Wanneer een baby binnen drie dagen na de geboorte ziek wordt door een infectie, spreken we van een vroege vorm van een infectie bij een pasgeboren baby, ook wel een early-onset neonatale infectie genoemd. Deze infectie kan variëren van mild tot ernstig, waarbij soms beademing of bloeddrukverhogende medicatie nodig is. De infectie kan zich razendsnel ontwikkelen, soms binnen enkele uren, en in zeldzame gevallen kan de ziekte ondanks snelle behandeling een slecht verloop hebben.
De richtlijn die in deze folder wordt beschreven, is de algemeen geldende landelijke richtlijn. Een early-onset neonatale infectie ontstaat vaak onverwacht. Er zijn niet altijd aanwijzingen tijdens de zwangerschap of bevalling die wijzen op een verhoogde kans op deze ziekte. Soms is echter wel bekend dat uw baby een verhoogde kans heeft.
Risicofactoren en preventie
Eén op de vijf zwangere vrouwen is draagster van de Groep B-Streptokok (GBS), zonder zelf klachten te hebben. Deze bacteriën bevinden zich dan in de vagina (schede). Hoewel dit meestal geen kwaad kan, wordt een klein aantal baby's ziek door deze bacterie. Indien de bovengenoemde risicofactoren op u van toepassing zijn, ontvangt u voor of tijdens de bevalling preventief antibiotica, meestal penicilline.
In Nederland wordt onderzoek naar GBS niet standaard bij elke zwangere uitgevoerd. Als tijdens de zwangerschap bij een uitstrijkje toevallig GBS wordt gevonden, wordt in overleg met u overwogen om profylaxe (preventieve antibiotica) te geven. Bij dreigende vroeggeboorte wordt met u besproken of screening op GBS-dragerschap nodig is. Ook als u tijdens een vorige zwangerschap draagster bleek te zijn van GBS, kan een GBS-screening tussen de 35e en 37e zwangerschapsweek worden overwogen. Indien opnieuw GBS-dragerschap wordt vastgesteld, kunt u in overleg met uw arts kiezen voor GBS-profylaxe. Helaas bestaat er, zelfs na GBS-profylaxe, nog steeds een kleine kans op een infectie bij de baby. Daarnaast kunnen ook andere bacteriën, zoals E. coli, infecties veroorzaken.
Symptomen en diagnose
Na de geboorte van uw kind wordt beoordeeld of een behandeling met antibiotica noodzakelijk is. Een baby kan langzaam of juist heel snel ziek worden. Een goede observatie is cruciaal om ziekteverschijnselen tijdig te herkennen. Deze symptomen worden bij een baby beschouwd als alarmsignalen, waarbij snel contact met een zorgverlener noodzakelijk is.
Niet altijd is er sprake van een (ernstige) infectie. Echter, als een arts een infectie vermoedt, volgt er altijd een opname, nader onderzoek en behandeling met antibiotica. Dit nader onderzoek omvat onder andere een bloedkweek en bloedonderzoek. Soms is ook een ruggenprik (lumbaalpunctie) nodig om hersenvocht te onderzoeken.
Als uw baby een verhoogd risico op een infectie heeft, van een infectie wordt verdacht, of een bewezen infectie heeft, zal de arts dit met u bespreken. Bij baby's met een mild verhoogd risico op een infectie, maar zonder ziekteverschijnselen, wordt vaak gekozen voor observatie in het ziekenhuis gedurende 12 uur zonder antibiotica.
Mogelijke symptomen van een GBS-infectie bij pasgeborenen kunnen zijn:
- Problemen met ademhalen: snelle ademhaling, kreunend geluid, gebruik van hulpademhalingsspieren, intrekkingen, of apneu (kortdurende ademstilstand).
- Grauw-bleke huidskleur.
- Slecht drinken: moeite met pakken van de borst of speen, snel loslaten, en gemakkelijk spugen.
- Prikkelbaar of juist sloom gedrag: veel huilen, moeilijk te troosten, onrustig bewegen, of juist extreem suf zijn en veel slapen.
- Koorts: een lichaamstemperatuur boven de 38 graden Celsius.
- Bolle fontanel (bij hersenvliesontsteking).
- Luierpijn: verhoogde prikkelbaarheid bij het verschonen van de luier.
- Epileptische aanvallen, soms kort na elkaar.
Bij verdenking op een infectie van de hersenen of bloedvergiftiging kan aanvullend onderzoek plaatsvinden:
- Longfoto: kan een diffuse witte verkleuring van de longen tonen.
- Ruggenprik: onderzoek van hersenvocht toont vaak ontstekingscellen, een verlaagd glucosegehalte en een verhoogd eiwitgehalte.
- Echografie van de hersenen: kan zichtbare afwijkingen tonen die passen bij een hersenontsteking.
- MRI van de hersenen: biedt meer details en kan kenmerkende witte verkleuring van de hersenvliezen laten zien.
- EEG (elektro-encefalogram): kan trager hersenactiviteit aantonen bij verdenking op epilepsie.
Nader onderzoek kan bestaan uit:
- Bloedkweek: om de aanwezigheid van bacteriën in het bloed vast te stellen. Dit onderzoek duurt doorgaans 72 uur.
- Bloedonderzoek: om de ernst van de infectie in te schatten en de reactie op antibiotica te volgen. Dit wordt vaak herhaald tijdens de opname.
- Urineonderzoek: om infecties van de urinewegen op te sporen.
- Ruggenprik: voor onderzoek van hersenvocht.
Oppervlaktekweken, zoals van huid of ogen, worden niet aanbevolen als onderdeel van het onderzoek naar early-onset neonatale infectie, tenzij er duidelijke tekenen zijn van een lokale infectie. Bij purulente oogafscheiding wordt wel een uitstrijkje voor microbiologisch onderzoek aanbevolen, vanwege mogelijke ernstige infecties zoals Chlamydia of N. gonorrhoeae. Bij klinische tekenen van een navelinfectie (purulente afscheiding of periumbilicale cellulitis) worden een bloedkweek en een kweek van de aangedane huid geadviseerd.

Behandeling
Bij een vastgestelde infectie bij een baby is het vaak noodzakelijk om direct te starten met intraveneuze antibiotica via een infuus. Dit kan worden ingebracht in de handjes, voetjes, elleboog of een bloedvat van het hoofdje. Vóór de start van de antibiotica wordt bloed afgenomen voor onderzoek, maar er wordt niet gewacht op de uitslag (die na 72 uur bekend is) alvorens met de behandeling te beginnen.
Meestal is na twee tot drie werkdagen duidelijk of de antibioticabehandeling voortgezet of gestopt kan worden. Als er een infectie wordt vermoed, bedraagt de duur van de behandeling met antibiotica minstens 36 tot 48 uur. Daarna wordt de waarschijnlijkheid van een infectie opnieuw beoordeeld. Als een infectie onwaarschijnlijk is, worden de antibiotica gestopt.
Als in de bloedkweek of in de kweek van het hersenvocht wel een bacterie wordt gevonden, is de behandeling langer. De duur is afhankelijk van de aard van de infectie en de specifieke bacterie. Een infectie kan leiden tot bloedvergiftiging (sepsis), hersenvliesontsteking (meningitis) of longontsteking (pneumonie). De behandeling bij een bewezen sepsis duurt doorgaans 7 tot 14 dagen.
Bij een infectie veroorzaakt door de GBS-bacterie gaat dit vaak gepaard met sepsis of longontsteking, waarvoor de baby mogelijk ademhalingsondersteuning of bloeddrukverhogende medicatie nodig heeft. Een zeer klein percentage van de kinderen met een ernstige infectie overlijdt, ondanks snelle behandeling.
Als uw baby na observatie of behandeling met antibiotica naar huis mag, is het belangrijk om de eerste dagen thuis alert te zijn op het opnieuw optreden van ziekteverschijnselen.
Voeding en ondersteuning
Indien mogelijk mag uw baby zelf drinken. Als dit moeizaam gaat, wordt de baby gevoed via een sonde. Voorafgaand aan het inbrengen van een sonde of een andere ingrijpende handeling, krijgt de baby via de mond sucrose (een suikeroplossing) toegediend. Dit vermindert pijn en stress zonder bijwerkingen.
Afgekolfde borstvoeding kan via de sonde worden gegeven. Kinderen met epilepsie kunnen medicatie nodig hebben om nieuwe aanvallen te voorkomen, variërend van orale medicatie tot continue intraveneuze toediening.
Baby's die ernstig ziek zijn, worden opgenomen op een Neonatale Intensive Care Unit (NICU). Een logopediste kan ondersteuning bieden bij problemen met zuigen, drinken, kauwen of slikken.
De rol van CRP
Het C-reactieve proteïne (CRP) is een eiwit dat in het bloed wordt aangemaakt als reactie op ontsteking en infectie. Het wordt vaak gemeten om de ernst van een infectie in te schatten en de reactie op behandeling te volgen.
Uit onderzoek, zoals de meta-analyse van Sanders et al., blijkt echter dat CRP slechts in beperkte mate ernstige infecties kan aantonen of uitsluiten. Het is niet accuraat genoeg om een ernstige infectie met zekerheid uit te sluiten. De voorspellende waarde van CRP is bij aanvang van een infectie laag en een verhoogde waarde kan ook voorkomen zonder infectie.
De NHG-Standaard over kinderen met koorts stelt dat geen enkele laboratoriumtest voldoende specifiek is om kinderen met een ernstig verlopende infectie in een vroeg stadium te herkennen. De besluitvorming om een behandeling met antibiotica te starten, moet daarom primair gebaseerd zijn op het klinisch beeld en de klinische indruk van de arts, ook wel het 'pluis/niet-pluisgevoel' genoemd.
Bij de huidige stand van kennis is er nog geen laboratoriumonderzoek dat definitief kan bepalen of een asymptomatische neonaat met risicofactoren of een neonaat met klinische symptomen behandeld moet worden met antibiotica. Wel wordt aanbevolen om bij een neonaat met risicofactoren of klinische symptomen, voorafgaande aan de behandeling met antibiotica, een bloedkweek en een CRP af te nemen, waarbij het CRP slechts een ondersteunende rol speelt.
Het onderscheid tussen een bacteriële en een virale infectie blijft een uitdaging. Hoewel CRP kan stijgen bij beide, is deze stijging doorgaans groter bij ernstige bacteriële infecties. Echter, het is quasi onmogelijk om op klinische basis een ernstige bacteriële infectie te onderscheiden van een ernstige virale infectie. Dit leidt er soms toe dat onnodig antibiotica worden voorgeschreven om te voorkomen dat een ernstige bacteriële infectie onopgemerkt blijft.
In vergelijking met CRP toonde procalcitonine (PCT) in sommige studies een hogere sensitiviteit en negatief voorspellende waarde aan voor het opsporen van sepsis en meningitis. Een recente studie suggereerde zelfs dat het voorschrijven van antibiotica met 72% kon worden verminderd wanneer PCT werd bepaald.

Gevolgen van GBS-infectie
Een deel van de kinderen herstelt volledig van een GBS-infectie met antibiotica, hoewel een herinfectie zelden voorkomt (geschat 1-6%). Een ander deel van de kinderen houdt echter restverschijnselen over, met name kinderen die hersenvliesontsteking hebben gehad. Schade aan de hersenen kan leiden tot problemen met bewegen, voelen, praten, zien, horen, nadenken of leren. Deze problemen worden soms aangeduid als cerebrale parese en worden pas duidelijk naarmate het kind ouder wordt en meer ontwikkelingsmijlpalen moet bereiken.
Kinderen die een longontsteking hebben doorgemaakt als gevolg van een GBS-infectie, blijven in de eerste levensjaren vaak kwetsbaarder voor luchtweginfecties.
Helaas kan een GBS-infectie ook fataal zijn, zelfs bij snelle behandeling. Wanneer de moeder drager is van de GBS-bacterie, hebben toekomstige broertjes en zusjes een verhoogde kans om ook GBS-ziekte te krijgen. Dit kan een indicatie zijn voor antibiotica tijdens een volgende bevalling, waarbij de bevalling dan in het ziekenhuis moet plaatsvinden.
Preventieve maatregelen voor zwangeren
Bij zwangere vrouwen met risicofactoren rondom de bevalling, zoals koorts (lichaamstemperatuur > 38 graden Celsius), een blaasontsteking met GBS tijdens de zwangerschap, langdurig gebroken vliezen, of een onverwachte vroeggeboorte in combinatie met een aangetoonde GBS-bacterie, wordt uit voorzorg antibiotica via een infuus toegediend. Het is ideaal als deze antibiotica minimaal 4 uur voor de geboorte van de baby worden gegeven.
Bij vrouwen bij wie een vroegtijdige bevalling wordt verwacht of bij wie de vliezen langdurig gebroken zijn en de bevalling nog niet is begonnen, kan een vaginale kweek worden afgenomen om GBS-dragerschap vast te stellen. De uitslag hiervan duurt 2-3 dagen. Soms wordt GBS-dragerschap vastgesteld aan de hand van een urineweginfectie of vaginale afscheiding tijdens de zwangerschap. De behandeling van de zwangere zelf met antibiotica maakt het dragerschap niet ongedaan.
Een keizersnede wordt niet aanbevolen als preventieve maatregel tegen GBS-infectie bij het kind.
Belangrijke overwegingen
Het is van groot belang dat u, als uw kind een infectie heeft of een verhoogd risico daarop, goed begrijpt wat er aan de hand is en welke behandelingsmogelijkheden er zijn. Aarzel niet om uw vragen te stellen aan de kinderarts of kinderverpleegkundige.
Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u deze gerust stellen aan de kinderarts of kinderverpleegkundige. Zij beantwoorden graag uw vragen.
Vindt u iets onduidelijk beschreven, of ontbreekt er informatie? Wij horen het graag.
tags: #crp #waarde #pasgeboren #baby