Het Leven van de Pinguïn: Van Broedsel tot Zee

Pinguïns zijn fascinerende vogels die zich volledig hebben aangepast aan een leven in de zee en aan de kustgebieden van het zuidelijk halfrond. Hoewel velen denken dat pinguïns uitsluitend op Antarctica leven, komen ze ook voor in warmere gebieden zoals Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. Zelfs op de Galapagoseilanden, tot aan de evenaar, worden ze aangetroffen. De pinguïn behoort tot de orde Sphenisciformes, klasse Aves (vogels), en onderscheidt zich duidelijk van andere vogelsoorten door zijn unieke aanpassingen aan extreme kou en het zeeleven, waaronder een warm verenkleed.

Illustratie van verschillende pinguïnsoorten in hun natuurlijke habitat

Voortplanting en Broedgedrag

Het voortplantingsseizoen van pinguïns wordt gekenmerkt door de terugkeer naar hun broedgebieden, vaak na duizenden kilometers zwemmen. De meeste pinguïns keren ieder jaar terug naar dezelfde plek om jongen te krijgen. Sommige zwemmen duizenden kilometers om er te komen, waarschijnlijk de zon gebruikend als gids.

Partnerschap en Verenigen

De mannetjes komen meestal als eerste aan bij het broedgebied. Pinguïns kiezen elk jaar weer dezelfde partner. Nadat ze de hele winter apart hebben doorgebracht op zee, is het terugvinden van elkaar op land een enorme klus. Ze gaan dan ook heel hard roepen en schreeuwen, in de hoop dat de ander een bekend geluid opvangt. "Elk jaar zoeken de partners elkaar op tijdens het broedseizoen. Het mannetje en vrouwtje maken dan balkende geluiden, waaraan zij elkaar tussen hun soortgenoten herkennen", vertelt Sander. Zo ook in DierenPark Amersfoort. Bij dit liefdeskoppel heeft het in ieder geval geleid tot het leggen van eieren.

Nestbouw en Broedmethoden

Nadat partners elkaar hebben teruggevonden, beginnen de voorbereidingen. Keizers- en de koningspinguïns bouwen geen nesten; zij broeden het ei uit op hun poten. Pinguïns die in warmere streken leven, zoals de Galapagospinguïns, maken hun nesten in gaten en holen en bekleden deze met takjes en bladeren. In koudere streken, waar meestal geen planten groeien die geschikt zijn voor nestbouw, verzamelen pinguïns stenen of maken ze een hol in de grond. Voor nesten die op de grond worden gebouwd, gebruiken pinguïns allerlei materialen, afhankelijk van wat er voorhanden is, zoals gras, takjes, zeewier, veren en mos.

Pinguïns, maar ook veel andere vogels, hebben onderaan hun buik een speciaal stukje huid waar weinig veren zitten. Dit wordt de broedplek genoemd. Tijdens het broeden passen de meeste pinguïnmannetjes en -vrouwtjes om de beurt op de eieren. Behalve bij de keizers- en de koningspinguïn, waar het mannetje het ei met zich meedraagt op de poten, terwijl het vrouwtje terugkeert naar zee om haar vetvoorraad aan te vullen. Als het jong na twee maanden wordt geboren, komt het vrouwtje terug met voedsel voor de baby.

Diagram dat het broedproces van pinguïns illustreert, inclusief de rol van de broedplek

Eieren en Uitkomst

Keizers- en koningspinguïns leggen één reuzenei, van maar liefst 11 centimeter. De meeste pinguïns leggen er twee, en de macaronipinguïn zelfs drie. Kuifpinguïns leggen twee eieren van verschillende grootte, die dus ook op verschillende momenten uitkomen, wat hen in staat stelt om niet twee baby's tegelijk te hoeven voeden. Het duurt 32 tot 68 dagen voordat een ei uitkomt. Bij de kuifpinguïns gebeurt dit op een zeldzame wijze: zij leggen met een tussenpoos van 6 dagen twee eieren. Het eerste ei is het kleinst, slechts half zo groot als het tweede. Meestal wordt enkel het tweede ei uitgebroed.

De meeste pinguïns krijgen één keer in het jaar jongen. Pinguïns verzamelen in hele grote groepen, kolonies genoemd, op het strand of een andere broedplaats. Hier worden de eieren in nesten gelegd en uitgebroed. Het is heel verschillend hoe lang het duurt voordat de eieren uitkomen. De kleinste pinguïns komen vrij snel uit het ei, ongeveer na drie weken. De grotere pinguïnsoorten hebben iets langer nodig, soms wel twee maanden. Bij de adeliepinguïn zijn de meeste kuikens al na 45 dagen volgroeid. Koningspinguïns vormen hierop een uitzondering, zij hebben 12 tot 14 maanden nodig om hun kuikens groot te brengen.

De Pinguïnkuiken: Ontwikkeling en Verzorging

De babypinguïn is blind bij de geboorte. Het kuiken heeft nog geen speklaag en ook het verenpak is niet waterdicht, waardoor het voorlopig niet het water in kan. Gelukkig heeft het een extra dik, donzen verenpak om de poolwind te doorstaan. Als de vader op zoek is naar eten, blijft de moeder bij het jong. Het voedsel bewaart de vader in zijn krop. Bij het nest braakt hij het uit, zodat het kuiken het papje kan eten. Pinguïnbaby's hebben altijd honger; hun ouders moeten elke dag vele keren naar de oceaan om voldoende vis te vangen.

Als het pinguïnkuiken groter wordt, gaat het naar de 'crèche'. Dit is een veilige en warme plek waar een groep ouders de wacht houdt, terwijl de andere pinguïnvaders en -moeders keihard werken om voldoende voedsel aan te slepen. Vaak zitten er duizenden jonkies tegelijk in de crèche. Wanneer kuikens uit het ei kruipen, zijn ze hulpeloos, blind en met dons bedekt, afhankelijk van de ouders. Hun donslaag is nog niet wind- en waterdicht. Enkele weken later lopen ze op hun korte beentjes rond en slaan met hun vleugels. Ze groeien enorm snel en worden in het begin alle dagen en nachten regelmatig gevoed.

Bij soorten waar twee kuikens zijn, ontstaat er strijd bij het voeden. Het sterkste kuiken krijgt als eerste eten. Zodra dit echter wat binnen heeft, wordt het door het tweede jong ingehaald en weggeduwd, omdat het kuiken dat het snelst is met een lege maag voedsel krijgt. Bij de adeliepinguïn, met hun lange staart en witte ring rond het oog, is dit proces ook zichtbaar.

Foto van een groep pinguïnkuikens in een 'crèche', verzorgd door enkele volwassen pinguïns

Verenkleed en Bescherming

Na twee tot vier maanden wordt het donzige verenpak omgeruild voor een grijs kleed. Pas na anderhalf tot twee jaar krijgen de kuikens ook hun bekende witte veren. Alle moderne volwassen pinguïns hebben een witte buik en een zwarte rug, wat dient als schutkleur tijdens het zwemmen. Het wit is het gevolg van het ontbreken van melanine, terwijl het zwart afkomstig is van gespecialiseerde melanosomen. Pinguïns hebben een dikke vetlaag vlak onder hun huid, waardoor ze goed warm kunnen blijven. Sommige pinguïns zijn zo goed beschermd tegen de kou dat ze zelfs oververhit kunnen raken.

Leefomgeving en Voedsel

Pinguïns leven in grote groepen, kolonies genoemd, op het land en langs de kust, niet ver van het water. Ze leven in de koudste wateren van de wereld, omdat in warmere wateren te veel vijanden, zoals haaien, te vinden zijn. De zwartvoetpinguïn is een uitzondering en leeft langs de woestijnkust van Zuid-Afrika, waar hij aan land niets te eten vindt, maar in de koude zee wel.

Pinguïns zijn carnivoren en vangen hun voedsel onder water. Ze eten voornamelijk vis, kreeftachtigen en kleine inktvisjes. De soorten die ze vangen, zijn zeer divers. De grootste soort, de keizerspinguïn, eet ijsvissen, krill en inktvissen. De koningspinguïn eet soms inktvissen, maar leeft voornamelijk van kleine lantaarnvissen. De drie kleinere soorten (adelie-, ezels- en stormbandpinguïn) leven hoofdzakelijk van krill. Aan de grootte en vorm van de snavel kan het favoriete voedsel worden afgeleid: konings- en keizerspinguïns die op pijlinktvis jagen, hebben een lange, tangvormige snavel, terwijl kleinere pinguïns met kortere, stompere snavels vis en krill eten. Een pinguïn kan een vis vasthouden door stekels op zijn tong. In verhouding tot hun lichaamsgewicht eten pinguïns erg veel; een pinguïn van 5 kilo kan wel 4 kilo vis per dag eten.

Onderzoek uit 2011 toont aan dat bepaalde soorten pinguïns, zoals de adeliepinguïn en de stormbandpinguïn, in de afgelopen 30 jaar sterk in aantal zijn afgenomen. Het vermoeden bestaat dat dit vooral te wijten is aan een drastische afname van hun natuurlijke voedsel, het krill. Ook de zwartvoetpinguïnpopulatie langs de Zuid-Afrikaanse kust is sterk afgenomen door klimaatverandering, waardoor hun voedselplaatsen slechter bereikbaar zijn geworden.

Infographic met de verschillende voedselbronnen van pinguïnsoorten en hun snavelvormen

Kenmerken en Aanpassingen

Pinguïns lopen niet, maar waggelen. Hun lichaam is zeer geschikt om zich in het water voort te bewegen. Tijdens het jagen op vissen trekken ze hun kop tussen hun schouders om beter te kunnen voortbewegen. Waar de meeste vogelsoorten vleugels hebben om mee te vliegen, gebruiken pinguïns hun vleugels om mee te zwemmen. Het lijkt alsof pinguïns door het water vliegen doordat ze hun platte vleugels op en neer slaan. Ze kunnen met een snelheid tot 30 km per uur door het water vliegen; de ezelspinguïn is hierin een kampioen, met snelheden tot 35 km per uur.

Pinguïns gebruiken hun vleugels om door het water te vliegen, net zoals andere vogels door de lucht vliegen. Om te ademen springt een pinguïn zonder af te remmen boven het water uit, net als dolfijnen vaak doen. Langs de Zuid-Afrikaanse kust is de populatie van de zwartvoetpinguïn de afgelopen decennia sterk afgenomen. Door klimaatverandering is hun voedselplaats namelijk slechter bereikbaar geworden.

Pinguïns hebben wel een probleem als ze nieuwe veren krijgen. Dat gebeurt elk jaar en duurt een paar weken. Dan moeten ze uit het water blijven en kunnen ze dus niet eten. In die tijd zien pinguïns er slonzig uit en staan ze ongelukkig te wachten tot het voorbij is.

Animatie die de hydrodynamische vorm van een pinguïn en de beweging van zijn vleugels onder water toont

Bedreigingen en Bescherming

Op het land zijn de belangrijkste vijanden van pinguïns ingevoerde landroofdieren zoals katten, honden en ratten. Vanuit de lucht zijn de voornaamste natuurlijke vijanden de zuidelijke reuzenstormvogel en jagers onder de zeevogels, alsmede ijshoenders en meeuwen. Deze vormen vooral een bedreiging voor de kuikens, eieren en gewonde pinguïns. In het water wordt de pinguïn vooral belaagd door zeeluipaarden, walvissen (voornamelijk orka's), pelsrobben en haaien. Om de jacht te bemoeilijken gaan pinguïns vaak in grote aantallen te water.

Ook de mens vormt een grote bedreiging door onder andere olievervuiling, overbevissing, jacht op eieren en guano (vogelmest), invoer van andere dieren en zelfs toerisme. De zwartvoetpinguïn leeft in Zuid-Afrika en wordt bedreigd door de mens: koolwaterstofvervuiling (olievlekken), toerisme, kustbebouwing, incidentele vangst die gelinkt is met de visvangst en de overbevissing van soorten waarmee de pinguïns zich voeden. Het zuidpoolgebied wordt bedreigd door het broeikaseffect, waardoor het ook bij de pinguïns steeds warmer wordt en verschillende pinguïnsoorten met uitsterven worden bedreigd.

Parasieten kunnen ook als vijand van de pinguïn worden beschouwd. Nausicaá steunt de vereniging SANCCOB, een groep vrijwilligers die in Zuid-Afrika ijveren voor de bescherming van de zwartvoetpinguïns en andere zeevogels.

Pinguïns als Huisdier?

Pinguïns zijn groepsdieren, dus het is niet mogelijk om slechts één pinguïn te houden. Ze hebben meer nodig dan een kleine vijver, en er moet een dierenarts in de buurt zijn die weet hoe hij een zieke pinguïn moet verzorgen. Een pinguïn als huisdier is dus niet praktisch, vooral gezien het feit dat er meerdere nodig zijn. Wil je toch graag een pinguïn in het echt zien, dan kun je het beste naar de dierentuin of een dolfinarium gaan.

Waarom je feminist Olympe de Gouges móét kennen | Tijdreizigers

Leuke Weetjes

  • Een pinguïn kan zijn hoofd 80 graden draaien.
  • Pinguïns kunnen goed zien onder water.
  • Elke pinguïnsoort maakt een ander geluid.
  • Pinguïns kunnen onder water slapen.
  • Pinguïns hebben wel degelijk knieën.
  • Tijdens het broeden wisselen een mannetje en vrouwtje elkaar af om op het ei te zitten.

tags: #geboorte #van #een #pinguin