Na de bevalling is het cruciaal om binnen zes uur spontaan te kunnen plassen, ook na het verwijderen van een katheter. De nabijheid van de plasbuis tot de vagina zorgt ervoor dat tijdens de uitdrijving van de baby veel druk op de plasbuis kan komen te staan. Dit kan leiden tot het oprekken van de plasbuis of tot vochtophoping rondom, wat oedeem wordt genoemd.
De baarmoeder, die zich vlak boven de blaas bevindt, heeft een wond in de wand waar de placenta heeft gezeten. Het samentrekken van de baarmoeder is essentieel om deze wond te dichten en bloedverlies te beperken. Een te volle blaas kan dit samentrekken belemmeren. Tevens heeft een overrekte blaas, die te veel urine heeft bevat, moeite om weer normaal te functioneren.
Om dit te verhelpen, leert de verpleegkundige u uzelf na het plassen te katheteriseren met een dun en glad slangetje, de katheter. Dit dient zes keer per dag, ongeveer elke vier uur, te gebeuren. De urine wordt opgevangen om de hoeveelheid te meten. Na deze oefenperiode krijgt u materialen en instructies mee naar huis. Meestal is zelfkatheterisatie slechts twee tot drie dagen nodig. Een QR-code op een kaartje, meegeleverd met deze folder, leidt naar een informatief YouTube-filmpje.

Verzakking en bekkenbodemproblemen
Tijdens de zwangerschap wordt er gelukkig steeds meer informatie gegeven over de bekkenbodemspieren. Echter, omdat verzakkingsproblematiek vaak onderbelicht blijft in de voorlichting, kunnen pas bevallen vrouwen geschrokken zijn van een 'zwaar gevoel' of het gevoel dat er 'iets uit de vagina zakt'. Bij een verzakking kunnen de baarmoeder, blaas of endeldarm lager komen te liggen, wat druk op de bekkenbodem veroorzaakt.
Veel vrouwen ervaren klachten in de periode na de bevalling, die vaak binnen het eerste jaar na de geboorte verdwijnen. Een verzakking kan echter persisteren en toenemende klachten veroorzaken. Ook hard persen tijdens de stoelgang kan bijdragen aan het ontstaan van een verzakking. Vroege zwangerschapsklachten kunnen gerelateerd zijn aan hormonale veranderingen. Bij 80% van de vrouwen die na de bevalling last hebben van een verzakking, halveren de klachten binnen een week door actief te werken aan het herstel van de balans en het versterken van de bekkenbodemspieren.
Belangrijk voor herstel zijn:
- Terugkeren naar balans (zie video 3 van de gratis bekkenbodemtherapie).
- Geleidelijk opbouwen van activiteiten.
- Zorgen voor een goede houding.

Problemen met ontlasting en urineren
De eerste ontlasting na de bevalling kan lastig zijn door pijn van de knip, gevoeligheid van de schaamstreek en angst voor meer pijn. Het is echter belangrijk de ontlasting niet uit te stellen. Indien er vóór de bevalling al problemen waren met de ontlasting, is het raadzaam direct na de bevalling extra vezels in te nemen.
Urineren kan eveneens pijnlijk zijn, vooral bij kleine scheurtjes in het slijmvlies van de schaamlippen. Zwelling van de schaamstreek kan het plassen bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. Moeite met het ophouden van urine bij lachen, hoesten of niezen, of het niet goed aanvoelen van aandrang om te plassen, dient te worden gemeld aan de vroedvrouw. Na de bevalling bent u vatbaarder voor urineweginfecties. Bij problemen of pijn is het raadzaam contact op te nemen met de vroedvrouw voor eventueel urineonderzoek.
Na de bevalling kan de bekkenbodem anders aanvoelen. Dit kan leiden tot minder goed aanvoelen van aandrang voor plassen of ontlasting, en tijdelijk verlies van urine of windjes. Dit komt doordat de bekkenbodemspieren en banden tijdens het persen onder druk komen te staan en gerekt worden. De bekkenbodemspieren kunnen na de bevalling moeilijker de plasbuis en anus afsluiten, wat kan leiden tot urineverlies, verlies van windjes of ontlasting. Vaak is er ook sprake van vaginale windjes, soms met een 'ploppend' geluid. Deze klachten zijn echter vrijwel altijd tijdelijk.
Druk tijdens het persen kan stuwing veroorzaken in het gebied tussen de anus en de vagina (perineum), wat zwelling na de bevalling kan geven. Hechtingen kunnen ook aanvankelijk leiden tot zwelling. Soms voelen ook de schaamlippen gezwollen aan. Hoewel vaak geadviseerd wordt op een harde stoel te zitten om zwelling tegen te gaan, kan dit de bekkenbodem uitrekken en pijn veroorzaken. Zitten op een zacht kussentje is dan beter, omdat dit de bekkenbodem ondersteunt.
Het is belangrijk om goed toiletgedrag te handhaven voor zowel plassen als poepen, om de blaas- en darmreflexen te stimuleren. Zorg voor voldoende hydratatie en voeding, en ga om de twee tot drie uur naar het toilet. Veel liggen helpt de bekkenbodem te ontspannen. Bij het zitten wordt aangeraden rechtop te zitten met de voeten op de grond en rugsteun, en op een zacht kussentje te zitten.
Bekkenbodemoefeningen kunnen worden gestart zodra dit comfortabel voelt, beginnend met het weer leren voelen en licht aanspannen en loslaten van de spieren.

Wondverzorging en herstel
Na een knip (episiotomie) of inscheuring (ruptuur) worden de wonden gehecht. Hoewel meestal onder verdoving, kan het gebied na uitwerking van de verdoving gevoelig, branderig of stekend aanvoelen. Regelmatig spoelen met warm water bevordert de doorbloeding van de wond. Tijdens het plassen kan lauwwarm water met behulp van een maatbeker of bidon langs de hechting worden gegoten om de urine te verdunnen en het branderige gevoel te verminderen.
Om vochtophoping te voorkomen, is het beter om op een zacht (dons)kussentje te zitten dat de bekkenbodem ondersteunt en tegendruk geeft. De eerste ontlasting komt vaak pas na enkele dagen (de derde dag wordt ook wel de kraamtranendag genoemd), omdat de darmen na de bevalling even tijd nodig hebben om weer op gang te komen (peristaltiek). Vochtverlies na de bevalling kan de ontlasting indikken, wat hardere ontlasting tot gevolg heeft en pijnlijk kan zijn bij persen, zeker als het gebied rond de anus nog beurs is.
Het is belangrijk om voldoende te drinken (minimaal 2 liter in de kraamweek) om de ontlasting soepel te houden en voldoende vezels te consumeren om de darmen te activeren. Ga bij aandrang direct naar het toilet. Ga licht ingezakt zitten met een bolle rug en probeer rustig en diep naar de buik te ademen in plaats van te persen. Licht meegeven bij aandrang is toegestaan, maar niet actief meepersen. Bij pijnlijke kloofjes of aambeien kan het helpen om een dikke klodder vette crème tegen de anus te smeren om schuren te voorkomen.
De angst voor spanning op de hechtingen of opnieuw inscheuren kan ertoe leiden dat de ontlasting wordt opgehouden, wat het probleem door indikking verergert. Soms wordt geadviseerd de eerste keer poepen in bad of onder de douche te doen om het persen te vermijden.
De eerste dagen na de bevalling kan plassen lastig zijn door zwelling rond de plasbuis en een slappere blaasspier door hormonale veranderingen. Zowel het gevoel van aandrang als het plassen zelf kan anders aanvoelen door mogelijke kneuzing van de zenuwen in de bekkenbodemspieren tijdens het persen. Vooral tussen de tweede en zesde dag na de bevalling raakt de blaas snel vol doordat het lichaam overtollig vocht afvoert. Een volle blaas kan buikpijn veroorzaken, de kans op blaasontsteking vergroten en de samentrekking van de baarmoeder belemmeren.
Het is niet ongewoon om na de bevalling onvrijwillig urine te verliezen bij hoesten, niezen, lachen of opstaan, omdat de bekkenbodemspieren gerekt zijn en de coördinatie nog niet optimaal is. Vaginaal bevallen laat vrijwel altijd lichte scheurtjes achter.
Ga regelmatig naar het toilet om te plassen (om de 2,5 uur), ook zonder directe aandrang. Ga ontspannen zitten, licht voorovergeleund, en probeer de bekkenbodem te ontspannen. Lauwwarm water langs de hechtingen laten lopen tijdens het plassen kan het branderige gevoel verminderen. Spoel de vagina na het plassen ook goed na met water.
Seksualiteit en baarmoederherstel
Na de bevalling kan het even duren voordat de zin in seks terugkeert. De vagina is niet alleen een lustorgaan, maar ook een pijnlijk geboortekanaal geweest. Vermoeidheid en het vinden van een nieuw ritme als jonge ouders kunnen ook de lustgevoelens tijdelijk verminderen.
Seksuele activiteit is weer mogelijk wanneer de vagina hersteld is van de bevalling en de baarmoederwond niet meer vloeit. Vaak wordt geadviseerd te wachten tot na de nacontrole (ongeveer 6 weken), maar eerder vrijen is mogelijk als er geen klachten zijn en de baarmoeder niet meer vloeit. Het kan enkele maanden tot een jaar duren voordat de behoefte aan seks weer volledig aanwezig is. De eerste keer vrijen kan angst voor pijn met zich meebrengen. Het bewust ontspannen van de bekkenbodem is belangrijk, aangezien angst juist spanning kan veroorzaken en pijn kan verergeren.
Na de geboorte van de placenta blijft er een wond in de baarmoeder achter die gedurende drie weken postpartum nog ongeveer 3 cm groot is. De eerste dagen na de bevalling is het vloeien (lochia) het sterkst. De kleur van het vloeisel verandert van helderrood naar bruinachtig, geelwit of rozeachtig. Grote bloedstolsels kunnen in het begin voorkomen. Na drie weken zou er geen bloed meer in het vloeisel aanwezig mogen zijn. Het kraamvloed hoort een licht zoetige, menstruatieachtige geur te hebben. Borstvoeding bevordert het samentrekken van de baarmoeder, waardoor het vloeien sneller afneemt.
Een onaangename geur van het vloeisel kan duiden op achtergebleven placentaweefsel of een ontstoken baarmoederslijmvlies. Bij plotseling heviger vloeien of wanneer het vloeien plotseling stopt, is het raadzaam contact op te nemen met de verloskundige, gynaecoloog of huisarts. Gebruik speciaal kraamverband, dat beter ademt dan regulier maandverband.

Infecties en complicaties
Tijdens het kraambed is het risico op infecties verhoogd door bloedverlies, verandering van de vaginale zuurgraad en kleine scheurtjes in het baringskanaal. Bacteriën kunnen al tijdens de bevalling in de vagina en baarmoedermond terechtkomen. Baarmoederontsteking komt bij ongeveer 2% van de kraamvrouwen voor, met een iets hoger risico na een keizersnede. Symptomen kunnen zijn: verhoogde temperatuur (boven 38°C), ziek voelen, stijgende koorts. Bij verdenking op een baarmoederontsteking kan opname op de Moeder & Kindafdeling en behandeling met antibiotica via infuus noodzakelijk zijn. Het kind mag dan bij de moeder blijven.
Ontsteking van een knip of ruptuur komt zelden voor. Symptomen kunnen zijn: veel pijnklachten, roodheid, zwelling en/of temperatuurstijging van de wond. Blaasontsteking komt regelmatig voor en kenmerkt zich door vaak plassen, pijn bij het plassen, onderbuikpijn en soms verhoging (37,5-38°C). Bij verdenking is contact opnemen met de verloskundige of huisarts aan te raden.
Borstontsteking ontwikkelt zich meestal in de tweede week na de bevalling en komt voornamelijk voor bij vrouwen die borstvoeding geven. Oorzaken zijn bacteriën die via tepelkloven de borst binnendringen. Symptomen zijn een pijnlijke, rode, harde en warme plek in de borst, ziek voelen en koorts (meestal boven de 39°C). Vaak geneest het spontaan binnen 24 tot 36 uur. Bij deze klachten dient contact te worden opgenomen met de verloskundige of lactatiekundige.
Een ernstige, maar zeldzame complicatie is sepsis (bloedvergiftiging), waarbij bacteriën zich in de bloedbaan vermeerderen. Symptomen kunnen zijn: hoge koorts, hoofdpijn, verwardheid, huiduitslag, een slap gevoel, onvermogen om te staan of hevige buikpijn. Bij verdenking op sepsis is opname en intraveneuze antibiotica noodzakelijk. Het kind mag bij de moeder blijven.
Abnormaal bloedverlies in het kraambed wordt meestal veroorzaakt door achtergebleven placentaweefsel. Dit kan leiden tot nabloedingen, vaak in de eerste uren of dagen na de bevalling. Bij een placentarest in de baarmoeder kan een curettage (operatieve verwijdering) noodzakelijk zijn. Bij veel bloedverlies (een kraamverband vol binnen één uur en/of meerdere grote stolsels achter elkaar) dient direct contact te worden opgenomen.

Risico op trombose en stemmingswisselingen
Na de bevalling beweegt men minder, wat het risico op trombose (bloedstolsel in een bloedvat, meestal in de benen) licht verhoogt. Dit ontstaat vaak aan het einde van de kraamweek of in de tweede week na de bevalling. Bij een verhoogd risico (eerdere trombose, stollingsstoornis) wordt preventief antistolling voorgeschreven. Symptomen van trombose zijn een pijnlijke, zware, gezwollen kuit met een rode, gespannen huid. Een losgeschoten bloedpropje kan leiden tot een longembolie, een gevaarlijke complicatie. Bij dergelijke symptomen dient direct contact te worden opgenomen.
Kortdurende stemmingswisselingen in het kraambed zijn normaal. Langdurige stemmingswisselingen met een overheersend depressieve stemming, geïrriteerdheid of verdriet kunnen ook optreden, soms gepaard gaand met concentratiestoornissen, slaapproblemen, verstoorde eetlust en libidoverlies. Deze klachten kunnen weken tot maanden aanhouden. Bij herkenning van deze symptomen dient contact te worden opgenomen met de huisarts. Behandeling van een postpartum depressie omvat begeleiding, gesprekstherapie en eventueel medicatie. De POP-poli (Psychiatrie, Obstetrie, Pediatrie) biedt specifieke hulp aan vrouwen met een zwangerschapswens, zwangere vrouwen en pas bevallen vrouwen.
Een ernstige, maar zeldzame complicatie is een psychose, gekenmerkt door angst, onrust en soms waanbeelden. Vanwege gevaar voor zichzelf en het kind kan tijdelijke opname op een psychiatrische afdeling noodzakelijk zijn. Bij verdenking op een psychose dient contact te worden opgenomen met de verloskundige of huisarts.

tags: #beschadigingvblaas #door #bevalling #baarstoel