.250 woorden begrijpen
- Maakt zinnen van drie woorden, misschien al van vier of vijf woorden
- Kan abstracte begrippen uitdrukken
- Speelt soms zelfstandig
- Kan reepjes papier knippen
- Kan zelf zijn handen wassen
- Springt met twee voeten van de vloer
- Herkent en benoemt kleuren
- Doet vier figuurtjes in een vormenstoof
- Heeft mogelijk een denkbeeldig vriendje
- Doet aan fantasiespel/rollenspel
- Bouwt een brug van blokken na
- Trekt zelf een kledingstuk aan
- Vertelt uit zichzelf verhaaltjes
- Wordt bewuster van het verschil tussen jongens en meisjes
De sprongetjes van de dreumes en peuter
Het is belangrijk om je te realiseren dat de bokkensprongen in deze fase, net als de puberteit bij tieners, voor dreumesen een onderdeel is van hun normale ontwikkeling. Laat je er niet door opslurpen en besef dat het ook weer overgaat. Het scheelt een stuk als je je zo’n houding kunt aanmeten.
Het is bij de negende sprong, die rond 64 weken ofwel bijna 15 maanden plaatsvindt, dat je baby een drastische verandering doormaakt. Hij krijgt in sprong 9 het vermogen om ‘principes’ waar te nemen en te hanteren. Hij komt nu als het ware bóven de stof te staan. Onder ‘de stof’ verstaan we de dingen die hij heeft geleerd, bijvoorbeeld pap eten met een lepel, afwassen of tafel dekken. Nu verliezen zijn handelingen hun robotachtige karakter. Hij leert wat hij moet doen om zijn doel te bereiken. Wel doet hij dat altijd op dezelfde manier. Zich aanpassen aan de omstandigheden kan hij nog niet. Hij is nu voor het eerst in staat de dingen die hij geleerd heeft te veranderen. Hij speelt ermee. Je kunt hem eindeloos zien variëren en de gevolgen daarvan zien bestuderen.
Je kunt zien hoe hij capriolen uithaalt, het buitenleven leert kennen, behendiger wordt met spullen en met taal, anderen imiteert, de dagelijkse gang van zaken naspeelt, met emoties oefent, vooruit begint te denken, veel dramtoneelstukjes begint op te voeren en inspraak opeist. Maar ook kan je dreumes agressief zijn en bokkensprongen maken, kan hij onderscheid maken tussen wat van mij is en van jou, begint grapjes te gebruiken als strategie om iets gedaan te krijgen, begint te experimenteren met ‘ja’ en ‘nee’, wordt vindingrijker in anderen voor zijn karretje te spannen, leert samenwerken, behulpzaam wil zijn in het huishouden en experimenteert met ‘onbezonnen’ en ‘zorgvuldig’.
Volwassenen hebben jaren ervaring in de wereld van ‘principes’. Met vallen en opstaan zijn we er bedreven in geworden. We weten bijvoorbeeld wat rechtvaardigheid, vriendelijkheid, medemenselijkheid, behulpzaamheid, en samenwerking inhouden. We weten ook hoe we met ons gedrag tegenover anderen voor elkaar kunnen krijgen wat we willen. Je dreumes moet dat nog allemaal leren. En dat doet hij met vallen en opstaan. Hij experimenteert. Hij krijgt door dat je met aardig-zijn veel kunt bereiken. Met grote ogen en een héél lief stemmetje bewerkt hij jou om zijn zin te krijgen.
Er zijn sociale en niet-sociale principes. Bij sociale principes gaat het om dingen die je behoort te doen of dingen die je gewoon niet doet. Die principes hebben te maken met waarden en normen. Maar er zijn ook heel andere soorten principes, die niet sociaal van aard zijn. Een principe bij het puzzelen kan zijn om de randjes als eerste te maken. Maar ook natuurkundige wetten horen bij de niet-sociale principes, en je dreumes begint in de 14 maanden sprong al natuurkundige wetten te ontdekken! Hij leert om een blokkentoren te bouwen door het grootste blok onderaan te zetten en de blokken keurig recht op elkaar te stapelen. Als hij dat niet doet, valt de toren om en raakt hij gefrustreerd.

Fysieke en cognitieve ontwikkeling
Rond zijn eerste verjaardag begint je kleintje belangstelling te krijgen voor een bal. Hij gaat proberen de ogenschijnlijk onduidelijke bewegingen van een bal onder controle te krijgen met gooien en schoppen. Pas in een later stadium, tussen 3 en 4 jaar, is zijn motoriek zover ontwikkeld dat hij ook kan leren vangen. Je kunt met je dreumes leuke balspelletjes doen. Gebruik een zachte bal, rol die naar hem toe en laat hem de bal terug gooien. Stapje voor stapje kun je de afstand wat groter maken. Laat vervolgens zien dat je de bal behalve kunt gooien, ook kunt schoppen.
Tussen zijn 12de en 18de maand gaat je kind ontdekken dat speeltjes over de grond geduwd kunnen worden, of aan een stokje of lijntje kunnen worden voortgetrokken. Speelgoed dat een geluidje maakt bij deze bewegingen zal hij prachtig vinden en het stimuleert hem om duwen en trekken te ontwikkelen. In combinatie hiermee leert hij ook te hurken om beter bij zijn speelgoed te kunnen komen zonder te gaan zitten.
Tussen zijn eerste en tweede verjaardag ontdekt de kleine dat je met klimmen bij dingen kunt komen die eerst onbereikbaar waren. De keerzijde is natuurlijk dat je ernstig rekening moet gaan houden met zijn ontdekkingsreizen en letterlijk overal op voorbereid moet zijn. Keukenkastjes, stoelen, boekenkasten, niets is meer veilig en alles vormt een risico. Leer hem veilig klimmen, op een zachte ondergrond en met kussens. Zet schoonmaakmiddelen en andere producten hoog en veilig weg in een afgesloten kast.
Tussen de 18 en 24 maanden ontwikkelt je dreumes de vaardigheid om zijn wandelpasjes om te zetten in een rennende beweging. Dat is voor hem een spannende tijd want ineens gaat alles veel sneller. Natuurlijk bestaat het risico van vallen, maar het is de beste manier om hem de grenzen van zijn mogelijkheden te leren kennen. Speel spelletjes met hem op een veilige plaats om hem controle over zijn bewegingen te laten krijgen.
Zindelijkheidstraining
Veel ouders kijken reikhalzend uit naar het moment dat hun peuter zindelijk wordt. Geen gesjouw meer met pakken luiers en volle vuilnisbakken. Het moment waarop je kind zindelijk wordt is afhankelijk van een aantal factoren en ligt gemiddeld ergens tussen de 24 en 36 maanden. Maar houd er rekening mee dat volledige zindelijkheid ook best nog iets langer kan duren. Het is een ontwikkelingsproces en je peuter moet er uiteindelijk ook echt aan toe zijn. Je kunt het moment enigszins zien aankomen door op een aantal signalen te letten. Bijvoorbeeld als de kleine zelf probeert zijn luier uit te trekken of er in probeert te graaien. Ook momenten dat hij zich bewust is van een plasje door zijn beentjes bij elkaar te klemmen of juist in een hoekje inspannend staat te ‘persen’ kunnen zo’n signaal zijn. Introduceer op een speelse manier het plassen op een potje. Het gebruik van een luierbroekje dat hij zelf naar beneden kan trekken, stimuleert zijn gevoel zelfstandig actie te kunnen ondernemen. Het belangrijkste blijft echter geduld.
Motorische ontwikkeling: springen en spelen
Tussen de twee en drie jaar gaat je peuter het springen ontdekken. In eerste instantie met twee beentjes een huppeltje op dezelfde plaats, maar de nieuwe beweging is spannend genoeg om te proberen hoger en verder te komen. Zeker de eerste tijd zal het tot valpartijen leiden, want je peuter leert in deze fase een nieuwe vorm van coördinatie tussen hoofd en ledematen en dat gaat niet zonder slag of stoot. Kies een beschermde plaats om samen springspelletjes te doen zodat hij deze techniek op een veilige en speelse manier ‘onder de knie’ kan krijgen. Pak zijn handjes en tel samen tot drie om te springen.
Steun voor ouders
De peuterpuberteit kan behoorlijk pittig zijn. Praat erover met andere ouders of vraag advies aan professionals zoals de kinderopvang of het consultatiebureau als je twijfelt. Het is heel normaal om soms niet te weten hoe je met het gedrag van je kind moet omgaan.
tags: #leeftijd #bokkensprongen #dreumes