Beatrix Wilhelmina Armgard van Oranje-Nassau, geboren op 31 januari 1938 te Baarn, is een prominent lid van het Nederlandse koningshuis en het Huis Oranje-Nassau. Zij bekleedde de positie van het zesde staatshoofd van Nederland van 30 april 1980 tot 30 april 2013, als Koningin der Nederlanden. Haar regeerperiode volgde op die van haar moeder, Koningin Juliana, en werd opgevolgd door haar zoon, Willem-Alexander.

Geboorte en Vroege Jaren
Beatrix is het oudste kind van prinses Juliana en prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld. In juni 1937 maakte Juliana via de radio bekend dat ze in verwachting was. Op de ochtend van 31 januari 1938 werd Beatrix geboren in Paleis Soestdijk. De volgende dag brachten belangrijke personen, waaronder de toenmalige minister-president Hendrikus Colijn, een bezoek om de pasgeboren prinses te bewonderen.
De doop van Beatrix vond plaats op 12 mei 1938 in de Grote of Sint-Jacobskerk in Den Haag. De plechtigheid werd live via de radio uitgezonden en bijgewoond door onder andere de Belgische koning Leopold III. Beatrix droeg een doopjurk uit 1880, waarin eerder haar grootmoeder en moeder waren gedoopt.
Beatrix heeft drie jongere zussen: Irene (geboren in 1939), Margriet (geboren in 1943) en Christina (geboren in 1947). Later kreeg zij ook nog twee halfzussen: Alicia de Bielefeld (geboren in 1952) en Alexia Grinda (geboren in 1967).
In 1940, toen Beatrix tweeënhalf jaar oud was, viel Duitsland Nederland binnen en begon de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De dag voor de Nederlandse overgave vluchtte de koninklijke familie naar Engeland. In juni 1940 besloot Juliana met haar gezin door te reizen naar Canada, waar zij een veilig heenkomen zochten. Pas in de zomer van 1945 keerde het gezin terug naar Nederland. Tijdens hun verblijf in Canada werd Beatrix' zusje Margriet geboren.
Opleiding en Vroege Volwassenheid
Tijdens de oorlogsjaren volgde Beatrix onderwijs in Canada. Na terugkeer in Nederland ging zij naar de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven. Voor haar voortgezet onderwijs volgde ze het Incrementum, een onderdeel van het Baarnsch Lyceum, dat speciaal voor haar en haar zus Irene was opgezet.
Als cadeau voor haar eindexamen ontving Beatrix een Fiat van haar vader. Voor haar achttiende verjaardag kreeg zij een Lemsteraak, de zeilboot genaamd De Groene Draeck, cadeau. Op 7 februari 1956 werd Beatrix geïnstalleerd als lid van de Raad van State, destijds als vermoedelijke erfgename van de kroon. In juni van datzelfde jaar behaalde ze haar gymnasium-A diploma.
Na haar middelbare school verhuisde Beatrix naar Leiden, waar ze aan de Rijksuniversiteit Leiden sociologie, economie, parlementaire geschiedenis, rechtswetenschap en staatsrecht ging studeren. Later breidde ze haar studie uit met Europees recht, volkenrecht, geschiedenis, het Statuut van het Koninkrijk, actuele internationale staatskunde en de cultuur van Suriname en de Nederlandse Antillen. Tijdens haar studie bezocht ze diverse internationale organisaties in Brussel, Straatsburg, Genève en Parijs. In de zomer van 1959 behaalde ze haar kandidaatsexamen rechten.
In 1959 kocht Beatrix Kasteel Drakensteyn in de bossen van Lage Vuursche, waar zij in 1963 ging wonen. In datzelfde jaar was zij initiatiefneemster en voorzitter van een Europese werkgroep die Europese jongeren opriep zich in te zetten voor een verenigd Europa.
Bezoek aan de Verenigde Staten en Controversiële Uitspraken
In 1959 bracht Beatrix een bezoek aan de Verenigde Staten. In New York werd ze feestelijk ontvangen met een ticker-tapeparade. In Washington D.C. werd ze ontvangen in het Witte Huis door president Dwight D. Eisenhower. Voorafgaand aan haar bezoek gaf ze een interview aan Amerikaanse journalisten. Hierin sprak ze over een bootreis met het Griekse koningspaar, waarbij ze aangaf zich "omringd te voelen door mensen van haar eigen soort". Deze uitspraak, vertaald als "I enormously enjoyed that trip, because I felt that I was among my own people and could be myself", leidde in Nederland tot aanzienlijke ophef en verontwaardiging.
Terug in Nederland gaf Beatrix op Schiphol een persconferentie waarin ze de consternatie toeschreef aan een misverstand over de intonatie en een verkeerde vertaling. Vier jaar later keerde ze terug naar de Verenigde Staten om namens Nederland, samen met haar vader, prins Bernhard, de begrafenis van president John F. Kennedy bij te wonen.

Verloving en Huwelijk met Claus von Amsberg
Op 1 mei 1965 werd Beatrix hand-in-hand gespot met een onbekende man bij Kasteel Drakensteyn. Later bleek dit Claus von Amsberg te zijn. De publicatie van de foto's, eerst in de Britse krant de Daily Express en daarna in de Telegraaf, veroorzaakte grote opschudding in Nederland, mede omdat Claus een Duitser was en lid was geweest van de Hitlerjugend, wat destijds verplicht was voor Duitse jongens. Een commissie onder leiding van historicus Loe de Jong onderzocht Claus' oorlogsverleden, maar de uitkomsten werden als niet belastend beoordeeld.
Beatrix en Claus bleken elkaar al eerder te hebben ontmoet, op oudejaarsavond 1962 tijdens een feestje in Bad Driburg. Anderhalf jaar later volgden er meer ontmoetingen.
Ondanks de verdeeldheid in de Nederlandse samenleving over de verloving met een Duitser, kort na de Tweede Wereldoorlog, keurde koningin Juliana het huwelijk op 28 juni 1965 goed. Om de commotie te vermijden, spraken Beatrix en Claus de voorkeur uit om in Baarn te trouwen, maar de regering wilde dit niet.
Op 10 maart 1966 trouwden Beatrix en Claus in het Amsterdamse stadhuis. De kerkelijke inzegening vond plaats in de Westerkerk. Drie Joodse kerkorganisaties waren tegen de dienst en uit protest werden rookbommen gegooid naar de Gouden Koets.
Prinses Beatrix & Claus: De rookbombruiloft die de Nederlandse kroon deed schudden (1966)
Voorbereiding op het Koningschap en Troonsbestijging
Vanaf de jaren zeventig begon Beatrix zich intensiever voor te bereiden op haar toekomstige rol als staatshoofd. Samen met haar man ondernam ze vele reizen en verdiepten ze zich in de koninklijke hofhouding, met plannen voor aanpassingen. Adviseurs werden ingeschakeld om zich voor te bereiden op het koningschap van Beatrix.
Dat Beatrix haar moeder als koningin zou opvolgen, was bij haar geboorte geen zekerheid. Pas in 1983 werd de Grondwet aangepast, waardoor het oudste kind van het staatshoofd de wettige troonopvolger werd. Vóór die tijd hadden mannelijke nakomelingen voorrang.
Op 30 april 1980 ondertekende koningin Juliana in het Paleis op de Dam de akte van abdicatie. Beatrix werd hiermee formeel koningin der Nederlanden. In de middag werd zij in de Nieuwe Kerk ingehuldigd. De ceremonie werd bijgewoond door vertegenwoordigers van diverse Europese koningshuizen.
Ten tijde van de troonswisseling was er in Amsterdam een actieve kraakbeweging, die de dag van de inhuldiging uitriep tot actiedag onder het motto "Geen woning, geen kroning". Dit leidde tot het kroningsoproer, waarbij krakers en de Mobiele Eenheid slaags raakten. De Mobiele Eenheid wist ternauwernood te voorkomen dat de krakers de Nieuwe Kerk bestormden. De dag na de inhuldiging bezocht de koningin de gewonde ME'ers in het ziekenhuis.

Koningschap: Stijl en Beleid
In tegenstelling tot haar moeder, die zich graag liet aanspreken met 'mevrouw', wenste Beatrix aangesproken te worden met 'Majesteit'. Koninginnedag bleef op dezelfde datum, de verjaardag van haar moeder, maar het defilé op Paleis Soestdijk werd afgeschaft. In plaats daarvan bezocht de koningin jaarlijks één of twee Nederlandse plaatsen.
Beatrix voerde haar plannen voor de reorganisatie van de hofhouding door. In 1981 verhuisde zij met haar gezin van Kasteel Drakensteyn naar Paleis Huis ten Bosch in Den Haag, terwijl ze haar werkzaamheden uitvoerde vanuit Paleis Noordeinde.
Als koningin werd Beatrix beschouwd als zeer zakelijk en goed op de hoogte van dossiers. Voormalig minister-president Dries van Agt merkte op dat ze alles wist van de inhoud van de dossiers.
Beatrix had een grote belangstelling voor kunst. In 2000 organiseerde ze als gastconservator de tentoonstelling 'De voorstelling. Nederlandse kunst in het stedelijk paleis' in het Stedelijk Museum Amsterdam. In haar vrije tijd boetseerde en beeldhouwde ze.
In 2002 speelde Beatrix een rol in de redding van Amina Lawal uit Nigeria, die ter dood veroordeeld was wegens zwangerschap buiten het huwelijk. Beatrix organiseerde een diner tussen de president van Nigeria en de directeur van Amnesty International, wat resulteerde in de vrijlating van Amina Lawal.
Tijdens haar regeerperiode werd prins Claus geconfronteerd met gezondheidsproblemen. Hij leed aan depressies, waarvoor hij behandeld werd in een kliniek, en later werd bij hem de ziekte van Parkinson en kanker vastgesteld. Prins Claus overleed op 6 oktober 2002.
In 2009 vond de Koninginnedagviering plaats in Apeldoorn. Tijdens een rondrit reed een auto in op de dubbeldekker waarop de koninklijke familie zat. De aanslag resulteerde in acht doden en elf gewonden, naast de dader. De koningin gaf die avond een emotionele toespraak op televisie.
Tot 2010 was Beatrix betrokken bij de kabinetsformatie. Hoewel de Tweede Kamer in 2010 voorstelde dit af te schaffen, werd in 2012 een wetswijziging doorgevoerd die de rol van het staatshoofd in het formatieproces beëindigde.
In 2012 werd bekend dat Beatrix de troonrede soms aanpaste, ook al was deze al goedgekeurd.
Aftreden en Latere Jaren
Op 28 januari 2013 maakte koningin Beatrix bekend dat zij zou aftreden op 30 april 2013. Als redenen gaf ze haar naderende 75e verjaardag, het 200-jarig bestaan van het koninkrijk en het feit dat het koningschap haar te zwaar was geworden, dezelfde reden die haar moeder gaf voor haar abdicatie.
De troonswisseling vond plaats op 30 april 2013. Beatrix trad af als koningin der Nederlanden na een regeerperiode van 33 jaar. Hoewel ze aanvankelijk niet erg populair was, won ze gedurende haar regeerperiode steeds meer aan aanzien. Ze bezocht onder andere de rampplekken van de Bijlmerramp en de Vuurwerkramp in Enschede.
Sinds haar abdicatie draagt zij weer de titel prinses Beatrix. Haar oudste zoon, Willem-Alexander, werd de nieuwe koning der Nederlanden.
Sinds 4 februari 2014 woont Beatrix weer in Kasteel Drakensteyn in Lage Vuursche. Ze heeft tevens een werkwoning naast Paleis Noordeinde.

Nevenfuncties en Titels
Naast haar rol als koningin der Nederlanden, bekleedde Beatrix diverse andere titels en functies. Ze is erelid van verschillende organisaties en heeft zich ingezet voor onder andere het gehandicaptenbeleid en cultuur.
De belangrijkste titels van Beatrix luiden: Hare Majesteit Beatrix Wilhelmina Armgard, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld, enz., enz., enz.
Sinds haar abdicatie draagt zij de titels Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau en Prinses van Lippe-Biesterfeld met het predicaat Koninklijke Hoogheid.