De eerste twaalf weken van de zwangerschap zijn cruciaal voor de ontwikkeling van een embryo. De zwangerschapsduur wordt berekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie, hoewel de daadwerkelijke bevruchting pas ongeveer twee weken later plaatsvindt.
Vroege embryonale ontwikkeling
In week 1 en 2, vanaf de eerste dag van de menstruatie tot aan de eisprong, is er nog geen sprake van zwangerschap; de eicel rijpt dan. In week 3 nestelt de bevruchte eicel zich in het baarmoederslijmvlies. Vanaf de vierde week groeit er in de baarmoeder een piepklein mensje dat in een rap tempo groeit. Bij vier weken zwangerschap is de baby slechts 1 mm groot, maar bestaat al uit duizenden cellen die de baby en de placenta zullen vormen. Vanaf het einde van de vierde week wordt gesproken van een embryo, een term die gebruikt wordt tot en met week negen van de zwangerschap.
De staart van het embryo bevat de beginselen van de toekomstige wervels, die zich na enkele dagen omhoog trekken en verdwijnen. Het hart, dat aanvankelijk een u-vormige structuur is vlak onder het hoofd, begint te pompen en stuurt bloed naar de lever en de lichaamsslagader met een snelheid van ongeveer 60 slagen per minuut. Ook het hoofd begint zich te ontwikkelen. Hoewel het embryo nog niet groter is dan een speldenknop, zijn mond, ogen, oren en hersenen al in aanleg aanwezig.
De kieuwbogen ontwikkelen zich tot kaken en delen van het gezicht, zoals wangen en de hals. Het embryo verkrijgt alle benodigde voedingsstoffen via de dooierzak, die verantwoordelijk is voor de aanmaak van bloedcellen. De navelstreng maakt contact met de placenta. Het hoofd van het embryo richt zich langzaam op. De ogen, neus en mond worden duidelijker zichtbaar. De ogen zijn al zo ver ontwikkeld dat het netvlies zich begint te vormen. Ook het gehoorkanaal en trommelvliezen worden gevormd. De ledematen ontwikkelen zich verder en gaan schijfvormige structuren aannemen. Het embryo is dan gegroeid tot 15 mm en begint langzaam een herkenbare menselijke vorm aan te nemen.
De ogen in aanleg hebben zich gevormd als kleine kuiltjes, bedekt met huid, waaruit de oogleden zich zullen ontwikkelen. Het hoofd vertoont duidelijke sporen van een gezicht, met een herkenbare neus, oogjes en mond. Het oor ontwikkelt zich inwendig, waarbij het gehoorkanaal wordt aangelegd; uitwendig is er nog niets van te zien. Na twee weken aanzienlijke groei is het embryo ongeveer 4 cm lang. Alle organen zijn aanwezig, maar functioneren nog niet volledig.

Ontwikkeling van de foetus
Vanaf week 9 wordt gesproken van een foetus. De ingewanden beginnen te groeien en de foetus zweeft vrij rond in het vruchtwater, enkel verbonden met de moeder via de navelstreng. De spieren beginnen te werken, waardoor de foetus armen en benen kan bewegen. De vingers scheiden zich van elkaar. Het zenuwstelsel begint zich te vormen door zenuwcellen die contact met elkaar maken en zich snel vermenigvuldigen (ongeveer duizend nieuwe zenuwcellen per seconde). De hersenen zijn in de 8e week nog zwak ontwikkeld.
De ogen vormen zich duidelijker; het oog ligt nog in een diepe holte, maar de pupil is aanwezig en de oogleden zijn gevormd. Op 10 weken zwangerschap (8 weken na de bevruchting) is de foetus ongeveer 8 cm groot en weegt gemiddeld 28 gram. De lever, milt en beenmerg hebben de functie van de dooierzak overgenomen voor de aanmaak van bloedlichaampjes. De spieren van de foetus zijn sterk genoeg om te schoppen, het hoofd te draaien en de handen tot een vuist te ballen. De nagels op handen en voeten beginnen te groeien. In de armen en benen vormen zich echte beenderen en de ribben zijn goed ontwikkeld. Het hoofd wordt ronder en de hals begint zich af te tekenen. De foetus kan zich verplaatsen.
Met 15 cm lengte en een gewicht van ongeveer 125 gram wordt de foetus bedekt met een laagje donzig haar, de lanugo, beginnend bij de wenkbrauwen. De huidcellen produceren huidsmeer (vernix caseosa), een vette substantie ter bescherming van de huid. De schedelbeenderen zijn ontwikkeld maar nog niet verbonden. De oorschelp is zichtbaar, maar de gehooropening ontbreekt nog, waardoor de foetus nauwelijks kan horen. De foetus beweegt krachtiger: armen en benen, draait het hoofd, opent de mond en oefent de longen met ademhalingsbewegingen, waarbij vruchtwater wordt ingeslikt zonder gevaar, aangezien de foetus zuurstof uit de placenta ontvangt.
Vanaf de vierde maand zijn de geslachtsorganen ontwikkeld en kan de moeder het kindje duidelijk voelen schoppen en draaien. De hersenen zijn voldoende ontwikkeld om zintuiglijke reacties te maken op prikkels zoals geluid, licht en lichamelijke inspanning van de moeder. Ondanks gesloten ogen en het donkere vruchtwater kan de foetus licht waarnemen. De foetus is nu ongeveer 35 cm en weegt ongeveer 720 gram. De neusgaten openen zich. Het ademhalingsorgaan is volledig ontwikkeld maar nog zwak en wordt niet gebruikt; de foetus oefent zijn ademhaling en kan, na het inslikken van vruchtwater, de hik krijgen (15-30 ritmische schokjes per minuut).
Vanaf de 6e maand kan de foetus op de duim zuigen, een reflex die vaker voorkomt naarmate de foetus ouder wordt. Het hartritme is nu ook voor de buitenwereld hoorbaar, en de foetus kan de buitenwereld horen. De ruimte in de baarmoeder wordt krapper en de hoeveelheid vruchtwater neemt relatief af. Het gewicht van de foetus neemt met 100-200 gram per week toe. De foetus slikt vruchtwater in om het spijsverteringskanaal te oefenen en beweegt voortdurend, vaker met het hoofdje naar beneden.
Met 40 cm lengte en een gewicht van ongeveer 2500 gram is de foetus volledig ontwikkeld. De kleur verandert van bloedrood naar zachtroze door de vetlaag. Periodes van wakker zijn en rust worden duidelijker, hoewel niet alle bewegingen door de moeder worden waargenomen. De foetus heeft korte slaapperiodes van 30-40 minuten. Het ligt nu bijna voortdurend met het hoofd omlaag en kan nog om zijn as draaien, maar de kans op omdraaien van hoofd- naar stuitligging neemt af na 36 weken.
Aan het einde van de zwangerschap weegt de gemiddelde foetus 3400 gram. Het kindje beweegt nog steeds, ondanks ruimtegebrek, en het is belangrijk de bewegingen goed te voelen. Bij minder beweging wordt aangeraden een uur te rusten met opgetrokken benen en handen op de buik; de baby moet dan goed bewegen. Na 40 weken kan de verloskundige de bevalling op gang proberen te brengen door middel van 'strippen', een techniek die effectiever is bij vrouwen die al eerder bevallen zijn. Dit losmaken van de vliezen kan weeën veroorzaken.
Een controle bij de gynaecoloog tussen week 41 en 42 is gebruikelijk, waarbij een CTG (hartfilmpje) en echo van de baby worden gemaakt. De beslissing om al dan niet in te leiden na de uitgerekende datum wordt uitgebreid besproken, waarbij voor- en nadelen worden afgewogen. Vanaf 42 weken is er sprake van 'overtijd', waarbij de gynaecoloog de conditie van de baby opnieuw beoordeelt met een CTG en echo, en een inwendig onderzoek de rijpheid van de baarmoedermond inschat.
Human Embryonic Development
De rol van faryngeale bogen in de menselijke ontwikkeling
De vraag over de functie van kieuwbogen bij menselijke embryo's en de relatie met vissen is een interessant onderwerp, vaak gerelateerd aan de evolutietheorie. Oudere theorieën, zoals die van Ernst Haeckel, suggereerden dat embryo's de evolutionaire geschiedenis van hun soort herhalen. Moderne biologen beschouwen deze ideeën, met name de zogenaamde 'recapitulatietheorie', als achterhaald.
De structuren die soms worden aangeduid als 'kieuwbogen' worden correcter aangeduid als faryngeale bogen (of branchiale bogen). Deze ontstaan rond de 28e dag van de embryonale ontwikkeling, wanneer de ruggengraat een groeispurt doormaakt, wat resulteert in de 'opgekrulde' vorm van het embryo. Deze faryngeale bogen hebben belangrijke functies in de aanleg van kraakbeen, onder andere voor het strottenhoofd, en vormen delen van het inwendige oor. Bij vissen ontwikkelen deze structuren zich tot kieuwen voor ademhaling, maar bij zoogdieren, inclusief de mens, dienen ze nooit voor ademhaling.
De embryonale kieuwspleten, een erfenis van onze primitieve visachtige voorouders, ontwikkelen zich bij menselijke embryo's tot structuren zoals de gehoorgang, delen van het binnenoor, de keelamandelen en de thymus (zwezerik). Het embryo zelf ademt niet; zuurstof wordt via de navelstreng van de moeder verkregen.
Het concept van 'kieuwbogen' zoals oorspronkelijk voorgesteld door Ernst Haeckel, gebaseerd op zijn tekeningen die al snel na publicatie als frauduleus werden bestempeld, wordt nog steeds soms onterecht gebruikt in biologieboeken. De correcte terminologie is 'faryngeale bogen', en hun functie bij de mens ligt in de ontwikkeling van hoofd- en halstructuren, niet in ademhaling.
Branchiogene cysten kunnen ontstaan wanneer resten van deze faryngeale bogen en -spleten blijven bestaan. Diverse behandelingsopties zijn beschikbaar, waarbij artsen samen met de patiënt de beste oplossing kiezen.

tags: #hoeveel #kieuwboogzenuwen #heeft #een #embryo