Als veehouder zult u dit fenomeen ongetwijfeld kennen: u hebt een koe die moet kalven maar waar geen enkel 'schot' in zit, de bevalling schiet niets op. Een koe met een slag in de baarmoeder, ook wel baarmoeder torsie genoemd, wil nog wel eens voorkomen. In de meeste gevallen loopt dit goed af, mits u er op tijd bij bent. Want als de slag te lang in de baarmoeder blijft zitten, kan dit een dood kalf en in sommige gevallen zelfs tot de dood van de moederkoe leiden.
Binnenin de koe hangt de baarmoeder aan een tweetal ophangbanden die vastzitten aan de bovenkant van de buikholte. Hierdoor kan de baarmoeder met kalf in de buikholte van de koe gaan draaien. Deze draaiingen kunnen variëren van een klein beetje gedraaid tot draaiingen van 360 graden. Door de draaiing komt er spanning op de ophangbanden te staan.

Naast dat dit uiterst pijnlijk is voor de koe, is dit ook gevaarlijk. Deze ophangbanden zijn voorzien van dikke bloedvaten. Door een draaiing kunnen deze scheuren. Door de draaiing wordt de doorbloeding van de baarmoeder, en daarmee dus ook van het kalf, belemmerd.
Vormen en Frequentie van Baarmoeder Torsie
Een baarmoeder kan twee kanten opdraaien. Als men dit van achter de koe bekijkt, zal de baarmoeder in 70% van de gevallen linksom gedraaid zijn. Dit is tegen de klok in. Dit kenmerkt zich voornamelijk bij oudere-kalfs koeien. In 95% van de voorkomende gevallen gebeurt dit rondom het afkalven, maar het kan ook eerder optreden. Dit gebeurt dan bij de droogstaande koeien. Wat veel veehouders niet weten, is dat dit al vanaf 5 maand dracht kan voorkomen. Het maakt ook niet uit of het kalf in de kop- of stuitligging ligt; een torsio kan in beide situaties voorkomen.

Heeft een koe eenmaal een slag in de baarmoeder te pakken, dan kan ze dit niet zelf oplossen.
Mogelijke Oorzaken van Baarmoeder Torsie
In de praktijk worden meerdere oorzaken genoemd die een slag in de baarmoeder tot gevolg kunnen hebben. Denk hierbij aan een slechte pensvulling van de koe, de bewegingen van het kalf, baarmoedercontracties, een slappe baarmoederwand (mogelijk door o.a. melkziekte), de manier hoe een koe opstaat (eerst de achterhand en dan de voorpoten), mogelijk plotselinge bewegingen van de koe, enzovoort.
Veranderingen aan de uier kunnen ook een indicatie zijn. Bij koeien begint het opuieren ongeveer 4 weken voor het kalven. Bij drachtige pinken gebeurt dit eigenlijk al vanaf de 4e maand. Het verslappen van de bekkenbanden begint 10-14 dagen voor de geboorte, wat het bekken beweeglijker maakt. Ook vulvazwelling en -uitvloeiing, en veranderingen in lichaamstemperatuur kunnen optreden. Oedeemvorming, ook wel “zucht” genoemd, zit meestal onder de uierhuid en/of vlak voor de uieraanhechting.
Voor een optimale ontsluiting en uitdrijving is het van belang dat het kalf in borst-buikligging komt te liggen. Doordat de koe steeds zal gaan staan en liggen, zal het kalf de goede kant op “gedrukt” worden. Om dit proces zo optimaal mogelijk te laten verlopen, is het van belang dat de koe de ruimte heeft en op een stroeve, zachte bodem staat. Een levend kalf is actief betrokken bij dit proces van het aannemen van de juiste geboortehouding. Vandaar dat de geboorte van een dood kalf vaak veel moeizamer gaat.
Wanneer de waterblaas in het bekken komt, treedt er ook een (zwakke) buikpers op. In het ideale geval komt de waterblaas in zijn geheel naar buiten. Het komt wel eens voor dat de waterblaas al in de bekkenholte knapt door een (te) hoge druk. De oprekking van de geboorteweg is dan dus niet optimaal verlopen.
De uitdrijving duurt bij koeien 1-4 uur en bij vaarzen 2-6 uur. Bij vaarzen duurt het gemiddeld langer, omdat:
- Het kalf in verhouding tot de geboorteweg gemiddeld groter is.
- De weke geboorteweg moeilijker en trager oprekt.
- De omvang van de achterpoten veel minder is dan de omvang van de voorpoten met kop.
De navelstreng van het kalf is kort. Het kan dus gebeuren dat de navelstreng al afbreekt, terwijl de kop van het kalf nog in de koe zit. Het kalf gaat (als reflex) ademhalingsbewegingen maken, waardoor er vruchtwater in de longen komt. De navelstreng kan om de achterpoten heen geslagen zitten.
Symptomen van Baarmoeder Torsie
Zoals in de introductie aangegeven, is het meest voorkomende en opvallende teken een bevallende koe waarbij de geboorte niet wil vlotten. De koe lijkt al langer aan het bevallen te zijn, maar op het oog gezien verandert er niets. Het kan echter voorkomen dat koeien met een slag in de baarmoeder zogenaamde koliekverschijnselen gaan vertonen. Dit uit zich in onder meer trappen naar de buik, onrustig, veel staan en weer liggen en continue heen en weer wiebelen.
Diagnose van Baarmoeder Torsie
Indien u een sluitende diagnose wilt hebben, moet de koe vaginaal of rectaal opgevoeld worden. Als men een vaginale controle uitvoert, valt vaak een harde rand ter hoogte van de baarmoederhals op. Hierbij voelt het alsof je hand automatisch door een bocht gedraaid wordt. Daarnaast is er bij een vaginale controle over het algemeen ook minder ruimte dan bij een normale controle. Bij rectaal onderzoek is de verslapping van de baarmoedermond goed te voelen.
Behandeling van Baarmoeder Torsie
Als de diagnose is vastgesteld dat de koe een slag in de baarmoeder heeft, kan men het volgende doen. In de meeste gevallen kan geprobeerd worden om het kalf inclusief baarmoeder met de hand in tegengestelde richting teruggeduwd te worden. Hierbij is het wel van uiterst belang dat de draairichting van de torsio juist is vastgesteld. Daarnaast is het belangrijk om goede houvast (bv. door met de hand het oor vast te houden en dan met de vuist tegen de kop aan te duwen, of met de vlakke hand tegen de hals of de schouder van het kalf) en een gelijkmatige, constante kracht te hebben. Pas hierbij wel op dat deze werkwijze voor rug en schouders erg belastend kan zijn. Als echter dit ook niet tot het gewenste resultaat leidt, is tot slot een keizersnede de laatste optie.
In sommige gevallen kan de koe na een succesvolle terugdraaiing van de baarmoeder direct verlost worden. Wat echter ook nog wel eens voorkomt, is dat de baarmoederhals onvoldoende ontsloten is, waardoor men beter eerst de koe zelf kan laten werken om te wachten op een betere ontsluiting. Als men in geval van onvoldoende ontsluiting met geweld het kalf ter wereld wil laten komen, kan er fatale schade ontstaan aan de inwendige koe.
Twijfelt u over de toestand van uw koe? Indien u twijfelt over de diagnose of over de draairichting van de torsio, bel dan uw veearts. Als het terugdraaien van de baarmoeder u gelukt is, maar er is nog onvoldoende ruimte, wacht dan nog een uurtje. Heeft u een zieke droogstaande koe? Ga dan niet zelf proberen het dier op te lappen, maar schakel direct uw veearts in.
Uterustorsie bij huisdieren I Veterinaire verloskunde I GNP Sir I VGO Unit 2 I Torsie buffel
Geboorteproblemen bij Dikbilrunderen
In Nederland en België worden dikbilrunderen gefokt voor de productie van vlees. Deze dieren worden door de vleesindustrie geroemd omwille van hun hoge slachtrendement. Maar het fokken van deze extreem bespierde runderrassen is ethisch omstreden en in een aantal landen zelfs verboden. Door waanzinnig doorgedreven fokprogramma’s zijn de biologische grenzen van de dieren overschreden. Natuurlijk bevallen is onmogelijk geworden voor dikbilmoeders. De kalveren moeten via keizersneden uit de buik van de koe worden gehaald.
Dikbilrassen zijn ontstaan door in fokprogramma’s gebruik te maken van een genetische afwijking die extreme bespiering tot gevolg heeft. Het ‘dikbilgen’ is een mutatie in het myostatinegen dat instaat voor de vorming van myostatine, een stof die de spiergroei onderdrukt. Het resultaat is een rundertype dat een grotere vleesproductie oplevert en dus meer rendement voor de vleesindustrie.
Bij het merendeel van de moederkoeien is het bekkenkanaal te smal om de overmatig bespierde kalfjes door te laten. In Nederland wordt bij 85 tot 90% van de dikbilmoeders keizersneden uitgevoerd. In België loopt dit percentage op tot meer dan 95%. Een keizersnede kan tot complicaties leiden zoals ontstekingen (baarmoeder, buikvlies, wond), bloedingen, verklevingen en vergroeiingen.
Volgens onderzoek van het Vlaamse landbouwinstituut Ilvo ligt het gemiddelde sterftepercentage bij Witblauw kalfjes op 12%. Dit betekent dat ongeveer één op de acht kalveren sterft. Een op de 80 kalveren wordt dood geboren als gevolg van verwerpingen (vanaf 7 maanden dracht) of sterft op jonge leeftijd door vroeggeboorte. Bij kalveren in de leeftijd van 2 dagen tot 4 maanden zijn diverse verteringsproblemen, in de praktijk diarree-problemen genoemd, een veel voorkomende doodsoorzaak. In de leeftijd van 4 tot 12 maand is griep de voornaamste reden van sterfte.
Vele ouderdieren zijn drager van genetische aandoeningen. Dit resulteert in kalfjes die geboren worden met ernstige afwijkingen, zoals:
- Congenitale musculaire dystonie I: Kalveren die niet of moeilijk recht kunnen staan.
- Kromme staarten syndroom: Kalveren met een korte brede kop, duidelijke groeiachterstand en extreme bespiering ter hoogte van de rug.
- Geproportioneerde dwerggroei: Kalveren die bij de geboorte niet afwijkend lijken, maar steeds meer groeiachterstand oplopen naarmate ze ouder worden.
- Verlengde drachtduur: Door een hersenafwijking bij het kalf komt de geboorte niet op gang, de drachtduur kan oplopen tot 14 maanden.
- Arthrogrypose: Kalveren met sterk misvormde gewrichten van de poten, vaak in combinatie met andere problemen.
In Nederland worden jaarlijks ruim twee miljoen runderen geslacht. Een vierde van de slachtingen betreft volwassen runderen, de rest zijn kalfjes. In België worden jaarlijks ruim 550.000 volwassen runderen en 360.000 kalfjes geslacht.
De Nederlandse overheid geeft de sector kansen om het fokken van dikbillen voort te zetten, onder voorwaarde dat er inspanningen worden gedaan om het aantal keizersneden te verminderen. De fokkers staan echter afkerig tegenover de voorgestelde fokprogramma’s omdat ze vrezen dat dit zal leiden tot hogere kosten, verminderde opbrengst van het vlees en minder goede prestaties op veekeuringen. In Vlaanderen en de rest van België wordt op beleidsvlak geen enkel initiatief genomen om het fokken van dikbillen te beperken of verbieden.
Het Afkalfproces en Mogelijke Complicaties
Na ongeveer negen maanden dracht is het kalf volledig ontwikkeld en zal het afkalfproces op gang komen. De koe laat vaak duidelijk zien wanneer zij gaat afkalven: de uier raakt steeds voller, de banden (naast de staart) worden slapper, ze zondert zich meer af, gaat vaak liggen en weer opstaan, er komt slijm uit de vulva en de staart staat af. Daarnaast kan melk uitliggen ook een teken zijn van het begin van het afkalven. Het verslappen van de banden gebeurt al veel eerder, maar 6-18 uur voor de geboorte zijn de banden geheel verslapt. Zo wordt er ruimte gemaakt voor de uitdrijving van het kalf.
In de meeste gevallen ligt het kalf in een zijligging met de rug aan de rechterkant van de koe. Voor een vlotte ontsluiting en uitdrijving moet het kalf draaien naar een borst/buikligging met de kop op de voorpootjes. Omdat het kalf moet draaien om in de juiste positie voor de uitdrijving te komen, gaat de koe vaak staan en weer liggen. Het is om die reden van belang de koe voldoende ruimte te geven, zodat de natuur haar gang kan gaan. De koe voelt zich het meest comfortabel als zij dichtbij of zelfs in de koppel kan blijven om te kalven.
Wanneer het kalven onvoldoende vordert, kan de koe opgevoeld worden. Zorg hierbij voor de juiste hygiëne, voor zowel koe als boer. Wanneer het kalf goed ligt (kop op de poten) en leven vertoont (poot wordt teruggetrokken bijvoorbeeld), kan er gevoeld worden of er genoeg ruimte is voor de geboorte van het kalf. Dit kan door met de hand over de kop van het kalf te voelen. Lukt dit niet? Is er wel voldoende ruimte, maar vordert het afkalven niet, denk dan ook aan de gezondheid van de koe. Wellicht heeft ze (beginnende) melkziekte; het geven van een bolus kan de koe dan ondersteunen.
Onjuiste Liggings en Andere Problemen
Wanneer het kalven onvoldoende vordert, kan dit ook te wijten zijn aan de ligging van het kalf. Bij een stuitligging voelt u dan twee achterpoten. Omdat de gewichtsverdeling van het kalf dan anders is als bij een juiste ligging, gaat het draaien van het kalf minder makkelijk. Omdat de navelstreng eerder zal breken dan dat de kop geboren is, zal het kalf vruchtwater in slikken als gevolg van een ademhalingsreflex.
Het kan ook zijn dat er wel voorpoten gevoeld worden, maar er geen kop te voelen is. De kop ligt dan teruggeslagen. Het is een hele klus om tegen de weeën van de koe in, het kalf iets terug te drukken en de kop erbij te halen. Een levend kalf draagt actief bij aan het draaien in de koe en de geboorte.
Gemiddeld duurt het 4-6 uur na het kalven voordat de nageboorte loskomt. Wanneer het langer dan 12 uur duurt, ‘blijft de koe aan de nageboorte staan.’ Er kan dan een baarmoederontsteking ontstaan. Het is van belang deze koeien goed in de gaten te houden en regelmatig te temperaturen. Heeft de koe al melkziekte tijdens het afkalven of was het bijvoorbeeld een zware geboorte, dan kan ervoor gekozen worden direct een nageboortepil in te brengen. Een nageboortepil ondersteunt de baarmoeder, maar zorgt er niet perse voor dat de nageboorte eraf komt. Omdat de baarmoeder ook een spier is, en dus calcium nodig heeft, is in het geval van melkziekte een snelle behandeling gewenst.
Om ook op afstand het afkalven te kunnen volgen, is een camera in het afkalfhok erg handig. Zo kan de koe in de gaten gehouden worden, zonder er steeds heen te hoeven, wat ook weer kan leiden tot stress bij de koe.
Preventie en Management rondom Afkalven
Om de natuur zijn gang te laten gaan, moet de koe voldoende ruimte hebben om te kalven. Wanneer de koe alleen naar het afkalfhok verplaatst wordt, is het gewenst dat deze zich dichtbij de koppel bevindt. Op deze manier ondervindt de koe minder stress. De koe kan ook in een ruim stro/zandhok kalven, vergezeld door meerdere drachtige koeien.
Omdat de weerstand van een kalvende koe lager is, en het pasgeboren kalf nog geen weerstand heeft, dient het hok goed schoon te zijn. Zorg ervoor dat het ligbed droog is, en er voldoende vers drinkwater en voer aanwezig is. Belangrijk is dat de afkalfstal niet gebruikt wordt als ziekenboeg.
Wanneer de koe gekalfd heeft, ontstaat er een grote (lege) ruimte. Als de pens onvoldoende gevuld is, kan de lebmaag omhoog komen. Dit wordt een lebmaagverplaatsing genoemd. Biedt een koe direct na kalven altijd voldoende lauwwarm water aan en smakelijk ruwvoer of hooi. Eventueel kan het water aangevuld worden met een poeder.
Bij het verlagen van de kalversterfte denken boeren vaak aan een goede verzorging van het pasgeboren kalf. Dat schatten ze goed in. Maar ook bij het verminderen van verwerpers en doodgeboortes valt winst te behalen. Boeren zijn op de goede weg; het terugdringen van de kalversterfte heeft veel prioriteit.
Boeren blijven oplossingen zoeken om het aantal verwerpers en doodgeboren kalveren te verminderen, niet zozeer vanwege eventuele maatschappelijke druk, maar vanwege het bedrijfsrendement. Denk bijvoorbeeld aan de stierkeuze en selecteer op gemakkelijke geboorte. Ook een comfortabele huisvesting voor hoogdrachtige koeien, zoals een strohok of speciale afkalfstal, is geen overbodige luxe. Een hoge diergezondheidsstatus speelt eveneens een belangrijke rol. Bij ziektes zoals IBR, BVD, neospora en salmonella is de kans groter dat een koe haar kalf vroegtijdig verliest. Nieuwe ziektes als Schmallenberg en blauwtong zorgen ook voor vroegtijdige sterfte of misvormde kalveren.
Vries bijvoorbeeld biest in van uw eigen koeien en geef dat aan de kalfjes van gekochte vaarzen. Het is niet duidelijk hoe vaak koeien in Nederland exact hun vrucht verliezen. Als een koe vroeg in de dracht haar vrucht verliest, dan vind je dat meestal niet eens terug; het komt in de mestput terecht. En als dat in de wei gebeurt, dan lost de natuur het al op voordat je het zelf hebt ontdekt.
Infectieuze Oorzaken van Verwerping en Doodgeboorte
Bij verwerpers kunnen erfelijke en aangeboren afwijkingen een rol spelen, maar ook ziektes zoals T. pyogenes, neospora en salmonella. Boeren in Nederland zijn verplicht om het bloed van de verwerper binnen zeven dagen na het verwerpen te onderzoeken op antistoffen tegen Brucella abortus. Dit is een aangifteplichtige ziekte.
In Nederland regelmatig voorkomende oorzaken van verwerping zijn:
- BVD
- Trueperella pyogenes
- Salmonella
- Bacteriën uit de stal
- Matig geconserveerde kuilen (bacillus, listeria)
- Neospora
Neonatale kalverdiarree (NKD) is al jaren een van de belangrijkste gezondheidsproblemen bij kalveren in hun eerste levensweken en wordt beschouwd als de meest gediagnosticeerde doodsoorzaak bij kalveren jonger dan een maand. In België wordt NKD meestal veroorzaakt door het boviene rotavirus, het boviene coronavirus, E. coli, Salmonella enterica en Cryptosporidium parvum. Deze ziekteverwekkers verschillen in transmissieroutes, biologie en overleving in de omgeving, wat een oorzaakgerichte aanpak essentieel maakt voor het beheersen van de ziekte en het nemen van de juiste preventieve maatregelen.