De gemiddelde duur van een eerste bevalling

Tegen het einde van de zwangerschap groeit de nieuwsgierigheid naar de baby en de naderende geboorte. Veel aanstaande ouders vragen zich af hoe lang de bevalling zal duren en hoe deze zal verlopen. Hoewel elke bevalling uniek is, zijn er gemiddelden en fasen die houvast kunnen bieden.

De fasen van een bevalling

Een bevalling kan worden opgedeeld in verschillende fasen, die elk hun eigen kenmerken hebben. Deze fasen, waaronder de ontsluitingsfasen, de uitdrijving en de nageboorte, helpen om de voortgang van de bevalling te begrijpen. Het is belangrijk te weten dat de pijn niet constant is; tussen de weeën door is er vaak ruimte voor rust en herstel.

De eerste ontsluitingsfase: het begin van de bevalling

De eerste fase van de ontsluiting kenmerkt zich door het zachter worden en openen van de baarmoedermond. Deze fase kan, met een duur van zo'n 12 tot 14 uur, het langst duren. Niet iedereen ervaart dit direct als het begin van de bevalling. Het verliezen van de slijmprop, een helderroze of licht bloederige afscheiding, kan een teken zijn dat de baarmoederhals zich begint te openen. In deze fase is het soms lastig om onderscheid te maken tussen oefenweeën en echte weeën. Naarmate de bevalling vordert, worden de weeën regelmatiger, met intervallen van ongeveer 5 tot 10 minuten. Bij een tweede of volgende bevalling verloopt deze fase vaak aanzienlijk sneller.

Tijdens de eerste ontsluitingsfase is het raadzaam om:

  • Te wandelen.
  • Een douche of bad te nemen.
  • Naar ontspannende muziek te luisteren.
  • Ademhalings- of ontspanningstechnieken toe te passen.
  • Van houding te veranderen.
  • Massage te ondergaan.

Bij een ongecompliceerde zwangerschap is het mogelijk om het grootste deel van de eerste weeën thuis door te brengen. De verloskundige zal adviseren wanneer het tijd is om naar het ziekenhuis of geboortecentrum te gaan. Bij gebroken vliezen of hevig vaginaal bloedverlies is het cruciaal om onmiddellijk contact op te nemen met de verloskundige of gynaecoloog.

Wanneer de verloskundige bellen?

Neem contact op met je verloskundige of gynaecoloog in de volgende situaties:

  • Je weeën zijn regelmatig (ongeveer elke 5 minuten) en houden minstens 60 seconden aan.
  • Je vliezen breken.
  • Je weeën zijn zeer intens en je voelt behoefte aan pijnverlichting.
  • Je maakt je ergens zorgen over.

Het kan voorkomen dat je, indien je te vroeg naar het ziekenhuis gaat, geadviseerd wordt om tijdelijk naar huis terug te keren. Eenmaal de bevalling op gang is, zal de verloskundige de voortgang regelmatig controleren en ondersteuning bieden, inclusief pijnverlichting indien nodig.

Vrouw die weeën opvangt met ademhalingstechnieken

De tweede en derde ontsluitingsfase: intensivering van de weeën

De tweede ontsluitingsfase duurt doorgaans enkele uren. De weeën worden heftiger en pijnlijker, met een frequentie van ongeveer elke 5 minuten en een duur van een minuut. Tegen deze tijd is de baarmoedermond ongeveer 4 cm geopend; gemiddeld duurt elke centimeter ontsluiting ongeveer een uur. In deze fase is het tijd om de verloskundige te bellen voor een thuisbevalling of naar het ziekenhuis te gaan. De derde, laatste ontsluitingsfase, kan variëren van een half uur tot twee uur, tot het moment van volledige ontsluiting (10 cm). De weeën duren dan 1 tot 1,5 minuut en komen elke 2 à 3 minuten terug. Dit is een uitdagende periode vanwege de toenemende druk, terwijl persen nog niet is toegestaan.

De uitdrijvingsfase: de geboorte van de baby

Zodra de baarmoederhals volledig is ontsloten, begint de baby aan zijn reis door het geboortekanaal. De drang om te persen kan ontstaan, vergelijkbaar met de aandrang om naar het toilet te gaan. Indien deze persdrang aanwezig is, is het passend om te persen. Bij vrouwen die een ruggenprik hebben gehad, kan deze persdrang soms afwezig zijn.

De duur van de uitdrijvingsfase bij een eerste kind varieert meestal van 1 tot 1,5 uur, hoewel het ook sneller kan gaan. Het actieve meewerken tijdens het persen kan deze fase intenser, maar ook gevoelmatig sneller laten verlopen.

Illustratie van het geboortekanaal met de baby die naar buiten komt

De bevalling en het hoofdje van de baby

Wanneer het hoofdje van de baby bijna geboren is, zal de verloskundige instrueren om even te stoppen met persen en rustig door de mond te ademen. Dit zorgt voor een geleidelijke geboorte van het hoofdje, waardoor het perineum (het gebied tussen vagina en anus) zich kan uitrekken. Soms wordt een episiotomie (een knip) uitgevoerd om scheuringen te voorkomen of de bevalling te bespoedigen. Na de geboorte van de baby wordt de eventuele knip of scheur gehecht.

Direct na de geboorte van de baby kan deze huid-op-huid contact hebben met de moeder tijdens het 'gouden uur'.

De nageboorte: de placenta

Na de geboorte van de baby komen de weeën nog even terug om de placenta (moederkoek) los te laten. Dit proces duurt maximaal een uur en helpt de placenta in het geboortekanaal te krijgen. Na een zachte persbeweging wordt de placenta geboren. De verloskundige of gynaecoloog onderzoekt de placenta op volledigheid om bloedingen en infecties te voorkomen. Eventuele scheurtjes in de vagina worden eveneens gehecht.

Gedurende de dagen na de bevalling kunnen naweeën optreden, doordat de baarmoeder weer krimpt naar de oorspronkelijke grootte.

1. Fases van de bevalling

Gemiddelde duur van zwangerschap en bevalling

Hoewel de uitgerekende datum een indicatie geeft, wordt slechts een klein percentage baby's precies op die dag geboren. De meeste baby's worden voldragen tussen de 37 en 42 weken zwangerschap. Pas na 42 weken spreekt men van 'over tijd' (serotiniteit).

Feiten op een rij:

  • De meeste baby’s zijn voldragen tussen de 37 en 42 weken.
  • Ongeveer 5% van alle baby’s wordt geboren op de uitgerekende datum.
  • 80% van de vrouwen bevalt vóór de 41 weken.
  • De meeste vrouwen bevallen tussen de 40 en 41 weken.
  • De gemiddelde zwangerschapsduur van een eerste zwangerschap is 40 weken en 5 dagen.
  • De gemiddelde zwangerschapsduur van een volgende zwangerschap is 40 weken en 3 dagen.

Rond de uitgerekende datum wordt vaak besproken hoe om te gaan met een eventuele overschrijding. Opties kunnen zijn het afwachten van een spontane bevalling of het inleiden ervan. Bij controles na 41 weken wordt de gezondheid van de baby en de hoeveelheid vruchtwater beoordeeld, waarna een gesprek over de voor- en nadelen van inleiden of afwachten plaatsvindt.

Wat te doen bij een bevalling die niet vordert?

Als de bevalling na 41 weken nog niet op gang is gekomen, kunnen controles in het ziekenhuis plaatsvinden. Hierbij wordt een CTG (hartfilmpje van de baby) gemaakt en een echo om de hoeveelheid vruchtwater te controleren. Indien de controles goed zijn, is er geen directe medische noodzaak voor inleiding. Er wordt dan informatie gegeven over de verschillen tussen inleiden en afwachten, aangezien de risico's na 41 weken zwangerschap licht toenemen.

Bij een keuze voor inleiding wordt een afspraak gemaakt en informatie verstrekt over het proces. In sommige gevallen, bij een gunstige baarmoedermond, kan na overleg met de gynaecoloog de bevalling thuis of in het ziekenhuis op gang worden gebracht door de vliezen te breken. Als men kiest voor afwachten en de kans op een spontane bevalling wil vergroten, kan strippen rond 41 weken worden aangeboden.

Na 42 weken zwangerschap nemen de risico's toe en wordt een inleiding geadviseerd.

Verschillende soorten bevallingen

De meeste kinderen worden vaginaal geboren, waarbij het hoofdje als eerste door het geboortekanaal gaat. In sommige gevallen is een stuitligging, waarbij de baby via de billen of voeten ter wereld komt. Een stuitbevalling is mogelijk, mits het bekken van de moeder ruim genoeg is.

De rol van de partner tijdens de bevalling is essentieel voor aanmoediging en ondersteuning.

Het breken van de vliezen en voorweeën

De slijmprop beschermt de baarmoeder tegen infecties en sluit de baarmoederhals af. Het verlies van de slijmprop, soms met wat bloed, wordt 'tekenen' genoemd en wijst op het langzaam openen van de baarmoederhals. De vliezen kunnen onverwacht breken, wat kan leiden tot het verlies van vruchtwater, druppelsgewijs of in een grote stroom. Het breken van de vliezen zelf doet geen pijn.

In de laatste weken van de zwangerschap kunnen voorweeën optreden: onregelmatige, licht pijnlijke samentrekkingen van de buik. Deze bereiden het lichaam voor op de bevalling.

Persweeën en de geboorte

Wanneer de baarmoederhals volledig is geopend, ontstaan persweeën die de baby door de vagina naar buiten duwen. De druk in het geboortekanaal is groot en het weefsel tussen vagina en anus wordt flink opgerekt. Een arts of vroedvrouw kan, indien nodig, een knip (episiotomie) geven om inscheuren te voorkomen. Dit gebeurt met een schaar vlak voordat het hoofdje geboren wordt. Na de bevalling wordt de knip gehecht.

Direct na de geboorte van het hoofdje wordt gecontroleerd of de navelstreng niet om de nek van de baby zit. Vervolgens worden de schouders geboren, waarna de rest van het lichaampje volgt.

De nageboorte en het herstel

Na de geboorte van de baby moet de moederkoek (placenta) geboren worden. Dit gebeurt door middel van nog enkele, minder heftige weeën. De placenta wordt onderzocht om zeker te zijn dat deze volledig is. Achtergebleven delen kunnen complicaties veroorzaken.

Het herstel na de bevalling vraagt om zachtheid. Producten voor herstel, ontspanning en zelfzorg kunnen hierbij ondersteunen. De kraamtijd kan overweldigend zijn, en informatie en tips kunnen helpen om te ontspannen en te genieten van de baby.

Pasgeboren baby op de borst van de moeder

Voorbereiding op de bevalling

Een goede voorbereiding op de bevalling kan helpen om met meer vertrouwen deze intense gebeurtenis tegemoet te zien. Kennis over de verschillende fasen, het herkennen van weeën en het toepassen van ademhalingstechnieken zijn waardevol. Een bevalplan opstellen met de partner kan rust geven en duidelijkheid scheppen over wensen.

tags: #gemiddelde #duur #bevalling #1e #kind