Voeding voor Prematuren: Een Uitgebreide Gids

Prematuren, ook wel bekend als kinderen die geboren zijn voor de 37e week van de zwangerschap, hebben specifieke voedingsbehoeften. Door hun kleinere formaat, lager geboortegewicht en nog niet volledig ontwikkelde organen, hebben zij extra ondersteuning nodig om de achterstand in hun ontwikkeling in te halen.

baby in couveuse met infuuslijn

Specifieke Voedingsbehoeften van Prematuren

Het belangrijkste aspect van de voeding voor premature baby's is dat deze voldoende eiwitten en energie bevat om hun groei en ontwikkeling te stimuleren. Een optimale inname van deze voedingsstoffen kan leiden tot een groter hersenvolume en verbeterde cognitieve functies op latere leeftijd.

Daarentegen brengt een lage eiwit- en energie-inname tijdens de eerste weken risico's met zich mee voor prematuren en kan dit resulteren in een minder gunstige neurocognitieve ontwikkeling. Het primaire doel van de voeding van prematuren is het bevorderen van groei en het verbeteren van de retentie van voedingsstoffen tot een niveau dat vergelijkbaar is met de situatie in de baarmoeder. Het is daarom cruciaal dat zij vanaf het begin voldoende eiwitten van goede kwaliteit ontvangen. Dit vergroot de kans op gewichtstoename bij baby's met een laag geboortegewicht. Een hoge eiwitinname draagt bij aan een groter hersenvolume en betere cognitieve vaardigheden op latere leeftijd, en helpt bij het compenseren van een eventueel opgebouwd eiwittekort.

Referentie: Georgieff MK. Nutrition and the developing brain: nutrient priorities and measurement. Am J Clin Nutr, 2007.

Methoden van Voeding voor Prematuren

Afhankelijk van de ontwikkeling en de capaciteit van de baby om voeding via de maag en darmen te verwerken, worden verschillende methoden van voeding toegepast:

Intraveneuze Voeding (Infuus)

Wanneer de maag en darmen van de baby nog niet in staat zijn om voeding te verwerken, wordt gestart met intraveneuze voeding. Via een infuus krijgt de baby vocht, suikers, eiwitten en vetten toegediend.

Maagsonde Voeding

Zodra de maag en darmen klaar zijn om voeding te ontvangen, wordt overgeschakeld op voeding via het maagje. Dit gebeurt door middel van een maagsonde, een dun buisje dat via de neus wordt ingebracht en tot in de maag loopt. Indien beschikbaar, wordt moedermelk via deze sonde toegediend. Geleidelijk wordt de hoeveelheid voeding via het maagje opgevoerd, terwijl het infuus wordt afgebouwd.

Flesvoeding

Wanneer de baby de voeding goed verteert en over een zuig- en slikreflex beschikt, kan gestart worden met voeding via een flesje. Dit is doorgaans mogelijk vanaf een zwangerschapsleeftijd van ongeveer 34 weken. Eventuele resterende voeding kan nog via een maagsonde worden gegeven.

Borstvoeding

Als de baby moedermelk krijgt, wordt er, zodra dit mogelijk is, overgeschakeld op drinken aan de borst.

baby drinkt uit een flesje onder toezicht van een verpleegkundige

Voorbereiding en Ontwikkeling van Voedingsreflexen

Voor een normale ontwikkeling van een baby zijn na de geboorte voedingsreflexen, zoals zuigen en slikken, en beschermingsreflexen, zoals hoesten en kokhalzen, essentieel. Deze reflexen maken het mogelijk om veilig en effectief te drinken uit de borst of een fles. De spieren van de tong, lippen en kaken moeten voldoende sterk zijn en soepel kunnen bewegen, en de baby moet prikkels in en rond de mond goed kunnen verwerken.

Een normale ontwikkeling voor het verwerken van voeding is tevens afhankelijk van de gezondheid, alertheid, voedingsbereidheid, het hongergevoel en de houding tijdens het voeden.

Zieke of te vroeg geboren baby's hebben hun energie hard nodig voor het op temperatuur houden van hun lichaam, groei en ontwikkeling. De beoordeling of het een goed moment is voor de baby om zelfstandig te drinken, is cruciaal om een positieve drinkervaring te waarborgen. De verpleegkundige beoordeelt samen met de ouders de voedingsbereidheid en de beschikbare energie van de baby voor zelfstandig drinken. Indien dit niet het geval is, krijgt de baby sondevoeding.

De coördinatie van ademen, zuigen en slikken ontwikkelt zich rond de 34e zwangerschapsweek. Vanaf dit moment leert de baby om tegelijkertijd te drinken en te ademen.

De Drie Voedingsreflexen van een Baby

1. De Zoekreflex

Voor effectief zuigen is de tepel-zoekreflex een voorwaarde. Om dit gedrag te stimuleren, kan men rustig met de tepel of speen van het oor naar het mondje strijken, of langs de lippen om de baby aan te moedigen de mond te openen en zelf naar de tepel of speen te happen. Het is belangrijk de baby de kans te geven te reageren en de tepel of speen pas in de mond te plaatsen wanneer de baby klaar is om te zuigen (mond open, tong laag). De tepel moet volledig in de mond worden genomen, of de speen tot aan het bredere gedeelte. Als de baby na enkele pogingen de mond niet opent, is hij momenteel niet voedingsbereid en zal sondevoeding worden gegeven.

2. De Zuigreflex

Wanneer de speen voldoende in de mond van de baby is genomen, wordt het gehemelte geprikkeld, wat de zuigreflex activeert. De onderkaak en tong bewegen ritmisch, en door het samenspel van tong, kaken en lippen ontstaat een vacuüm rond de speen. Bij het naar beneden gaan van de onderkaak stroomt melk uit de speen. Het coördineren van zuigen, slikken en ademen kost veel energie. Als de baby buiten adem raakt, is hulp nodig om het ritme aan te passen. Dit kan door de voeding te onderbreken door de speen te kantelen (pacing), zodat de baby kan op adem komen. Na enkele zuigritmes wordt de pauze herhaald om de baby de gelegenheid te geven het ritme te leren en uiteindelijk zelf adempauzes te nemen. De verpleegkundige of logopedist bepaalt, in overleg met de ouders, de lengte van de zuigreeksen, die in het begin meestal 3 tot 5 zuigritmes bedragen.

3. De Slikreflex

Wanneer de melk in de mond van de baby stroomt, treedt de slikreflex op. De baby slikt de melk door en ademt vervolgens in. Het is ook mogelijk dat de baby meerdere keren melk doorslikt voordat hij inademt.

illustratie van de drie voedingsreflexen bij baby's

Belangrijke Aandachtspunten tijdens een Voedingsmoment

Een goede drinktechniek is essentieel voor de ontwikkeling van de baby. Hierbij spelen verschillende factoren een rol:

Omgeving

Zorg voor een rustige omgeving met gedempt licht en geluid. Voed de baby met aandacht, kijk hem aan en praat af en toe tegen hem.

Houding

De baby dient in een speciale houding te worden gevoed, die de natuurlijke drinkhouding aan de borst nabootst. Plaats uw voeten op een voetenbankje zodat uw bovenbenen schuin staan. Leg de baby op zijn zijde op uw schoot, op een kussen, met de billen tegen uw buik en de knieën gebogen. Zorg ervoor dat de handen van de baby bij elkaar zijn, voor de borst.

Controle op Voedingsbereidheid

Voordat de fles wordt aangeboden, is het belangrijk de voedingsbereidheid van de baby te controleren. Bied de fles horizontaal aan met een halfvolle speen. Prikkel het zoekreflex om de baby uit te nodigen de speen aan te happen. Houd de speen halfvol met melk en voorkom dat de baby de fles loslaat en lucht gaat happen. Laat de baby ongeveer 3 tot 5 keer zuigen en pauzeren. Pas het tempo aan (pacing) en doseer de voeding. Indien de baby niet zelf pauzeert, helpt u door de fles naar beneden te bewegen, waardoor er geen voeding meer in de speen zit en de baby zal pauzeren.

Stresssignalen

De verpleegkundige, lactatiekundige, pedagogische medewerker of logopedist kan u begeleiden bij het herkennen van stresssignalen bij uw baby en hoe u hierop kunt reageren. Voorbeelden van stresssignalen zijn:

  • Afwijkende ademhaling (sneller en oppervlakkiger)
  • Neusvleugelen
  • Veranderingen in saturatiewaarde (indien de baby aan een monitor ligt)
  • Verkleuring
  • Geluiden zoals kreunen of rochelen tijdens het drinken
  • Wegdraaien van het hoofd
  • Fronsen of optrekken van de wenkbrauwen
  • Gebalde handen, gekromde tenen of gespreide vingers
  • Hoofd naar achteren kantelen
  • Wegdrukken van de speen met de tong of de tong hoog houden

Duur van de Voeding

Voed de baby niet te lang en neem pauzes wanneer nodig. Stop met voeden als de baby de aandacht verliest, gestrest raakt of moe wordt. Over het algemeen wordt geadviseerd om niet langer dan 20-25 minuten met de voeding bezig te zijn. Voor prematuren die net starten met orale voeding kan 5 minuten al voldoende zijn.

Boeren

Laat de baby tussendoor goed boeren en neem hier de tijd voor. Boeren is een vaardigheid die baby's moeten leren. Houd uw baby rechtop op uw benen of leg hem over uw schouder. U kunt zachtjes en langzaam over het ruggetje wrijven, maar vermijd kloppen, aangezien dit te veel prikkels geeft.

Flessen en Spenen

Er zijn diverse soorten flessen en spenen verkrijgbaar. Vraag de verpleegkundige of logopedist naar het meest geschikte type voor uw baby. Soms is een "low-flow" speen met een kleiner gaatje en beperkte melkstroom nodig. Vanwege het voortdurend veranderende aanbod worden hier geen specifieke merken genoemd.

Borstvoeding bij prematuur

Voor Vragen en Advies

Voor vragen en advies kunt u terecht bij de verpleegkundige van de afdeling neonatologie of bij de logopedist. De verpleegkundige is bereikbaar op de afdeling neonatologie of via telefoonnummer 088 - 70 66 630. Op de afdeling neonatologie worden de gespecialiseerde kinderverpleegkundigen ondersteund door logopedisten, die advies en begeleiding bieden met preverbale logopedie. De logopedist is telefonisch bereikbaar via het paramedische secretariaat op 088 - 70 68 225 / 088 - 70 67 310.

Bereiding van Flesvoeding

Belangrijk: volg altijd de gebruiksaanwijzing. Was uw handen en zorg ervoor dat alle materialen grondig gereinigd zijn.

  1. Giet de voorgeschreven hoeveelheid water in de zuigfles. Gebruik bij voorkeur mineraalarm flessenwater of vooraf gekookt leidingwater.
  2. Verwarm het water tot 37°C.
  3. Haal het bijgeleverde maatschepje losjes door het poeder.
  4. Gebruik de afstrijkrand om overtollig poeder af te schrapen.
  5. Voeg het voorgeschreven aantal maatschepjes voeding toe aan het water.
  6. Sluit de zuigfles en schud daarna totdat het poeder volledig is opgelost.
  7. Controleer de temperatuur van de bereiding op uw pols.
  8. Sluit de doos na gebruik altijd goed af.

tags: #flesvoeding #bij #prematuren