Veelvoorkomende reacties na vaccinatie
Na een vaccinatie kan je kind last krijgen van bijwerkingen. Deze bijwerkingen zijn over het algemeen mild en van korte duur. Vaak begint de koorts op de dag dat je kind de prik heeft gekregen en blijft deze meestal 1 tot 2 dagen. Ook kan je kind moe zijn en minder zin hebben om iets te doen. Pijn op de plek van de prik is ook een veelvoorkomende klacht.
De prik zelf doet pijn, maar de bijwerkingen van de vaccinaties zijn een stuk minder dan vroeger voor je baby. De kwaliteit van de vaccins verbetert voortdurend. Ernstige bijwerkingen zijn uiterst zeldzaam. Er is ook geen wetenschappelijk bewijs voor een verband tussen een vaccinatie en een ernstige of chronische ziekte.

Omgaan met bijwerkingen
Lokale reacties
Als de plek van de vaccinatie warm en gezwollen aanvoelt, kun je pijn en zwelling verminderen door te koelen. Leg daarvoor een koud gemaakt washandje of theedoek op de gezwollen plek. Gebruik geen ijs, ice- of coldpacks. Tot de leeftijd van 1 jaar wordt in het bovenbeen gevaccineerd, daarna in de bovenarm. Heeft je kind last van het been of de arm waarin de vaccinatie gegeven is? Raak het niet aan.
Mogelijke lichte bijwerkingen zijn: koorts (38 °C of meer), lichte pijn, roodheid of zwelling op de injectieplaats. Dit verdwijnt meestal spontaan na enkele dagen. Soms kan er ook een verharding of een knobbeltje op de injectieplaats ontstaan, dit kan je nog enkele weken voelen. Voor deze gekende nevenwerkingen is geen behandeling nodig; ze verbeteren spontaan.
Algemene reacties
Voelt je kind zich ziek? Heeft het veel pijn? Of drinkt het slecht? Dan kun je paracetamol geven. Na een halfuur gaat het dan vaak wat beter, doordat paracetamol de pijn wegneemt. Met paracetamol gaat meestal ook de koorts omlaag. Gaat de koorts niet omlaag? Dat kan en is niet erg.
Het lichaam maakt na een prik tegen een ziekte afweerstoffen aan. Daardoor wordt je kind minder ziek als de echte bacterie of het echte virus in het lichaam komt. Het lichaam van je kind werkt hard bij het maken van de afweerstoffen. Daardoor kan het bijvoorbeeld koorts krijgen en moe zijn. Kies daarom dunne kleding die losjes om het lichaam zit, zodat het lichaam de warmte kwijt kan. Geef je kind extra te drinken, of een waterijsje. Zorg dat je kind genoeg rust krijgt; het hoeft niet per se in bed te liggen.

Wanneer contact opnemen met de arts?
Als klachten na een vaccinatie ernstig verlopen of voor je gevoel vreemd zijn, neem dan altijd contact op met je huisarts. Ook als de klachten blijven aanhouden (ook met paracetamolgebruik) is het verstandig contact op te nemen met je huisarts.
Bel direct je huisarts of de huisartsenpost als je kind koorts heeft en je merkt 1 of meer van de volgende dingen:
- Je kind reageert minder of niet als je iets zegt.
- Je kind is niet makkelijk wakker te krijgen.
- Je kind kreunt.
- Je kind blijft huilen en is niet te troosten.
- Je kind ademt moeilijk of sneller, maakt een piepend geluid bij het ademen, of kwijlt bij het ademen.
- Je kind stopt soms even met ademen.
- Je kind heeft veel minder kleur in het gezicht (bijvoorbeeld bleek of vlekkerig).
- De lippen van je kind hebben een andere kleur (bijvoorbeeld blauw of grijs).
- Je kind heeft rode of donkere vlekjes of stipjes op de huid die niet lichter worden als je erop drukt.
- Je kind blijft steeds overgeven (een paar keer per uur, meerdere uren achter elkaar), met of zonder diarree.
- Je kind drinkt veel minder dan normaal (minder dan de helft).
- Je kind heeft meer dan 12 uur niet geplast, of je baby heeft meer dan 12 uur geen natte luier.
- Je kind schokt ineens met armen en benen (dit kan een koortsstuip zijn).
- Je kind heeft nekpijn of erge hoofdpijn.
- Je kind heeft een arm, been of gewricht dat dik, warm of rood is.
- Je kind gebruikt een arm of been niet (kan bijvoorbeeld niet op het been staan).
Mocht je baby na de vaccinatie last hebben van heftige of onverwachte verschijnselen, neem dan contact op met je huisarts. Dat geldt ook als je baby ernstig ziek is of als je je zorgen maakt. Er kan iets aan de hand zijn waarvoor behandeling nodig is.
Als je baby moet overgeven, leg hem dan op zijn buik met zijn hoofd opzij. Zo voorkom je dat er braaksel in zijn longen terechtkomt. Reageert je baby niet meer, knijp dan onder zijn voetzool of geef hem een tik tegen zijn wang. Schud je baby nooit door elkaar, schudden kan ernstige hersenschade geven.

Allergische reacties
Een allergische reactie is een overdreven afweerreactie van ons lichaam op stoffen waar we mee in aanraking komen. De meeste allergische reacties veroorzaken alleen wat huiduitslag en/of jeuk. Ernstige allergische reacties door vaccinaties bij kinderen zijn zeer zeldzaam.
Allergische reacties kunnen soms ernstiger worden als het lichaam vaker in contact komt met dezelfde stof waar het lichaam allergisch op reageert. Dan kunnen slijmvliezen opzwellen, krijg je dikke lippen, rode vlekken op de huid en kun je benauwd worden. In heel ernstige gevallen kunnen de bloedvaten groter worden en kan de bloeddruk dalen; dit noemen we een anafylactische reactie.
Heel soms zijn kinderen allergisch voor 1 van de antibiotica die worden gebruikt bij het maken van vaccins, zoals neomycine, streptomycine of polymyxine B. Is je kind hier allergisch voor? Dan moeten de ouders dat melden aan de verpleegkundige of arts voordat de vaccinatie wordt gegeven.
Antibiotica kunnen heel soms een vertraagde allergische reactie veroorzaken. Deze reacties treden minimaal 4 uur na de vaccinatie op. Een voorbeeld hiervan is jeuk of huiduitslag op de plek van de prik. Deze reacties zijn onschuldig en verdwijnen vanzelf binnen enkele dagen.
Vaccinatieproces en veiligheid
Vaccins zorgen ervoor dat het immuunsysteem van ons lichaam antistoffen aanmaakt. Vaccineren gebeurt door een entstof (vaccin) in het lichaam te brengen. Een vaccin bestaat uit dode of sterk verzwakte ziektekiemen, namelijk virussen of bacteriën, of delen ervan. Als reactie op deze lichaamsvreemde stof maakt het immuunsysteem antistoffen aan. Als de echte ziektekiemen het lichaam binnendringen, herkent het immuunsysteem die vlugger en kunnen de reeds aangemaakte antistoffen de indringer onmiddellijk neutraliseren. Deze antistoffen blijven in het lichaam aanwezig.
In levend verzwakte vaccins is de ziektekiem nog levend maar in sterk verzwakte vorm aanwezig. Daardoor is zijn ziekmakend vermogen veel kleiner dan de natuurlijke ziektekiem. In geïnactiveerde (dode) vaccins is de ziekteverwekker niet in levende vorm aanwezig. De opgewekte immuniteit is daardoor meestal beperkt van duur.
Bij het maken van vaccins voor het Rijksvaccinatieprogramma wordt geen gebruik gemaakt van kippeneieren. De vaccins van het Rijksvaccinatieprogramma kunnen daarom geen resten van kippenei-eiwit bevatten.
Laat je kind na een vaccinatie altijd 15 minuten onder medisch toezicht. Blijf in de wachtkamer. Bij eventuele onmiddellijke reacties kan het medisch personeel snel hulp bieden.

Tips om de vaccinatie zo prettig mogelijk te maken
Een vaccinatie is nooit leuk voor je kleintje, maar jij kunt ervoor zorgen dat het zo comfortabel mogelijk voor hem is. Jij kent jouw kind het beste, dus bedenk wat jouw kind fijn zal vinden tijdens de vaccinatie. Vertel vóór de vaccinatie aan de jeugdverpleegkundige of jeugdarts wat jouw voorkeuren zijn tijdens het prikken.
- Leid je kind af met zijn favoriete speeltje. Kies iets uit waarbij je kind wel stil kan blijven zitten.
- Zing jullie favoriete liedje of vertel een verhaaltje.
- Geef je kind een fles of speen. Zuigen of sabbelen zorgt dat je kind minder pijn voelt.
- Als je kind 2 prikken krijgt, kun je vragen of ze tegelijkertijd gezet kunnen worden. Soms kan dit.
- Een kind tot ongeveer 1 jaar kan 2 minuten voor de prik een klein beetje suikerwater drinken.
- Gebruik een pijnstillende crème of pleister, deze kan je zonder recept halen bij de apotheek. Breng de pleister op de juiste plek aan, een uur voor de vaccinatie.
Let ook op jezelf; adem rustig als je je kind op schoot neemt voor de prik. Als jij rustig bent, voelt je kind zich veilig.
Troost je kind meteen na de prik zoals je gewend bent. Geef bij heftig huilen of duidelijk pijn enkele uren na het prikken eventueel een paracetamol-zetpil. Doe dit nog na vier of zes uur nog een of twee keer als dat nodig is.
Als bij je baby vreemde of heftige klachten optreden na de vaccinatie, meld dit dan bij je volgende bezoek aan het consultatiebureau.