Wat zijn Beren?
Beren (Ursidae) vormen een familie binnen de roofdieren (Carnivora). Ze behoren tot de hondachtigen. Beren zijn de grootste op het land levende roofdieren. Met uitzondering van het hof maken van de mannetjes bij de vrouwtjes en moeders met hun jongen, zijn beren typisch solitaire (alleen levende) dieren. Ze kunnen overdag of 's nachts actief zijn en hebben een uitstekend reukvermogen. Ondanks hun zware bouw en onhandige manier van lopen, zijn het bedreven hardlopers, klimmers en zwemmers.
Hoewel er slechts acht soorten beren bestaan, zijn ze wijdverbreid en komen ze voor in een grote verscheidenheid aan habitats (leefwerelden) op het noordelijk halfrond en gedeeltelijk op het zuidelijk halfrond. Beren zijn te vinden op de continenten Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Europa en Azië. Met hun krachtige fysieke aanwezigheid spelen ze een belangrijke rol in de kunsten, mythologie en andere culturele aspecten van verschillende menselijke samenlevingen.
Met uitzondering van het hof maken van de mannetjes bij de vrouwtjes en moeders met hun jongen, zijn beren typisch solitaire (alleen levende) dieren. Ze kunnen overdag of 's nachts actief zijn en hebben een uitstekend reukvermogen. Ondanks hun zware bouw en onhandige manier van lopen, zijn het bedreven hardlopers, klimmers en zwemmers. Ze kunnen wel 250 kilo worden en als hij op zijn achterpoten staat is hij wel 2,5 meter hoog. Beren zijn schuwe dieren maar wijfjes met jongen kunnen levensgevaarlijk zijn. Ze zijn erg bijziend, maar hebben een scherp gehoor en een uitstekend reukvermogen!

Winterslaap bij Beren
Voor sommige dieren is een winterslaap noodzakelijk om te overleven. Ze verbruiken zo minder energie en kunnen de koude winter doorkomen terwijl ze amper eten. De beer is misschien wel het bekendste dier dat ieder jaar een winterslaap houdt. Toch zijn er in totaal slechts vier beersoorten die deze gewoonte hebben: de Amerikaanse zwarte beer, de Aziatische zwarte beer, de bruine beer en de ijsbeer.
Veel mensen denken dat beren de hele winter slapen, maar ze rusten voornamelijk. Zwangere beren bevallen zelfs tijdens de winterslaap, zodat hun kleintjes in rust kunnen opgroeien. Doordat de hartslag van de beer aanzienlijk daalt, hoeven de dieren minder te eten. Tijdens de winterslaap daalt hun hartslag aanzienlijk. Zo slaat hun hart normaal gesproken 120 keer per minuut, maar nu slechts drie of vier keer.
Beren kunnen moeilijk de hele winter „buiten blijven" zonder voedsel. Maar een echte winterslaap houden ze beslist niet! In de zomer en de herfst eet dit dier wat het kan. Vissen, buidelratten, bessen, knollen en alles wat maar eetbaar is slaat hij aan de lopende band naar binnen. Slapen doet hij bijna niet. En al etend vormt zich onder zijn huid een flinke vetlaag. Die laag vet wordt zeker één decimeter dik. Maar ook zijn vacht wordt dikker en de haren van zijn pels worden langer. En als de winter komt is de beer wel twee decimeter dikker dan normaal. Zo kan hij wel tegen de kou! Hoe kouder het nu wordt, hoe slaperiger meneer gaat worden. Hij heeft het niet zo erg moeilijk om een goede slaapplaats te vinden. Als hij geen geschikt hol ziet, is hij tevreden met een andere beschutte plaats. Bijvoorbeeld tegen een omgevallen boomstam aan of in een dicht begroeid bosje. En let op, de beer kan enorm snurken, alsof hij diep in slaap is, maar als de temperatuur te hoog wordt, naar zijn zin, wordt hij wakker en gaat een eindje wandelen en op zoek naar een hapje eten. Dit in tegenstelling met een dier, dat een echte winterslaap houdt. Dat beest wordt wakker, als het te koud wordt. Hard snurken wil dus niet zeggen, dat het dier vast slaapt! We kunnen niet zeggen: de beer houdt een echte winterslaap.

De Aziatische Zwarte Beer
Kenmerken en Leefgebied
De Aziatische zwarte beer (Ursus thibetanus) is een middelgrote beer uit de familie van de beren (Ursidae). Het krijgt ook wel de naam maanbeer, kraagbeer en witte bovenlijf beer. Dit komt doordat ze een V-vormige witte markering op de vacht hebben. Het leeft in de bossen van de Himalaya waar het voornamelijk in de bomen zijn onderdak zoekt.
De Aziatische zwarte beer heeft een ronde kop met kleine ogen en grote oren die ver uiteen staan. Het lichaam is zwaar gebouwd met dikke en sterke poten met brede klauwen. De korte staart is nauwelijks waarneembaar onder de dikke, lange vacht. Op de borst zit een geelwitte vlek. Tevens zit er een halve maanvormige geelwitte vlek op de keel en is er een witte vlek op de kin te zien. De snuit is lang en smal.
De mannetjes en vrouwtjes verschillen wezenlijk in grootte van elkaar (110-150 kg tegenover 65-90 kg). De lichaamslengte bedraagt 130 tot 190 cm en de staartlengte 6.5 tot 10.6 cm. De soort is het zwaarst in de herfst, vlak voor de winterslaap intreedt. Ondersoorten die op eilanden voorkomen, Japan en Taiwan, zijn doorgaans kleiner dan ondersoorten die op het Aziatische vasteland voorkomen.
De Aziatische zwarte beer heeft een sterk en stevig lichaam met een grote kop. De poten zijn dik en kan hij gebruiken om te lopen en op te staan. Ze hebben meestal een zwarte vacht, hoewel deze soms ook bruin of blond kan zijn afhankelijk van de ondersoort. Daarnaast hebben ze een kenmerkende V-vormige witte markering op hun borst. De kraag rond hun nek heeft een langere vacht. Hierdoor lijken ze een stuk groter dan ze daadwerkelijk zijn. De dieren hebben een scherp reukvermogen en zetten dit ook volop in om prooi en ander voedsel te vinden.
De Aziatische zwarte beer leeft voornamelijk in Azië. Vroeger kwamen ze ook in Europa voor, maar tegenwoordig komt het voor bij het Himalaya gebergte. Zo vind je het onder andere ten Zuidoosten van Iran, Afghanistan, Pakistan, India en Zuidoost-Azië. In deze gebieden leeft het in loofbossen en gemengde bosgebieden op een hoogte van rond de 1500 tot 3500 meter.
Dieet
De Aziatische zwarte beer is een echte omnivoor en een opportunistische eter: hij eet een breed scala aan voedsel, afhankelijk van wat hij kan vinden. Zijn dieet is grotendeels plantaardig en bestaat uit knollen, eikels, granen, vruchten, bessen, wortels en noten. Af en toe jaagt hij ook op zoogdieren, zoals schapen of geiten.
De zwarte beer is een omnivoor en eet een grote variëteit aan voedsel: fruit, noten, planten, grassen, bessen, bamboescheuten en -bladeren, kruiden, maar ook vlees (vissen, vogels, knaagdieren), termieten, larven en honing staan op het menu. Waar plantaardig voedsel in rijke mate voorhanden is, zoals in Japan, is deze beer een planteneter.
Het dieet bestaat voornamelijk uit eikels, walnoten, beukennootjes, grassen, kruiden, bamboe, fruit, insecten en larven. Dit wordt aangevuld met vogels en knaagdieren die ze onderweg kunnen vinden. Daarnaast kan het zijn dat ze de landbouw opzoeken en hier van het vee en de plantages eten.
Voortplanting en Winterslaap
Aziatische zwarte beren kunnen zich voortplanten wanneer ze 4 of 5 jaar oud zijn. In de warmere zomermaanden zullen ze elkaar opzoeken en met elkaar paren. Na de draagtijd van 6 tot 8 maanden zullen er in het voorjaar 1 tot 4 welpen geboren worden. Meestal zullen er 2 welpen komen. De vrouwelijke Aziatische zwarte beer zal deze veilig en warm baren in haar hol.
Wanneer de welpen worden geboren zijn ze nog kaal. Ze hebben echt de warmte van hun moeder nodig om te overleven. Daarom blijven ze ook dicht bij haar in de buurt. Wel zullen ze gelijk al vast voedsel eten en kunnen ze na de eerste 6 maanden gespeend worden door de moeder. Naarmate ze groter worden zullen de Aziatische zwarte beren jongen zelf op zoek gaan naar voedsel. Meestal zullen ze op 3-jarige leeftijd bij de moeder vertrekken.
Hoewel de meeste van deze beren wel in winterslaap gaan, doen sommigen dit ook weer niet. Ze slaan vooral tijdens de nazomer veel vet op voor de winterslaap. Zowel mannetjes als vrouwtjes houden in de noordelijke delen van het verspreidingsgebied een winterslaap. Ze verblijven doorgaans tussen november en april in de overwinteringsholten.

Bedreigingen en Status
De grootste bedreiging van de dieren komt van de mens. Door het verlies van hun leefgebied, ontbossing voor het vrijmaken van landbouw en het plaatsen van dorpen en steden is het leefgebied ernstig aangetast. Hierdoor kunnen ze niet meer zo vrij bewegen als ze willen en is het ook lastiger om voedsel te vinden.
Niet alleen door zijn omvang is het dier voor de jacht populair, maar ook omdat hun vacht wordt gebruikt voor kleding. Ook hun andere lichaamsdelen zijn erg populair omdat men dit gebruikt in traditionele medicijnen. Door dit alles heeft het dier een IUCN-status van Kritiek.
De natuurlijke vijanden van de Aziatische zwarte beer zijn de tijger (Panthera tigris) en de wolf (Canis lupus). Een grotere bedreiging voor zijn voortbestaan is echter de mens. In de meeste landen is sprake van een neergaande populatietrend, hoofdzakelijk veroorzaakt door het verdwijnen van zijn leefgebied door houtkap, uitbreiding van de landbouw, uitbreiding van stedelijke gebieden, erosie en wegenbouw, alsmede stroperij en de commerciële jacht. Zo wordt er jacht op ze gemaakt voor hun galblaas, vlees, huid en klauwen. De vraag naar deze producten is gestegen in Zuidoost-Azië, wat de internationale handel doet toenemen. Zo worden de klauwen vooral in China als een delicatesse in soepen beschouwd en de gal uit de galblaas wordt gedroogd om te worden verkocht in de traditionele Chinese geneeskunde. Om de vraag aan te kunnen worden de dieren zelfs commercieel gehouden in Vietnam en China, om hun gal af te tappen.
Volgens de IUCN-status is de Aziatische zwarte beer ‘kwetsbaar’. De populatie wordt voornamelijk bedreigd door de jacht omwille van zijn lichaamsdelen (gal) en het verlies van zijn leefgebied door habitatvernietiging. Dit dwingt ze steeds dichter bij de bewoonde wereld.
Andere Berensoorten en Hun Winterslaap
Bruine Beer
De bruine beer is de meest verspreide berensoort ter wereld. Ze komen voor van Europa via Azië tot Japan en in Noord-Amerika van het Kodiak-archipel door Alaska tot delen van Canada. In Europa leven ze in bergachtige gebieden, bossen en zelfs struikrijke toendra in het noorden. In Noord-Amerika geven ze vaak de voorkeur aan open landschappen. In Azië leven sommige beren in kustbossen, subalpiene steppen, graslanden en zelfs in de Gobiwoestijn in Mongolië.
Bruine beren zijn alleseters: ze eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel en nemen wat ze tegenkomen. Het voedsel varieert per seizoen en regio, waardoor ook hun dieet verandert. In de meeste gebieden bestaat het grootste deel van hun voeding uit planten, zoals bessen, vruchten, noten, groene scheuten, wortels, knollen en paddenstoelen. In noordelijke streken eten ze ook vlees van kleine zoogdieren en hoefdieren, zoals herten en elanden, evenals vis en kadavers. Ze plunderen soms bijenkorven voor honing en vangen insectenlarven.
Bruine beren zijn over het algemeen solitaire dieren, behalve moeders met jongen of tijdens het paarseizoen. In gebieden met veel mensen zijn ze vaak schemeractief, actief bij zonsopkomst en zonsondergang, of zelfs ’s nachts. In afgelegen gebieden foerageren ze ook overdag. Ze zijn zeer territoriaal en gebruiken geuren, markeringen en geluiden om hun gebied aan te geven.
De Europese bruine beer is al in grote delen van zijn voormalig leefgebied uitgeroeid. Ook andere ondersoorten van de bruine beer, zoals de grizzly beer in Noord-Amerika, worden veelal bedreigd. Het aantal bruine beren wordt wereldwijd op 100.000 individuen geschat. Volgens de IUCN-status wordt de bruine beer ‘veilig’ genoemd.
Amerikaanse Zwarte Beer
De Amerikaanse zwarte beer (Ursus americanus) is een uitzonderlijk aanpasbare soort. Hij leeft in een groot deel van Noord-Amerika, van Alaska tot centraal Mexico, en komt voor in uiteenlopende omgevingen, van gematigde loofbossen tot de Arctische toendra in het noorden en subtropische bossen in het zuiden. Hoewel hun bossen vaak een overvloed aan voedsel bieden, dwalen ze soms buiten hun natuurlijke habitat op zoek naar gebieden met extra voedsel, dat ze met hun uitzonderlijk scherpe reukzin kunnen opsporen.
De Amerikaanse zwarte beer is een opportunistische alleseter. In het vroege voorjaar, net na het verlaten van hun hol, voeden ze zich met verse, eiwitrijke grassen en kruiden. In de zomer verkiezen ze de rand van loofbossen en open plekken, die zowel voedsel als schaduwrijke rustplaatsen bieden. Af en toe jagen ze op jonge hoefdieren, zoals kalfjes van herten. In het vroege najaar richten ze zich op voedingsrijke harde mast zoals hazelnoten, kastanjes, beukennootjes, eikels en dennenpitten. Waar deze schaarser zijn, eten ze bessen en ander zacht fruit, zodat ze voldoende vetreserves kunnen aanleggen voor hun winterslaap. Hun dieet bestaat verder uit een breed scala aan planten, zoals wilde selderij, paardenbloem, verse grassen, bessen, vruchten, noten en landbouwgewassen. Ze eten ook dierlijk voedsel, waaronder insecten, kleine zoogdieren, vissen, vogels, eieren en reptielen.
De meeste Amerikaanse zwarte beren gaan in winterslaap, maar sommige zuidelijke populaties hebben geen winterslaap omdat de winters er mild zijn en er voldoende voedsel is.
Net zoals de meeste andere beren is deze soort een solitair dier. Hij leeft veelal alleen, met uitzondering van vrouwtjes die hun jongen bij zich houden.
Er zijn nog ongeveer 850.000 - 950.000 Amerikaanse zwarte beren in het wild. Bedreigingen voor hun voortbestaan zijn de vernietiging van hun natuurlijke leefgebied en de illegale jacht. Maar de populatie is redelijk stabiel en neemt op sommige plaatsen, zoals in nationale parken, zelfs toe. De IUCN-status van de Amerikaanse zwarte beer is ‘veilig’.
IJsbeer
Het leefgebied van de ijsbeer bestaat uit de kustgebieden van de Poolcirkel. IJsberen jagen voornamelijk op het pakijs bij de kust en op de eilanden. In de zomer zijn de ijsberen vooral te vinden op de toendra-achtige gebieden.
Het lichaam van de ijsbeer is, in tegenstelling tot dat van de meeste bruine beren, slank en zijn poten zijn kort en stevig. De brede, platte voetzolen vertonen haren in de naden, zwemvliezen tussen de tenen en zijn voorzien van vijf grote nagels. Dit zorgt voor een goede grip op het gladde ijs. De huid van de ijsbeer is zwart en absorbeert heel goed de warmte. De witte, holle haren en een dikke vetlaag zorgen voor extra isolatie waardoor de ijsbeer goed warm blijft. In wezen is de ijsbeer niets anders dan een bruine beer die zich in de IJstijd aan het leven in het Poolgebied heeft aangepast.
IJsberen houden geen winterslaap. In periodes met weinig zeehonden of bij extreem weer blijven ze echter inactief in sneeuwbanken en leven ze van de vetreserves die ze hebben opgebouwd. Wanneer ze ’s zomers aan land zijn, vasten ze meestal en verminderen ze hun activiteit om energie te besparen.
De ijsbeer heeft veel meer een roofdierengebit dan zijn soortgenoten en is ook veel meer een carnivoor dan de bruine beer. Het voornaamste voedsel van de ijsbeer is dan ook dierlijk. Zeehonden hebben de voorkeur. Daarnaast doet hij zich tegoed aan walrussen, zeevogels en vis. Maar zo nodig neemt hij ook genoegen met kleinere prooien zoals sneeuwhazen en lemmingen. In de zomer eet hij bovendien de bladeren van de wilg, bessen, gras en mos.
IJsberen leven over het algemeen solitair, behalve wanneer het paartijd is. De ijsbeer is een bijzonder goede zwemmer, kan enkele meters diep duiken en soms wel 80 seconden onderwater blijven! Op het land kan de ijsbeer zich ook prima voortbewegen en is hij bijzonder snel. Daarbij heeft de ijsbeer een zeer goed ontwikkeld reukorgaan.
De ijsbeer heeft geen natuurlijke vijand. De mens is hun enige vijand. Volgens de IUCN-status is de ijsbeer ‘kwetsbaar’. Door het broeikaseffect en menselijke invloed neemt de populatie ijsberen nu al drastisch af en de toekomst ziet er niet best uit.

tags: #aziatische #zwarte #beren #tijdens #winterslaap #bevallen