Prof. dr. G.W.E. Gijs Santen: Pionier in Klinische Genetica en Prenatale Diagnostiek

Profiel en Expertise

Prof. dr. G.W.E. Gijs Santen bekleedt de functie van hoogleraar en afdelingshoofd van de Klinische Genetica aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Binnen deze afdeling, waar ongeveer 130 medewerkers samenwerken, biedt men optimale klinisch-genetische zorg, zowel poliklinisch als via het diagnostisch laboratorium. Tevens is hij coördinator van het expertisecentrum voor aangeboren afwijkingen en verstandelijke beperking.

De Klinische Genetica richt zich op het vaststellen van genetische oorzaken van vaak zeldzame aandoeningen. Hierbij staat de patiënt centraal: de bevindingen en bijbehorende adviezen worden op een begrijpelijke manier gecommuniceerd, zodat de patiënt deze kennis kan toepassen. Daarnaast wordt er binnen dit vakgebied veel onderzoek verricht.

Illustratie van een DNA-helix met medische symbolen

Onderzoeksfocus en Innovatie

Een belangrijke focus binnen de leerstoel van prof. Santen is de ontwikkeling en implementatie van nieuwe technieken in de genetische diagnostiek. Een recent voorbeeld hiervan is de implementatie van exoomsequencing voor zwangerschappen waarbij een echo-afwijking wordt vastgesteld. Dit stelt artsen in staat om veel vaker voorkomende kleinere genetische mutaties al tijdens de zwangerschap te identificeren.

Een tweede belangrijk onderzoeksgebied betreft translationeel onderzoek naar genetische oorzaken van ontwikkelingsstoornissen, met een specifieke focus op het Coffin-Siris syndroom. Dit onderzoek omvat het ontdekken van causale mechanismen, het beschrijven van de kenmerken van het syndroom om betere patiëntvoorlichting te kunnen bieden, en het uitvoeren van klinische studies ter verbetering van de behandeling. Dit multidisciplinaire onderzoek vindt plaats binnen consortia zoals ProMiSe, dat is ontstaan uit een NWA-ORC subsidie en past binnen de route ‘Personalised Medicine’.

Opleiding en Carrière

Gijs Santen studeerde Biofarmaceutische Wetenschappen en Geneeskunde aan de Universiteit Leiden. Op 10 september 2008 promoveerde hij aan het Leiden Academic Center for Drug Research onder begeleiding van prof. Meindert Danhof op het proefschrift ‘To fail or not to fail: clinical trials in depression’. Na zijn coschappen begon hij in 2011 met de opleiding tot Klinisch Geneticus, die hij in 2016 afrondde.

In 2013 ontving hij de Gisela Thier fellowship, waarmee hij onderzoek deed naar het Coffin-Siris syndroom. Door de jaren heen heeft hij zich, samen met zijn team, ingezet voor de implementatie van nieuwe diagnostische technieken, waaronder exoomsequencing voor zwangerschappen met aangeboren afwijkingen.

Per 1 januari 2023 werd hij benoemd tot afdelingshoofd Klinische Genetica, en per 1 juni 2024 tot hoogleraar Klinische Genetica. Zijn oratie wordt in de loop van 2025 verwacht.

Prenatale Diagnostiek en Patiëntkeuzes

De klinische genetica heeft de afgelopen jaren aanzienlijke vooruitgang geboekt. Nieuwe technieken vergroten de kans op het vinden van een genetische oorzaak van ontwikkelingsstoornissen. Het LUMC was het eerste ziekenhuis in Nederland dat routinematig de meest uitgebreide genetische testen aanbood bij zwangere vrouwen met echo-afwijkingen. Via een vlokkentest of vruchtwaterpunctie kan het DNA van het ongeboren kind worden onderzocht, waardoor de genetische test vroegtijdig in het zorgtraject plaatsvindt.

“Dat geeft ouders tijd,” aldus Santen. Hij benadrukt dat het doel van genetische diagnostiek niet is om genetische aandoeningen te voorkomen, maar om de reproductieve autonomie te vergroten. Santen koppelt de medische diagnose altijd aan de impact ervan op het dagelijks leven van het kind in de toekomst. Hij bespreekt met ouders de kansen op zelfstandig leven en de verwachte benodigde zorg. Onderzoek toont aan dat goede voorlichting leidt tot minder twijfel en hogere tevredenheid over de uiteindelijke beslissing.

Infographic die het proces van prenatale exoomsequencing uitlegt

Een studie naar de consequenties van prenatale exoomsequencing voor twintig zwangere vrouwen toonde aan dat de uitslag bij veertien van hen invloed had op hun keuzes, variërend van het besluit om de zwangerschap voort te zetten tot het plannen van opvang na de geboorte. Ouders gaven aan zich na de test zekerder te voelen over hun beslissingen. “Wat deze test doet is voorkomen dat ouders na de geboorte overvallen worden.”

Hoewel genetische testen steeds beter worden, blijven er beperkingen. Een genetische diagnose zegt niet altijd iets over de specifieke uiting van een aandoening. Santen illustreert dit met het voorbeeld van het Downsyndroom, waarbij de functionele capaciteiten sterk kunnen variëren. Daarnaast is er nog veel onbekend terrein in ons DNA. Wat ooit als ‘junk-DNA’ werd beschouwd, blijkt nu vaak een cruciale rol te spelen bij het reguleren van processen zoals transcriptie. Toch wordt bij ongeveer 50% van de kinderen met een ontwikkelingsstoornis geen genetische oorzaak gevonden, mogelijk door een samenspel van meerdere genen.

Embryo Editing en Alternatieven

De ontwikkeling van technieken voor embryo editing, waarbij een ziek embryo-gen wordt aangepast om potentieel een gezonde baby te produceren, roept vragen op bij de koepelorganisatie van klinisch genetici, de VKGN. Hoewel het onderzoek, gepubliceerd in Nature, in principe wordt toegejuicht, temperen experts als Frederik Hes en Gijs Santen de verwachtingen over directe toepassingen.

Het corrigeren van een ziek gen garandeert geen gezond kind, omdat het embryo mogelijk nog andere aandoeningen kan hebben. Santen merkt op dat het kind weliswaar geen verhoogde kans meer heeft op de specifieke gecorrigeerde ziekte, maar dat dit geen garantie is voor algehele gezondheid. De klinisch genetici hebben meer vertrouwen in de reeds beproefde Preïmplantatie Genetische Diagnostiek (PGD). Deze techniek, die al in Nederland wordt toegepast, maakt het mogelijk om embryo's die ontstaan via IVF te screenen op erfelijke aandoeningen, waarna een gezond embryo kan worden geselecteerd.

Schema dat het verschil tussen PGD en embryo editing visualiseert

Santen geeft aan dat PGD de voorkeur heeft, aangezien een gezond embryo zich doorgaans normaal ontwikkelt, terwijl de ontwikkeling van een gecorrigeerd embryo minder voorspelbaar is. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat een gecorrigeerd embryo niet gelijkstaat aan een natuurlijk gezond embryo, is dit nog onvoldoende onderzocht. Het voordeel van nieuwe technieken zoals CRISPR-Cas ten opzichte van bestaande methoden is momenteel beperkt voor de klinische praktijk.

PGD biedt echter niet altijd uitkomst. In situaties waarin enkel embryo's met de betreffende kwaal worden gevonden, kan embryo reparatie wel degelijk zinvol zijn. De nadelen van IVF, zoals de relatief lage kans op zwangerschap (30-40%), blijven echter bestaan, ongeacht de reparatietechniek.

Toekomstperspectief en Bredere Verantwoordelijkheid

De VKGN staat open voor het verruimen van de embryowet om meer onderzoek in Nederland mogelijk te maken, met als primair doel ziekten beter te begrijpen. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het gebruiken van gekweekte embryo's voor ziekteonderzoek en het repareren van embryo's met genetische effecten voor plaatsing in de baarmoeder. De verwachtingen van ouders op dit gebied moeten worden getemperd.

Santen ziet mogelijkheden om genetische testen breder en slimmer in te zetten. Hij pleit voor genetische screening op maat, gekoppeld aan levensfasen. Bij pasgeborenen kan gericht worden getest op direct relevante aandoeningen, terwijl op latere leeftijd, bijvoorbeeld bij een kinderwens, het genetisch profiel opnieuw kan worden geanalyseerd op mogelijke risico's.

Tot slot benadrukt Santen de bredere verantwoordelijkheid van zorgprofessionals, ook op het gebied van duurzaamheid. Hij wijst op de CO₂-uitstoot van de zorgsector en pleit voor praktische maatregelen zoals videoconsulten, het testen van één in plaats van twee buisjes bloed, en het reizen met de trein naar congressen. Dit sluit aan bij de gedragscode van de artsenfederatie KNMG.

Wat is exoomsequencing? | Genetica 101 | Ambry Genetics

tags: #gijs #santen #embryo