Inleiden van de bevalling: een uitgebreide gids

Wanneer de bevalling kunstmatig op gang wordt gebracht, spreekt men van inleiden. Dit proces vindt plaats in het ziekenhuis onder toezicht van een gynaecoloog en maakt gebruik van medicijnen om weeën op te wekken. In sommige gevallen, zoals bij gebruik van een poliklinische Foley-katheter, kunt u thuis blijven en krijgt u instructies over wanneer u contact moet opnemen.

Nadat is besloten om de bevalling in te leiden, ontvangt u informatie over de mogelijke data. De exacte dag en tijd worden telefonisch doorgegeven, waarbij u rekening moet houden met de mogelijkheid van een oproep in de ochtend, middag of avond. De communicatie via Mijn Antonius is voorlopig; de definitieve datum en tijd worden pas na telefonisch contact vastgesteld. Zorg ervoor dat u vervoer en eventuele kinderopvang hebt geregeld. Het niet accepteren van de aangeboden tijd kan leiden tot capaciteitsproblemen en mogelijk een verwijzing naar een ander ziekenhuis.

Het is belangrijk te beseffen dat de geplande datum van inleiding niet altijd betekent dat de bevalling op die dag ook daadwerkelijk plaatsvindt. Veranderingen in de gezondheid van moeder of kind, capaciteitsproblemen in het ziekenhuis, of de gezondheid van andere patiënten kunnen leiden tot uitstel of vervroeging. In dergelijke situaties wordt dit altijd met u besproken.

Waarom wordt een bevalling ingeleid?

Een gynaecoloog adviseert meestal een inleiding wanneer de situatie voor het kind buiten de baarmoeder gunstiger wordt geacht dan binnenin. De bevalling wordt dan opgewekt op een moment dat de conditie van het kind nog goed is en een normale bevalling verwacht wordt. Ook ernstige klachten van de moeder kunnen een reden zijn voor een inleiding.

Over tijd zijn (serotiniteit)

Wanneer een bevalling niet spontaan op gang komt tot twee weken na de uitgerekende datum (42 weken zwangerschap), spreekt men van 'over tijd' zijn. Dit wordt ook wel serotiniteit genoemd. De gynaecoloog zal dan de hoeveelheid vruchtwater via een echo beoordelen en een CTG (cardiotocogram) maken om de harttonen van de baby te registreren. Als deze onderzoeken wijzen op een achteruitgang van de conditie van de baby, kan een inleiding worden geadviseerd.

Langdurig gebroken vliezen

Het breken van de vliezen markeert vaak het begin van de bevalling. Als de vliezen langer dan 24 uur gebroken zijn, spreekt men van langdurig gebroken vliezen. Hoewel de bevalling alsnog spontaan kan opstarten, wordt in dit geval een bevalling in het ziekenhuis geadviseerd vanwege een verhoogd infectierisico. Bij langdurig gebroken vliezen dient de temperatuur viermaal daags gecontroleerd te worden; bij koorts (meer dan 38 graden) dient direct contact te worden opgenomen met de verloskundige of gynaecoloog. Als de vliezen langer dan drie dagen gebroken zijn bij een voldragen zwangerschap, is de kans op spontane weeën klein. De gynaecoloog adviseert meestal een inleiding tussen 24 uur en drie dagen na het breken van de vliezen. Bij vroegtijdige vliezenbreuk (vóór 37 weken) wordt vaak langer gewacht met een inleiding, mits er geen tekenen van infectie zijn.

Groeivertraging bij de baby

Indien een baby als klein wordt beschouwd, wordt middels een echo de groei beoordeeld. Weinig vruchtwater kan eveneens duiden op een klein kind. Regelmatige echo's en eventueel een CTG geven informatie over de groei en conditie van de baby. Bij onvoldoende groei of een dreigende achteruitgang van de conditie kan een inleiding worden geadviseerd.

De placenta voorziet de baby van voeding en zuurstof. Wanneer de placenta minder goed gaat functioneren, bijvoorbeeld door hoge bloeddruk of suikerziekte tijdens de zwangerschap, kan een inleiding worden geadviseerd als dit beter is voor de baby.

Andere redenen

Er zijn diverse andere redenen voor een inleiding, zoals het verloop van een eerdere bevalling of andere complicaties tijdens de huidige zwangerschap.

Illustratie van een foetus in de baarmoeder met verbonden placenta

Voorbereiding op de inleiding

Om te beoordelen of de bevalling ingeleid kan worden, kan de gynaecoloog of verloskundige een inwendig onderzoek uitvoeren, vaak op de polikliniek. Een voorbereidend gesprek met een verpleegkundig consulente verloskunde vindt plaats om het tijdstip van opname te bepalen. Het is raadzaam om dezelfde spullen mee te nemen als voor een reguliere bevalling: kleding, toiletartikelen, babykleertjes, en spullen ter ontspanning en tijdverdrijf, aangezien de eerste uren na opname mogelijk minder intensief zijn qua weeënactiviteit.

Er zijn geen wetenschappelijk bewezen middelen waarmee u zelf de bevalling kunt opwekken.

Behandeling en methoden

Strippen van de baarmoedermond

Strippen is een methode om de bevalling zonder medicatie op gang te brengen. De verloskundige of gynaecoloog maakt tijdens een inwendig onderzoek de baarmoedermond los van de vliezen. Dit kan pijnlijk zijn en bloedverlies veroorzaken, wat ongevaarlijk is. Bij een onrijpe baarmoedermond is strippen minder effectief.

Methoden om de baarmoedermond rijp te maken (primen)

Een inleiding is pas mogelijk als de baarmoedermond voldoende rijp is, dat wil zeggen: enigszins open en verweekt. Een onrijpe baarmoedermond is lang en stevig, terwijl een rijpe baarmoedermond korter, weker en vaak al enigszins ontsloten is.

Vergelijkingstekening van een rijpe en onrijpe baarmoedermond

Wanneer de baarmoedermond onrijp is en er een dringende reden is voor inleiding, kan de gynaecoloog adviseren de baarmoedermond te primen (voorbereiden).

Prostaglandinetabletten

Een veelgebruikte methode is het toedienen van prostaglandinetabletten (oraal, vaginaal als gel of tablet) die de baarmoedermond rijper maken en weeën kunnen opwekken. Deze hormonen spelen ook een rol bij het spontaan op gang komen van de bevalling. Bij een erg onrijpe baarmoedermond kan de behandeling meerdere dagen herhaald worden. De harde buiken die hierbij kunnen optreden, zijn niet altijd direct weeën, tenzij er ontsluiting ontstaat. Soms gaan deze harde buiken wel over in effectieve weeën.

Poliklinische Foley-ballonkatheter

Voor gezonde vrouwen met een indicatie voor inleiding en een onrijpe baarmoedermond is de poliklinische Foley-ballonkatheter een optie. Een dun slangetje met een met water gevulde ballon wordt in de baarmoedermond ingebracht om deze rijp te maken. Het voordeel is dat u na plaatsing thuis kunt blijven. Bij signalen als gebroken vliezen, weeën, pijn, verlies van de katheter, overmatig bloedverlies, minder leven of ongerustheid, dient u contact op te nemen met de afdeling Geboortezorg. De volgende dag wordt de situatie in het ziekenhuis geëvalueerd met een CTG en inwendig onderzoek. Indien de baarmoedermond nog niet rijp genoeg is, kan de ballonkatheter opnieuw gevuld worden. Deze methode wordt toegepast na 37 weken en vóór 42 weken zwangerschap.

Illustratie van de plaatsing van een Foley-katheter in de baarmoedermond

Inleiden van de bevalling

Bij een inleiding worden weeën opgewekt, vaak via een infuus met oxytocine. De dosering wordt geleidelijk verhoogd om de weeën te stimuleren. De conditie van de baby wordt continu gemonitord met een CTG.

Het verloop van de bevalling na het starten van de inleiding is in principe gelijk aan een natuurlijke bevalling. De weeën worden heviger, en u kunt de weeën op uw eigen manier opvangen. De uitdrijving, geboorte van de baby en placenta verlopen eveneens zoals bij een normale bevalling. De geboorte vindt doorgaans binnen 24 uur plaats. Naarmate de baarmoedermond rijper is en bij volgende zwangerschappen, kan de ontsluiting sneller verlopen.

Pijnstilling is mogelijk via een pijnpompje (infuuspompje met Remifentanyl) of een epidurale analgesie (ruggenprik). Beide opties zijn 24 uur per dag beschikbaar.

Wie zijn er bij de bevalling?

Vanwege de medische indicatie vindt de bevalling plaats in het ziekenhuis. De begeleiding kan door een gynaecoloog, klinisch verloskundige of arts-assistent plaatsvinden, onder supervisie van de gynaecoloog. Een gespecialiseerde obstetrieverpleegkundige is altijd aanwezig. Afhankelijk van het ziekenhuis kunnen ook leerling-verpleegkundigen, kraamverzorgenden en co-assistenten aanwezig zijn; dit kunt u bespreekbaar maken.

Nazorg na de bevalling

Na de geboorte wordt de baby nagekeken door een arts of verloskundige, en indien nodig door een kinderarts. Ongeveer een uur na de geboorte van de placenta wordt het infuus verwijderd. Meestal kunt u binnen 24 uur naar huis, tenzij er specifieke redenen zijn voor langer verblijf, zoals langdurig gebroken vliezen, een kunstverlossing of suikerziekte. In sommige gevallen kan de baby enkele dagen in het ziekenhuis geobserveerd worden, waarbij u samen op een suite verblijft. Een langer verblijf kan ook nodig zijn bij een laag geboortegewicht, vroeggeboorte, of bij gezondheidsproblemen van de moeder, zoals hoge bloeddruk of bloedverlies waarvoor een transfusie nodig is.

Risico's en complicaties

Bij elke bevalling kunnen complicaties optreden, zowel bij een ingeleide als een spontane bevalling. Bij een inleiding kunnen de volgende complicaties voorkomen:

  • Langdurige bevalling: Vooral bij een onrijpe baarmoedermond kan de bevalling lang duren. Soms wordt geen volledige ontsluiting bereikt, wat een keizersnede noodzakelijk kan maken.
  • Uitgezakte navelstreng: Als de baby niet goed is ingedaald, kan bij het breken van de vliezen de navelstreng uitzakken, wat een keizersnede vereist.
  • Hyperstimulatie: Te veel weeën te snel achter elkaar kunnen zuurstofgebrek bij de baby veroorzaken. Dit kan verholpen worden door de infuuspomp aan te passen of een weeënremmend medicijn toe te dienen.
  • Sneuvelen van het infuus: Dit is geen ernstige complicatie, maar kan als vervelend worden ervaren.

De risico's van een ingeleide bevalling zijn over het algemeen niet groter dan bij een spontane bevalling. Er is echter een iets grotere kans op medische handelingen en pijnstilling. In zeldzame gevallen kan een kunstverlossing of keizersnede nodig zijn, net als bij een spontane bevalling.

Inleiding zonder medische reden

Soms wordt een bevalling ingeleid op verzoek van de vrouw, zonder dat er een medische noodzaak is. Dit wordt over het algemeen niet zomaar gedaan, omdat het de normale baring onnodig medisch maakt.

Stappen van de inleiding bevalling

De inleiding begint met een inwendig vaginaal onderzoek om de rijpheid van de baarmoedermond te beoordelen.

1. Voorbereiden van de baarmoedermond (Primen)

Als de baarmoedermond nog stug en gesloten is, wordt deze eerst rijp gemaakt. Dit kan gebeuren met medicatie (prostaglandine in tablet-, gel- of capsulevorm) of met een ballonkatheter. Soms kan de ballonkatheter met de mogelijkheid om naar huis te gaan worden gebruikt. Het primen kan overgaan in natuurlijke weeën, maar zo niet, dan volgt stap 2.

2. Breken van de vliezen

Wanneer de baarmoedermond voldoende ontsloten is, of na het primen, kunnen de vliezen gebroken worden. Dit is pijnloos en laat het vruchtwater wegstromen, wat de weeën kan stimuleren en de ontsluiting kan bevorderen.

3. Medisch weeën opwekken

Na het breken van de vliezen worden de weeën vaak verder opgewekt met een infuus met oxytocine. De conditie van de baby en de weeën worden continu gemonitord met een CTG. Soms wordt een caputelektrode op het hoofdje van de baby geplaatst voor een betere hartslagmeting.

Voorlichtingsanimatie voor patiënten: Bevalling en vaginale geboorte

Een ingeleide bevalling verloopt verder op dezelfde manier als een niet-ingeleide bevalling. U kunt te allen tijde pijnstilling vragen.

Vergelijking met een natuurlijke bevalling

Een ingeleide bevalling vindt altijd plaats in het ziekenhuis, wat de keuze voor een thuisbevalling uitsluit. De risico's zijn vergelijkbaar, maar er is een iets grotere kans op medische interventies en pijnstilling bij een inleiding. In zeldzame gevallen kan een kunstverlossing of keizersnede nodig zijn, zowel bij een ingeleide als een spontane bevalling.

tags: #bronovo #inleiden #bevalling