Inleiden van de bevalling

De medische inleiding van de bevalling is een procedure waarbij een medische professional het proces van de bevalling start, in plaats van dit spontaan te laten gebeuren. Een bevalling kan worden ingeleid om medische redenen, wanneer de gezondheid van de moeder of de baby risico loopt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij postterme zwangerschap, wat betekent dat de zwangerschap langer dan 42 weken duurt en gezondheidsrisico's met zich meebrengt voor de vrouw.

Illustratie van een baarmoeder en foetus, met pijlen die het begin van de bevalling aanduiden.

Methoden voor het inleiden van de bevalling

Er zijn diverse methoden beschikbaar om de bevalling in te leiden. Deze methoden kunnen mechanisch, farmacologisch of een combinatie van beide zijn.

Mechanische en fysieke methoden

Tot de mechanische en fysieke benaderingen behoren het kunstmatig breken van de vliezen (artificiële ruptuur van membranen) en membraanscheuring (membrane sweeping of strippen). Membraanscheuring kan ertoe leiden dat meer vrouwen spontaan in arbeid gaan, waardoor het aantal kunstmatige bevallingsinducties afneemt. Het effect op het risico van moeder- of neonatale sterfte, of op het aantal keizersneden of spontane vaginale bevallingen, is echter minimaal. Er zijn ook risico's verbonden aan membraanscheuring.

Een andere methode is het gebruik van intra-uteriene katheters. Deze werken door mechanische compressie van de baarmoederhals, wat leidt tot de afgifte van prostaglandines in de lokale weefsels. Er is geen direct effect op de baarmoeder zelf.

Een specifieke mechanische methode is de Cervical Ripening Balloon, ook bekend als de Cook Medical Double Balloon, die in de Verenigde Staten is goedgekeurd door de FDA. Deze ballon, gevuld met water, wordt ingebracht om de baarmoedermond mechanisch te laten rijpen.

Farmacologische methoden

Farmacologische methoden maken gebruik van medicijnen om de bevalling op gang te brengen. Hierbij wordt vaak gebruik gemaakt van prostaglandines, zoals dinoproston of misoprostol, die intravaginaal, endocervicaal of extra-amnioot worden toegediend.

Prostaglandine E2 is de meest bestudeerde stof met de meeste wetenschappelijke evidentie. Er zijn verschillende doseringsvormen en toedieningsroutes beschikbaar. Misoprostol is uitgebreid onderzocht, hoewel vaak in kleine, slecht gedefinieerde studies.

Een andere veelgebruikte methode is de intraveneuze (IV) toediening van synthetische oxytocinepreparaten. Oxytocine wordt gebruikt om de bevalling kunstmatig te induceren wanneer dit medisch noodzakelijk wordt geacht. Een hoge dosis oxytocine lijkt geen grotere voordelen te bieden dan een standaarddosis. Er zijn echter risico's verbonden aan een met IV oxytocine geïnduceerde bevalling.

Misoprostol-Angusta is een pil met hormoonachtige stoffen die de rijping van de baarmoedermond bevordert en weeën kan opwekken. Indien Misoprostol-Angusta niet mogelijk is, kan Cytotec vaginaal worden toegediend.

Het proces van inleiden van de bevalling

Het inleiden van de bevalling begint doorgaans met een inwendig vaginaal onderzoek. Hierbij wordt de baarmoedermond beoordeeld op rijpheid. De baarmoedermond ondergaat veranderingen: deze wordt korter, weekt en gaat openstaan (ontsluiting) om de geboorte van de baby mogelijk te maken.

Fase 1: Voorbereiding van de baarmoedermond (Primen)

Als de baarmoedermond nog stug en gesloten is, moet deze eerst worden voorbereid, een proces dat 'primen' wordt genoemd. Dit kan gebeuren met medicatie, zoals prostaglandines (oraal of vaginaal), of met een ballonkatheter. Een ballonkatheter is een slangetje met een ballon die gevuld wordt met water om de baarmoedermond langzaam te openen. Soms kan met de ballonkatheter naar huis worden gegaan.

Voorafgaand aan het primen wordt vaak een hartfilmpje (CTG) gemaakt om de conditie van de baby te beoordelen. Het primen kan enkele dagen duren voordat de baarmoedermond voldoende rijp is om de volgende stap te zetten.

Fase 2: Breken van de vliezen

Wanneer de baarmoedermond voldoende ontsluiting heeft, of na het primen, kunnen de vliezen worden gebroken. Dit proces is pijnloos en zorgt ervoor dat het vruchtwater naar buiten stroomt. Dit kan helpen om de weeën op gang te brengen, omdat het hoofdje van de baby hierdoor meer druk uitoefent op de baarmoedermond.

Fase 3: Medisch opwekken van weeën

Na het breken van de vliezen kunnen de weeën spontaan op gang komen, maar vaak wordt een infuus met oxytocine toegediend om de weeën op te wekken en te versterken. De weeënactiviteit en de conditie van de baby worden continu gemonitord met een CTG.

Grafische weergave van de verschillende fasen van ontsluiting tijdens de bevalling.

Redenen voor het inleiden van de bevalling

Er zijn diverse medische redenen om een bevalling in te leiden:

  • Overtijd zijn: Een zwangerschap die langer dan 42 weken duurt, brengt risico's met zich mee voor de baby. Een inleiding bij 41 weken kan de risico's verminderen.
  • Gebroken vliezen zonder weeën: Als de vliezen breken maar de weeën niet op gang komen binnen 24 uur, wordt meestal overgegaan tot inleiden om infectiegevaar te voorkomen.
  • Vertraging van de groei van de baby: Als de baby te klein is of de conditie achteruitgaat, kan inleiden worden geadviseerd.
  • Gezondheidsredenen bij de baby: Wanneer de placenta minder goed functioneert en de baby onvoldoende zuurstof en voeding krijgt, kan dit een reden zijn voor inleiden. Dit kan ook het geval zijn bij aangeboren afwijkingen bij de baby.
  • Gezondheidsredenen bij de moeder: Hoge bloeddruk (zwangerschapshypertensie), dreigende zwangerschapsvergiftiging, zwangerschapsdiabetes of een meerlingzwangerschap kunnen redenen zijn om de bevalling in te leiden.

Soms wordt een bevalling ook ingeleid zonder duidelijke medische reden, op wens van de vrouw, bijvoorbeeld om de geboortedatum beter te kunnen plannen. Dit wordt echter niet zomaar gedaan, omdat het de bevalling onnodig medisch maakt.

Vergelijking met een natuurlijke bevalling

Een ingeleide bevalling vindt altijd plaats in het ziekenhuis, terwijl bij een spontane bevalling de keuze voor thuisbevalling mogelijk is. De risico's van een ingeleide bevalling zijn, voor zover bekend, niet groter dan bij een spontane bevalling. Wel is er bij een ingeleide bevalling iets meer kans op medische handelingen, zoals een infuus, en wordt er vaker pijnstilling gegeven.

In sommige gevallen kunnen de weeën niet op gang komen, of vordert de ontsluiting of uitdrijving niet, wat kan leiden tot een kunstverlossing of keizersnede. Dit kan echter ook bij een spontane bevalling voorkomen.

Voorlichtingsanimatie voor patiënten: Bevalling en vaginale geboorte

Mogelijke complicaties bij een ingeleide bevalling

Hoewel de meeste ingeleide bevallingen zonder complicaties verlopen, zijn er enkele risico's:

  • Hyperstimulatie: Te veel weeën achter elkaar kunnen leiden tot zuurstofgebrek bij de baby. Dit kan meestal worden verholpen door de dosering van oxytocine te verlagen of door weeënremmers toe te dienen.
  • Infectie: Als de vliezen langdurig gebroken zijn, is er een iets groter risico op infectie van de baarmoeder.
  • Navelstrengverzakking: Bij het breken van de vliezen kan de navelstreng uitzakken langs het hoofd van het kind, vooral bij een stuitligging.
  • Schade aan de baarmoeder: In zeldzame gevallen kan een drukkatheter, gebruikt om weeën te controleren, leiden tot bloedingen of schade aan de baarmoeder.
  • Ontsteking op de plaats van de elektrode: Bij het gebruik van een schedelelektrode om de harttonen van de baby te registreren, kan op de plaats van aanhechting een ontsteking ontstaan.

Het is belangrijk om eventuele bezwaren tegen een inleiding te bespreken met de verloskundige of gynaecoloog.

Hormonale veranderingen tijdens en na de zwangerschap

Tijdens de zwangerschap ondergaat het lichaam ingrijpende hormonale veranderingen die essentieel zijn voor de zwangerschap, de ontwikkeling van de baby, de bevalling en de borstvoeding. De belangrijkste hormonen zijn:

  • hCG (humaan choriongonadotrofine): Het eerste hormoon dat na de bevruchting wordt aangemaakt, ook wel het zwangerschapshormoon genoemd. Het zorgt voor de aanmaak van progesteron.
  • Progesteron: Zorgt voor de innesteling van de bevruchte eicel, het in stand houden van de zwangerschap, de ontwikkeling van de baby en remt samentrekkingen van de baarmoeder. Het kan leiden tot klachten als brandend maagzuur, misselijkheid en obstipatie.
  • Oestrogeen: Speelt een rol bij de rijping van eicellen en eisprong. Tijdens de zwangerschap stimuleert het de groei van de baarmoeder en melkklieren. Het maakt de baarmoeder gevoeliger voor oxytocine ter voorbereiding op de bevalling. Kan leiden tot misselijkheid en pijn in rug en bekken.
  • Oxytocine: Bekend als het 'knuffelhormoon', speelt een rol bij relaties en hechting. Tijdens de bevalling zorgt het voor weeën. Na de geboorte bevordert het de hechting en de toeschietreflex van moedermelk.
  • Relaxine: Zorgt voor soepeler spieren, gewrichten en banden, met name in het bekken, om ruimte te maken voor de baby. Maakt gevoeliger voor blessures en kan bekkenpijn veroorzaken.
  • Prolactine: Stimuleert de groei van melkklieren in de borsten en de aanmaak van moedermelk na de bevalling.
  • hPL (humaan placentair lactogeen): Remt de aanmaak van moedermelk tijdens de zwangerschap en speelt een rol in de suikerstofwisseling, wat kan bijdragen aan zwangerschapsdiabetes.
  • Prostaglandine: Speelt een rol bij het starten van de bevalling door de baarmoedermond te verzachten en te verkorten, en door de aanmaak van oxytocine te stimuleren.
Infographic die de belangrijkste zwangerschapshormonen en hun functies weergeeft.

Traditionele en moderne bevallingspraktijken

Door de geschiedenis heen en in verschillende culturen zijn er diverse bevallingshoudingen en -rituelen geweest. Van oude Hettitische tabletten tot Afrikaanse en Aziatische tradities, bevallingen vonden vaak plaats in zittende, staande of gehurkte houdingen. In de middeleeuwen was de 'baarstoel' populair. Tegenwoordig vinden de meeste bevallingen in Nederland plaats in het ziekenhuis, hoewel thuis bevallen met ondersteuning van verloskundigen ook gebruikelijk is.

De medische zorg rondom bevallingen is sterk geëvolueerd. Vroeger waren overmatig bloedverlies en infecties (kraamvrouwenkoorts) ernstige risico's, die nu beter beheersbaar zijn met medicatie en antibiotica. De detectie en behandeling van Groep B Streptokokken (GBS) bij pasgeborenen is een belangrijk aspect van moderne prenatale zorg.

Seksuele activiteit na de bevalling

Na de bevalling hebben vrouwen tijd nodig om te herstellen. Het hervatten van seksuele activiteit is een persoonlijke keuze en kan variëren. Onderzoek suggereert dat de gemiddelde duur tussen de bevalling en het eerste seksuele contact ongeveer 4,5 week is, hoewel dit sterk kan verschillen per vrouw. Factoren zoals genezing van wonden, vermoeidheid en hormonale veranderingen kunnen invloed hebben op het herstel en de beleving van seksualiteit na de bevalling.

tags: #inleiden #bevalling #wikipedia