De abortuscijfers waren in jaren nog nooit zo hoog. De overheid schiet tekort in de bescherming van ongeboren kinderen. De abortuspraktijk in Nederland moet stoppen. De SGP wil dat de abortuswet wordt ingetrokken. Zolang dit niet het geval is, doet de overheid er alles aan om het aantal abortussen te verminderen.
Het abortuscijfer is geëxplodeerd tot bijna 40.000 per jaar. Met een billboard-campagne wil de SGP daarom het gesprek over de redenen voor abortus aanzwengelen. “We kúnnen dit niet negeren, het gaat om tienduizenden meisjes en jongetjes die geen enkele kans krijgen!” aldus SGP-voorman Chris Stoffer. De partij laat met billboards verschillende situaties zien die voor vrouwen én mannen kunnen meespelen in de afweging om voor abortus te kiezen. Bijvoorbeeld een gebrek aan woonruimte of inkomen, een partner die uit beeld is, of vanwege het geslacht van het ongeboren kindje. De billboards zijn van 14 t/m 20 oktober zichtbaar op 17 snelwegmasten door heel Nederland en op sociale media.

Verruiming abortuswetgeving en stijgende cijfers
Tijdens kabinet-Rutte IV is de abortuswetgeving voor het eerst in decennia fors verruimd. De beraadtermijn voor abortus werd afgeschaft en de abortuspil kwam beschikbaar bij de huisarts. Het aantal abortussen neemt sinds een paar jaar fors toe. Sinds drie jaar stijgt het aantal abortussen in Nederland flink; waar het aantal zwangerschapsafbrekingen tot die tijd schommelde tussen de 30 en 33 duizend per jaar, steeg dit naar ruim 39 duizend in 2023.
Volgens de politieke partijen SGP, NSC en BBB genoeg aanleiding om eind februari drie moties hierover in de Tweede Kamer te dienen. De motie van SGP-Kamerlid Diederik van Dijk, samen met BBB en ChristenUnie, deed het meeste stof opwaaien: deze stelt voor dat abortusklinieken voortaan de reden voor abortus registreren. Die motie haalde het op 4 maart bij lange na niet: via een hoofdelijke stemming - elk aanwezig Kamerlid moest individueel stemmen - werd deze met slechts vijftien voorstanders ruimschoots verworpen. Maar deze drie partijen krijgen wel de handen op elkaar om te onderzoeken of het afschaffen van de verplichte bedenktijd per begin 2023 bijdraagt aan de stijging. CDA, Forum voor Democratie, Denk en PVV steunden de motie. Ook de motie van een NSC-Kamerlid om de evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap te vervroegen werd door deze partijen gesteund.
Reacties en zorgen vanuit medische hoek
Het Nederlands Genootschap van Abortusartsen (NGvA) riep, voorafgaand aan de stemming, de Kamerleden dringend op tegen de drie moties te stemmen. Volgens hen suggereert het een verantwoordingsplicht van vrouwen en vergroot dit het risico op stigmatisering en verminderde toegang tot zorg. Om diezelfde reden had staatssecretaris VVD’er Vincent Karremans (Jeugd, Sport en Preventie) de motie ook al met klem afgeraden in een eerder Kamerdebat.
De "glijdende schaal" van autonomie
Hoewel die motie over registratie van redenen is afgeketst, maken het NGvA en de NVOG zich alsnog grote zorgen. Bestuurslid van het NGvA en abortusarts Anneke van Soest licht toe waarom. ‘Waar het om gaat is: wáárom stellen deze politieke partijen deze vragen? Ze willen het signaal afgeven dat de huidige abortuswetgeving niet goed in elkaar zit. Neem de motie over onderzoek naar verplichte bedenktermijn. Uit onderzoek is juist allang gebleken dat 85 tot 93 procent van de vrouwen zeker is van hun keuze voordat ze een afspraak maken bij een abortuskliniek. Daarom is deze ook afgeschaft. En die andere motie, om de wet te evalueren, die stond al gepland voor 2027. Maar door die te willen vervroegen willen de partijen de indruk wekken dat er iets niet goed gaat.’
Gynaecoloog Sanne van der Kooij, lid van de commissie maatschappij en gezondheid van de NVOG, sluit zich bij Van Soest aan. Van der Kooij was een van de opstellers van het manifest om abortus uit het Wetboek van Strafrecht te halen, in 2023. ‘Dit soort moties zijn stapjes die kunnen leiden tot het tornen aan de autonomie van vrouwen; we moeten oppassen voor een glijdende schaal.’ Ook vindt zij het zorgelijk dat deze politieke partijen hiermee de stijging van het aantal abortussen als een slechte ontwikkeling bestempelen. ‘Daarmee vergroten zij het stigma op abortus, terwijl de vraag is of de stijging problematisch is. Bovendien gaat die geplande evaluatie van de wetgeving over de kwaliteit van de abortuszorg in Nederland, en niet over de stijging.’ Daaruit blijkt volgens Van der Kooij dat de partijen een andere bedoeling hebben met de motie dan ze eigenlijk zeggen.
Abortus en het Wetboek van Strafrecht
Het is de NVOG en het NGvA een doorn in het oog dat abortus nog altijd in het Wetboek van Strafrecht staat. In 2023 ondersteunden de verenigingen het manifest van de Vrije Keuze Coalitie, om abortus uit het strafrecht te halen. GroenLinks-PvdA schreef dat jaar een initiatiefwetsvoorstel met dit doel. Bij navraag bij deze partij zei de woordvoerder dat zij ‘vanwege de politieke verhoudingen in de Tweede Kamer’ dit wetsvoorstel niet gaan inbrengen.

Internationale ontwikkelingen en waakzaamheid
Het NGvA ziet al langer met lede ogen aan dat conservatieve standpunten rondom abortus meer terrein winnen. Voormalig voorzitter en abortusarts Monique Opheij riep in 2022 in Medisch Contact al op om ‘waakzaam’ te zijn. Niet alleen door de internationale ontwikkelingen - met name in de VS waar het recht op abortus landelijk is geschrapt - maar ook toen al wegens partijen met conservatieve standpunten, zoals Forum voor Democratie. ‘Daar is ook nog bijgekomen dat in steeds meer Europese landen het recht op abortus wordt ingeperkt’, zegt abortusarts Van Soest. ‘Kijk naar premier Giorgia Meloni van Italië, die onder het mom van vrouwenrechten, het abortuscijfer terug wil brengen.’ Zo nam haar radicaal-rechtse regering vorig jaar onder meer wetgeving aan die antiabortusactivisten binnen abortusklinieken toestaat. ‘Of Polen, waar vrouwen naar het buitenland moeten om de zwangerschap af te breken, zelfs als de foetus ernstige afwijkingen heeft.’ Sinds 2021 is daar in vrijwel alle gevallen abortus verboden, tenzij de zwangere in gevaar is of als zwangerschap gevolg is van verkrachting of incest.
Van Soest: ‘In abortuskliniek Bloemenhove, waar ik werk, komt de helft van de vrouwen uit het buitenland omdat het in hun eigen land niet mogelijk is. Van Nederlandse vrouwen hoor ik vaak terug hoe blij ze zijn dat dit in Nederland gewoon kan. Hoewel we denken dat we het hier allemaal goed voor elkaar hebben, heeft deze recente politieke onrust ons als abortusartsen weer even goed wakker geschud. Het tornen aan abortuswetgeving, zoals we dat ook in die andere landen zien gebeuren, begint met vragen stellen of registreren, daarna tot oordelen en vervolgens tot inperken.’
De stijging van het abortuscijfer: oorzaken en interpretaties
‘Over de stijging van het aantal abortussen ontbreken inderdaad harde cijfers’, vertelt gynaecoloog Van der Kooij. ‘Maar het is maar helemaal de vraag of het een slecht teken is. Het kan ook juist betekenen dat vrouwen de abortuszorg goed weten te vinden, en dat vrouwen zelf over hun lichaam besluiten. Wat zeker zal meespelen is dat minder vrouwen kiezen voor het gebruik van de anticonceptiepil. Het is natuurlijk wel slecht als dat is ingegeven door desinformatie op sociale media. Maar als vrouwen bewust geen hormonen willen omdat ze hun eigen cyclus willen aanvoelen, dan is dat prima.’ Ook de abortusartsen hebben de indruk dat de toename van natuurlijke anticonceptie bijdraagt aan het stijgende abortuscijfer. Recent onderzoek van expertisecentrum seksualiteit Rutgers, met medewerking van het NGvA, toonde aan dat twee vijfde van de vrouwen bij een abortuskliniek geen anticonceptie had gebruikt, van wie ruim 40 procent dat deed omdat ze geen hormonen wilden.
Maar er speelt meer mee, zegt Van Soest: ‘Denk aan de krappe woningmarkt, de klimaatcrisis en de wereldproblematiek, waardoor vrouwen zwangerschap liever niet willen of uitstellen. Maar ook, het geloof in maakbaarheid speelt een rol: vrouwen maken bewuster de keuze of een zwangerschap op dat moment in hun leven wel uitkomt. Los van al die facetten: elke factor is legitiem, het is de keuze van de vrouw.’
Onderzoek naar redenen voor abortus
‘Dus de reden voor een abortus is altijd heel gelaagd. Er is niet één factor die een rol speelt, dus registratie van redenen zou hoe dan ook lastig uitvoerbaar zijn.’ Zo wijst Van Soest op onderzoek van vorig jaar, vóórdat de stijging doorzette. Onderzoekers van Amsterdam UMC en Universiteit Utrecht tonen daarin aan dat er geen specifieke omstandigheden zijn die leiden tot de keuze om de zwangerschap uit te dragen of juist af te breken. En daarom, concluderen zij, is er geen goed onderscheid te maken tussen degenen die kiezen voor het uitdragen van een zwangerschap en degenen die kiezen voor het afbreken van een zwangerschap. ‘Sommige mensen kiezen in een bepaalde situatie voor abortus, terwijl een ander persoon in exact dezelfde situatie een ander besluit zou nemen’, schrijven de onderzoekers.
Als de politiek het zo belangrijk vindt om het aantal abortussen terug te dringen, laat ze zich dan richten op voorlichting en preventie, zegt abortusarts Van Soest stellig. ‘Steek geld en tijd in onderwijs over seksuele gezondheid op scholen bijvoorbeeld, en vergeet daarbij de jongens niet. Of stop anticonceptie in het basispakket. Maar blijf van abortus af.’

Het perspectief van de SGP-jongeren
SGP-jongeren vindt dat het beschermen van het leven één van de belangrijkste taken is van de overheid. Het leven is namelijk gegeven door God, en wordt ook genomen door God. In de Bijbel wordt de grote waarde van het ongeboren leven erkend en benadrukt (zie: Psalm 139, Jeremia 1:5). Vanaf de zesde week van de zwangerschap is er op een echo een kloppend hartje te zien van een zich ontwikkelend mens. In Nederland is het echter mogelijk om tot de 24e week een abortus te laten uitvoeren. Hier kan SGP-jongeren niet achter staan. SGP-jongeren wil daarom dat abortus alleen wettelijk mogelijk is als het leven van de vrouw in gevaar is. Dankzij medische innovaties kunnen kinderen die te vroeg geboren worden, nu ook al voor de 24 weken met goede zorg in leven blijven. De overheid moet gezonde (seksuele) relaties op basis van Bijbelse normen stimuleren, om zo het aantal abortussen terug te dringen. Het uitoefenen van druk op een vrouw om een abortus te ondergaan, moet strafbaar worden.
Abortus na verkrachting en de SGP-visie
"Verkrachting is iets vreselijks en zeer tragisch voor de betrokken vrouw". Dat heb ik vanmiddag bij RTL benadrukt. Het slachtoffer van verkrachting verdient alle hulp die nodig is. Of zwangerschap na verkrachting minder vaak of even vaak voorkomt als in andere gevallen, is voor de SGP niet de hoofdvraag. Feit is dat er van alle abortussen per jaar slechts een heel klein percentage plaatsvindt als gevolg van een zwangerschap na verkrachting. Het grote probleem is dat het vanzelfsprekend wordt gevonden dat er in Nederland ieder jaar meer dan 30.000 ongeboren kinderen worden geaborteerd. De SGP-leider reageerde op een vraag van RTL-journalist Wester over de uitspraak van de Amerikaan Akin die onlangs beweerde dat vrouwen een „mechanisme” hebben waardoor ze bij verkrachting zelden zwanger raken.
Van der Staaij: „Wat mij in die discussie eigenlijk opviel is dat het heel vaak misgaat als je niet juist ook oog hebt voor de enorme problemen die ook juist vrouwen kunnen ervaren als ze verkracht zijn. Altijd ervaren. De kans op een zwangerschap is dan weliswaar heel klein, maar de problemen zijn natuurlijk toch immens als dat gebeurt. „Dat is een feit, dat dat maar heel weinig gebeurt. Maar dat neemt niet weg dat het wel degelijk kan gebeuren, dus dat het wel een probleem is, een vreselijk probleem waarmee mensen in aanraking kunnen komen. Daar wil ik echt niet makkelijk over doen. Maar we moeten ook niet doen alsof dat zeg maar nou de meeste gevallen van abortus in Nederland daar nu mee te maken hebben. Vervolgens vraagt Wester of de SGP’er in geval van verkrachting abortus goedkeurt.
De ethische dimensie: autonomie versus het recht op leven
Volgens voorstanders van abortus heeft iedere vrouw het recht zelf te beslissen over haar seksualiteit, over of en wanneer ze kinderen wil krijgen. Dit is in onze samenleving een fundamenteel mensenrecht dat een haast onaantastbare status heeft verkregen. De schaduwzijden van abortus zijn daarom onbespreekbaar. Daar rust een taboe op. Als gevolg van een abortus kunnen vrouwen depressieve klachten krijgen. Deze elf redenen laten zien dat abortus geen vanzelfsprekende keuze kan zijn of tot het normale medisch handelen behoort. Te gemakkelijk wordt weggekeken van de rauwe werkelijkheid vol emotionele ellende die vrouwen ervaren. Deze ‘ongemakkelijke waarheid’ rechtvaardigt op z’n minst een heroverweging van de huidige Nederlandse abortuswetgeving. Ook is er alle aanleiding voor een kwalitatief veel beter en breder hulpaanbod voor onbedoeld zwangere vrouwen. Zij verdienen zeker geen hooghartig oordeel, omdat ze vaak klem zitten en niet weten hoe het verder moet.
Vaak wordt de liberale abortuspraktijk in Nederland gerechtvaardigd met extreme situaties, zoals een zwangerschap na verkrachting, een tienerzwangerschap of wanneer het leven van de (aanstaande) moeder in gevaar komt. Het aantal abortussen op grond van deze noodsituaties vormt echter een gering deel van het totaal aantal abortussen. Onderzoek laat zien dat veruit de meeste zwangerschappen worden beëindigd om sociaaleconomische redenen. Reden te meer om de belabberde omstandigheden waarin veel onbedoeld zwangere vrouwen zich bevinden aan te pakken. Anders is het wachten op de volgende abortus. In de discussie over abortus moet er sowieso meer aandacht komen voor de kwetsbare slachtoffers van het absoluut verklaarde keuzerecht op abortus, namelijk de ruim 30.000 ongeboren kinderen die in Nederland het leven jaarlijks wordt ontnomen. Bij een zwangerschap gaat het niet alleen om de vrouw, maar ook om het nog niet geboren kindje. Een individuele benadering die het keuzerecht van de vrouw verabsoluteert, negeert het feit dat er per definitie sprake is van een ander mensenleven, ook al is dat leven afhankelijk van de zwangere vrouw. (Een baby van een paar maanden is voor overleving trouwens ook aangewezen van de zorg van anderen.) Bij een keuze voor een abortus wordt ontegenzeggelijk een ander mensenleven beëindigd, in de knop gebroken. Dat hier nogal eens lichtvaardig aan voorbij wordt gegaan, geeft te denken. De vraag die daarom op tafel moet komen, luidt: waarom zou de keuzevrijheid van de ene mens per definitie, onder alle omstandigheden voorrang moeten krijgen op het fundamentele recht op leven van een ander mens? Want als het (prille, kwetsbare) leven niet beter wordt beschermd door de overheid, kunnen we de fraai geformuleerde mensenrechten-verklaringen maar beter aan de wilgen hangen en gewoon zeggen waar het op staat: in Nederland is een ongeboren kindje tot aan de 24e week van de zwangerschap praktisch vogelvrij. Het hangt grotendeels af van de situatie waarin de zwangere vrouw zich bevindt of het kind het levenslicht zal gaan zien. In Nederland krijgt (naar schatting) 1 op de 8 nog niet geboren kinderen dat licht nooit in de ogen. Hoelang blijft dit een taboe?

Verantwoordelijkheid van de overheid en zorg rondom zwangerschap
Abortusklinieken moeten motieven en factoren die een rol spelen bij abortus registreren. De eerste levensjaren bepalen in grote mate de latere gezondheid van een mens. Zorg en ondersteuning rondom de zwangerschap en bevalling moet voor iedere vrouw toegankelijk zijn. De SGP wil daarom via een bestuurlijk akkoord investeren in de kraamzorg. De eigen bijdragen voor een ziekenhuisbevalling zonder indicatie en voor kraamzorg worden geschrapt. Abortusklinieken moeten transparanter zijn.
Artsen moeten vrouwen standaard alternatieven voor abortus aanbieden. Vrouwen krijgen informatie over de emotionele, psychische en fysieke klachten die na een abortus kunnen ontstaan. Er moet een eerlijk speelveld zijn voor lesaanbieders op het gebied van seksualiteit en relaties. De instellingssubsidie aan Rutgers wordt onder de loep genomen.