Veel mensen vragen zich af waarom bij de mentale ontwikkeling van baby’s wordt uitgegaan van de uitgerekende datum en niet van de datum waarop de baby geboren wordt. Dit komt doordat de hersenen groeien in een vaststaand tempo, ongeacht of de baby al geboren is of nog in de buik zit. De hersens van een buikbaby die met 37 weken geboren wordt, zijn natuurlijk niet even ver als de hersens van een baby die met 42 weken geboren wordt.
Vanaf 38 weken zwangerschap begint de spannende fase. Je buikbaby is nu volgroeid en klaar om geboren te worden! In tegenstelling tot zijn mentale ontwikkeling, de sprongetjes, laat de bevalling zich niet zo makkelijk voorspellen tot op de dag precies. Maar één ding is zeker: vanaf nu mag je thuis bevallen. Het wachten begint…
Doe het rustig aan, maar ga ook weer niet al te erg wachten tot het moment dat je kindje met de eerste krachtige wee laat merken dat hij naar buiten wil komen. Het kan nu gebeuren, maar ook nog vijf weken duren. Gebruikelijk worden baby's tussen week 38 en 42 geboren.

De baby bij 38 weken zwangerschap
Je baby is met 38 weken voldragen. Zelfs al zijn er nog twee weken te gaan voor de uitgerekende datum. De meeste baby's worden binnen twee weken voor of na de uitgerekende geboortedatum geboren. Je zult dus waarschijnlijk bevallen in de komende vier weken!
Je kindje is nu ca. 48 cm en weegt ongeveer 3200 gram. Je baby is nu echt helemaal af en kan ieder moment geboren worden. De laatste donshaartjes vallen uit terwijl het haar op zijn hoofd langer wordt. Die laatste weken wordt zijn vetlaagje nog iets dikker, hij komt dan nog zo’n 20 à 30 gram aan per dag. Op die manier bouwt hij een reserve op, zodat hij die eerste dagen na de geboorte rustig kan wennen aan de borst- of flesvoeding.
De meeste baby's worden geboren tussen de 37 en 42 weken zwangerschap. Het is niet abnormaal als je je nu moe en futloos voelt, je draagt namelijk al heel wat gewicht mee, wat het er niet makkelijker op maakt. Je baby schudt nog de laatste donshaartjes van zich af. Bij een te vroeg geboren baby zie je nog veel donshaartjes zitten. Je baby groeit nu nauwelijks meer, hij komt hoogstens nog 20-30 gram per dag aan. Dit kun je zien als een reserve voor na de bevalling.
De ruimte in je baarmoeder wordt kleiner en je baby zit steeds strakker ‘verpakt’. Je kindje kan hierdoor minder vrij bewegen én minder hard schoppen. Dit kan ervoor zorgen dat je wat minder duidelijke of zachtere bewegingen voelt. Toch zou je je baby elke dag evenveel moeten voelen als eerder. Heb je een dag niks gevoeld, of maak je je zorgen? Bel dan je verloskundige.
Terwijl jij de tekenen voor bevalling in de gaten houdt, verliest je baby lanugo. Dat zijn de fijne haartjes die zijn lichaam maandenlang bedekten. Hij heeft misschien nog wat op zijn schouders, voorhoofd of nek als hij wordt geboren. Hij zal ook de meeste vernix hebben verloren. Dit is de romige wasachtige substantie die zijn huid beschermde tegen het vruchtwater. Een deel hiervan eindigt in de darmen van je baby, in het meconium. Meconium is de eerste ontlasting van je baby en heeft een groen-zwarte kleur in een teerachtige substantie.

De zwangerschap rond 38 weken
Nu je misschien al in zwangerschapsverlof bent lijkt het wachten nog langer te duren. De kans dat je nu bevalt wordt elke dag groter. Het is ook heel normaal dat je deze laatste weken spannend vindt. Wees niet bang om je bezorgdheden rond de bevalling met je gynaecoloog of vroedvrouw te bespreken.
Nu de omvang van je buik op zijn hoogtepunt zit is het niet abnormaal dat je je soms opgeblazen voelt. Je baarmoeder is nu heel groot en oefent veel druk uit op de omliggende organen, zoals de darmen, de maag en de blaas. Symptomen die daardoor de kop kunnen opsteken op 38 weken zwangerschap zijn onder andere…
Naarmate je baby groeit, oefent hij meer druk uit op je blaas. Die is nu ongeveer zo plat als een pannenkoek. Je gaat waarschijnlijk ook vaker naar de wc dan je ooit voor mogelijk hield! Drink daarom genoeg water zodat je vochtgehalte op peil blijft.
Je hebt alles geregeld: je partner heeft continu zijn telefoon bij zich en je vluchtkoffertje staat klaar. Je lichaam maakt al borstvoeding aan. Het kan dat je borsten al wat melk lekken. Doe dan een zoogkompres in je bh. Je borsten bereiden zich tijdens de zwangerschap uit zichzelf voor om je kindje na de geboorte meteen te kunnen voeden. Dit kan, vooral tijdens de laatste maanden, gepaard gaan met de productie van colostrum of voormelk (een geelachtige transparante vloeistof) die uit je tepels komt. Het wel of niet lekken van moedermelk tijdens de zwangerschap zegt trouwens niets over het al dan niet lukken van de borstvoeding.
Nu de bevalling steeds dichterbij komt, spoken er waarschijnlijk heel wat vragen door je hoofd, zoals wanneer gaat het beginnen, ga ik de weeën aankunnen, hoe zal alles verlopen, enz. Bevallen is dan ook erg spannend, niet enkel bij je eerste kindje, maar evengoed bij je tweede of derde.
Voorbereiding op de bevalling
Nu je met verlof bent en je huis waarschijnlijk babyklaar is, kan de verveling toeslaan. Toch is het belangrijk om deze tijd te benutten.
Informatie en planning
In de meeste ziekenhuizen zijn er informatiebrochures aanwezig over de bevalling, daarin vind je vaak ook de meest gestelde vragen. Je kunt er ook gewoon naar vragen bij je verloskundige. Er bestaan ook veel mama-community’s op het internet waar je vragen kunt stellen aan andere mama’s, maar wees kritisch bij het lezen van de antwoorden.
Denk al goed na over wie je bij de bevalling wilt, wanneer jullie de familie gaan inlichten over de geboorte, etc. Ook als je al een kindje hebt is het verstandig om te regelen wie voor opvang kan zorgen als jullie naar het ziekenhuis moeten vertrekken. Bespreek zeker ook nog eens met de gynaecoloog wat je eventueel wel en niet wilt tijdens de bevalling, dat kan gaan over pijnbestrijding, in welke houding je wilt bevallen, etc.
Overloop je notities van de zwangerschapscursus en beslis in welke positie je wilt bevallen. Sommige vrouwen kiezen ervoor om rechtopstaand weeën op te vangen, terwijl anderen het gemakkelijker vinden op handen en voeten. Weer anderen brengen veel tijd door in een schommelstoel. Het helpt als je de verschillende posities nu al uitprobeert.
Heb je al een kinderzitje voor in de auto? Als dat niet zo is, ga onmiddellijk naar de winkel! Je moet een kinderzitje in je auto hebben gemonteerd om je baby veilig (en wettelijk) van het ziekenhuis naar huis te kunnen vervoeren. Onthoud dat slechts 5 procent van alle baby's op de uitgerekende datum wordt geboren. Dit plan je dus echt best op voorhand.
Stimuleren van de bevalling
Heb je genoeg van dat lange wachten, dan kun je allerlei trucjes proberen om de bevalling op te wekken. Misschien het meest voor de hand liggende wat je kunt proberen is bewegen. Bepaalde voeding zou kunnen helpen, zoals bijvoorbeeld ananas. Een goede vrijpartij zou ook kunnen helpen. Een orgasme laat de baarmoeder namelijk samentrekken, net zoals een wee de baarmoeder laat samentrekken.
De gynaecoloog kan proberen om de vliezen van de baarmoederwand rondom de baarmoedermond te scheiden, dat noemen ze strippen. Door het losmaken van de vliezen zal je lichaam prostaglandine aanmaken, de stof die ervoor zorgt dat de weeën op gang komen. Dit is momenteel de enige bewezen, natuurlijke manier om de weeën te proberen op te wekken.
Uit onderzoek is gebleken dat wanneer er tussen 41 en 42 weken zwangerschap gestript wordt, de kans vergroot wordt dat de bevalling zelf op gang komt. Dat komt omdat bij het loswoelen van de vliezen, hormonen vrijkomen (prostaglandines) die nodig zijn om de bevalling op gang te brengen. Strippen is het meest effectief vanaf 41 weken.

Medische controles en ingrijpen
Verloopt je zwangerschap zonder problemen? En ben je tussen de 41 en 42 weken zwanger? Vaak verwijst de verloskundige je dan in overleg met jou en de gynaecoloog 1 of 2 keer naar het ziekenhuis voor controle. Bij die controle kijkt de gynaecoloog of jij en je baby nog steeds in goede conditie zijn. Hiervoor wordt onderzoek gedaan met een echo en een cardiotocograaf (CTG).
Een Cardiotocograaf (CTG) is een apparaat om de hartslag van de baby te meten. Je krijgt twee banden om je buik met daaronder twee meet-apparaatjes. Het ene apparaatje meet de hartslag van de baby. Het andere apparaatje meet of je buik aanspant. Het CTG meet ongeveer 45 minuten de hartslag van de baby. Ook zie je op het apparaat of je buik regelmatig aanspant of niet.
Met een echo kijkt de verloskundige of gynaecoloog naar de hoeveelheid vruchtwater van de baby. Vruchtwater wordt in het 1e trimester door de placenta gemaakt. Weinig vruchtwater kan betekenen dat de placenta minder goed werkt. Is de hoeveelheid vruchtwater duidelijk afgenomen? De verloskundige of gynaecoloog bespreekt de uitkomsten van de onderzoeken met jou.
Sommige vrouwen vinden het niet fijn om tot 42 weken af te wachten. Ben je tussen de 41 en 42 weken zwanger en wil je ingeleid worden? Dan kun je dat bespreken met je verloskundige en gynaecoloog. Vraag daarbij uitleg over wat het voor jou betekent en wat het voor je baby betekent. Wat is in jouw situatie de kans dat jij met je baby langer in het ziekenhuis moet blijven voor extra controles? Bedenk daarnaast wat jij en je partner het belangrijkste vinden. Bijvoorbeeld: hoe belangrijk vind je het dat de bevalling spontaan op gang komt? Kijk samen met je gynaecoloog of verloskundige naar jouw voorkeuren en hoe het met jou en je baby gaat.
Vanaf 41 weken zul je ongeveer om de dag een controle hebben waarbij je bloeddruk wordt gemeten, de groei en ligging van de baby worden gecontroleerd en naar het hartje wordt geluisterd. Soms wordt ook een CTG gemaakt, een hartfilmpje van de baby, om de hartslag langer in de gaten te houden indien nodig.
Inleiden van de bevalling
Aan het einde van de 41e week word je verwezen voor een controle in het ziekenhuis om een datum te bepalen voor het inleiden van de bevalling indien het niet zelf begint. Tijdens de afspraak in het ziekenhuis wordt besproken welke manier van inleiden er zijn en wat voor jou het beste zal werken.
Meestal wordt de bevalling ingeleid door het plaatsen van een ballonnetje met (steriel) water in de baarmoedermond. Dit ballonnetje kan ook worden geplaatst als er nog geen ontsluiting is. Soms wordt een inleiding ook voor de 41-42 weken zwangerschap voorgesteld.
Bij een inleiding komt het voor dat de vliezen worden gebroken als je al een beetje ontsluiting hebt en het ballonnetje niet meer nodig is. Hierdoor kan de bevalling worden versneld en kan het lichaam zelf weeën gaan maken. Ook kan er - mocht dit nodig zijn - een schedelelektrode op het hoofdje van de baby worden geplaatst om zijn of haar conditie beter in de gaten te kunnen houden. Dit wordt bijvoorbeeld voorgesteld als de registratie via het CTG niet zo goed zichtbaar is.
Het breken van de vliezen heeft echter ook een nadeel. Bij intacte vliezen zorgt het vruchtwater in je vliezen tijdens de ontsluitingsfase voor een gelijkmatige spreiding van de kracht van de weeën over de baarmoeder, waardoor de weeën minder intens zijn.
Meestal wordt de inleiding gestart met het plaatsen van het ballonnetje. Als die is uitgevallen of de vliezen zijn gebroken, wordt synthetische oxytocine (Syntocinon) gegeven via een infuus. Oxytocine zorgt ervoor dat de baarmoeder gaat samentrekken en weeën gaat maken. Er is een belangrijk verschil tussen lichaamseigen en synthetische oxytocine; synthetische oxytocine gaat niet door de hersenbarrière en geeft daardoor niet het gelukzalige gevoel wat je normaal gesproken door oxytocine krijgt. Waar je lichaam bij het vrijkomen van lichaamseigen oxytocine ook endorfines aanmaakt, gebeurt dit niet bij synthetische oxytocine.
Er zitten nadelen aan het inleiden van de bevalling. Zo is er vaak sprake van veel heftigere weeën die elkaar al vanaf het begin snel opvolgen. Waar bij een bevalling die natuurlijk op gang is gekomen, juist een rustigere opbouw is. Het is goed je hierop voor te bereiden en te bespreken met je partner (en met het ziekenhuis), wat je bevalwensen zijn tijdens een inleiding. Zo kan soms bijvoorbeeld langer worden afgewacht tot de synthetische oxytocine wordt gegeven als de vliezen zijn gebroken. Je kunt aangeven dat je wilt dat het infuus niet te snel omhoog wordt gezet. Zo voorkom je dat je overrompeld wordt omdat het ineens te hard gaat en houd je ook bij een medische bevalling de regie.
Je kunt vaak ook tijdens een inleiding gebruik maken van een bevalbad wat zorgt voor endorfine aanmaak en ontspanning. Hetzelfde geldt voor een TENS-apparaat. De stimulatie van de elektrodes zorgt juist voor endorfine aanmaak.
Net als bij elke andere bevalling is het ook bij een ingeleide bevalling goed om in beweging te blijven. Door van houding te wisselen en in beweging te blijven, verdeel je de druk die je in je bekken voelt wat pijnstillend werkt. Het zorg ook voor effectieve weeën en je maakt ruimte in je bekken voor de geboorte van je kindje. Heb je een ruggenprik (epiduraal), ook dan kun je van houding wisselen terwijl je op bed ligt.
Bij een inleiding word je meestal aangesloten op een CTG. Hiermee worden de weeën en de hartslag van je kindje geregistreerd. Wat voor jou de beste keuze is, valt niet op voorhand te zeggen. Maar het is wel goed om je bewust te zijn dat elke interventie - dus ook een inleiding - voor- en nadelen heeft.
Bevalling animatie
Na de bevalling: de kraamtijd
Hoera, je kindje is geboren! Van harte gefeliciteerd! Wat een groot geluk! En daar lig je dan na je bevalling, als alles goed is gegaan, met je kindje in je armen. Het begin van je kraamtijd kan gaan beginnen. Die eerste dagen met je kindje zijn heel prachtig, bijzonder, onwennig en uniek. Deze periode komt niet meer terug.
Fysiek herstel
Negen maanden lang gieren de hormonen door je lichaam tijdens je zwangerschap. Op het moment dat je bevallen bent en de placenta verlaat je lichaam gaan je hormonen weer op volle toeren werken. De hoeveelheid oestrogeen en progesteron daalt sterk en binnen 24 uur zitten deze hormonen weer op het niveau van voor je zwangerschap. Door deze hormoonschommeling en het feit dat je leven zo veranderd is, is het heel normaal dat je je de eerste dagen emotioneel voelt. Je voelt je moe, huilerig, gespannen en onzeker, maar na ongeveer 2 weken is dit meestal al weer voorbij.
Na je bevalling is je buik ineens leeg. Een vreemde gewaarwording tijdens je kraamtijd, want die dikke buik was zo vertrouwd geworden. Je baarmoeder krimpt na je bevalling gedurende een aantal weken weer terug naar de oorspronkelijke grootte. Hier kun je flinke naweeën van hebben, zeker als het niet je eerste bevalling is.
Na de bevalling verlies je nog een aantal weken bloed. In het begin is dit het meeste, met mogelijk stolsels. Na een paar dagen gaat dit over in een flinke en dan een normale menstruatie. De hoeveelheid bloedverlies verschilt per persoon. Na enige tijd komt er steeds minder bloed, wel gaat het dan wat meer ruiken. Je kunt tot ongeveer 6 weken na je bevalling nog vloeien. Zolang je vloeit mag je niet in bad en kun je geen tampons gebruiken.
Na je bevalling is het aan te raden om je baby binnen het uur aan je borst te leggen. Vervolgens de eerste dagen hierna zo vaak mogelijk. Dit om te bewerkstelligen dat je borstvoeding goed op gang komt. Ook verminder je daarmee de stuwing. Op dag twee à drie na je bevalling kunnen je borsten namelijk flink gaan stuwen, doordat de melkproductie op gang komt. Dit kan erg pijnlijk zijn.
De eerste dagen na je bevalling kan het pijnlijk zijn om te plassen. Vaak geeft het een heel branderig gevoel. De eerste tijd na de bevalling moet je dan ook naspoelen met lauw water nadat je naar de wc bent geweest. Het is dan ook het beste om eerst het water te laten stromen en dan te plassen. Nog vervelender vinden de meeste vrouwen het om de eerste keer te poepen na de geboorte. Het lijkt namelijk net alsof je weer moet persen.
Wanneer je bevalling een keizersnede is geworden, heb je hier natuurlijk veel last van. Een keizersnede is een pittige operatie waar je goed van moet herstellen. Daarnaast moet je bij een keizersnede ook een aantal dagen in het ziekenhuis blijven.

Emotioneel welzijn en de partner
Dit alles kan zorgen voor de beruchte kraamtranen. Ons advies is ze lekker te laten komen. Bezoek af te bellen en je in de watten te laten leggen. Bijna elke pas bevallen vrouw heeft er in meer of mindere mate last van.
En dan is er natuurlijk je baby. Hierin is ook alles nieuw. Poept en plast hij goed, moet ik hem 's nachts wakker maken om te drinken? Er spelen vaak veel vragen door je hoofd. Leg een kladblokje neer naast je bed en noteer alle vragen die je hebt voor de kraamverzorgende of verloskundige. Daarnaast is er altijd iemand beschikbaar, 24 uur per dag, voor als je het echt even niet meer weet.
En dan is er ook nog je partner. Hoe reageert die op de baby, op de bevalling, wat gebeurt er allemaal met je partner? Naast het feit dat je partner jullie kind aan moet gaan geven, zijn er voor hem of haar ook een heleboel vragen ontstaan. Als het kan is het geweldig om je partner mee te laten kramen. Je partner kan door de kraamverzorgende uitgelegd krijgen hoe je een luier omdoet, hoe de kleine in bad gaat, temperaturen, noem maar op. Als je partner vanaf het begin betrokken wordt bij de kleine dan zal dat de band zeker goed doen.
Verzorging van de baby
Voor alle kinderen geldt: 10 microgram vitamine D per dag, ongeacht het type voeding. Niet alleen borstgevoede kinderen horen dus de dagelijkse druppeltjes te krijgen vanaf 8 dagen na de geboorte, maar ook kinderen die kunstvoeding krijgen. Vitamine D speelt een belangrijke rol bij de celgroei en celdeling van onder andere het immuunsysteem.
Een baby heeft van nature een grote zuigbehoefte. Hij kan, hoe klein hij ook is, heel krachtig zuigen. Dat hoort bij zijn overlevingspakket: door vaak en krachtig te zuigen brengt hij de melkproductie bij zijn moeder op gang en verzekert hij zich van voldoende voeding nu en in de komende dagen, weken, maanden en jaren.
Als de baby zijn zuigbehoefte aan een fopspeen, de pink of zijn eigen duim bevredigt, kan het moeilijker voor hem zijn om genoeg melk binnen te krijgen en wordt het moeilijker om op korte en/of langere termijn de productie goed op peil te houden.

Nacontrole
Na ongeveer 8 dagen zal de verloskundige die geregeld tijdens de kraamweek bij je langs kwam of gebeld heeft je kraambed afsluiten als alles goed gaat. Sommige verloskundigen maken een afspraak na zes weken om je op de praktijk nog eens te zien. Tijdens dit bezoek zal dan onder andere je ijzergehalte bekeken worden, je bevalling nog eens doorgenomen worden en aan de hand van jouw vragen bekeken worden wat je nog wilt weten.